Posts tonen met het label minimabeleid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label minimabeleid. Alle posts tonen
zondag 9 november 2014
Economie zal nooit meer zijn wat het geweest is
Op 30 october verscheen de Nederlandse vertaling van ‘Kapitaal in de een en twintigste eeuw’ van de Franse econoom Thomas Piketty. Het boek is in Frankrijk lauw ontvangen, maar de Engelse vertaling, een pil van 685 bladzijden, heeft geleid tot een hausse aan reacties en het boek werd een bestseller. Er lijkt een discussie te worden opengebroken, die lange tijd gesloten geweest was. Wat Piketty op basis van uitgebreide historische analyses op de agenda zet, is niet zozeer het feit, dat we in het kapitalisme puissante rijkdom naast extreme armoede kennen. Velen hebben dit waargenomen in de loop der eeuwen en daar theorien aan gewijd. De discussie die Piketty weer op de agenda zet is de vraag, of die extreme verschillen tussen arm en rijk en eventueel een verdergaande verarming van grotere delen van de bevolking het gevolg zijn van immanente systemische onvolkomenheden van het kapitalisme, van de tendenzen die het gedrag van het kapitaal en de verdeling van armoede en rijkdom bepalen, of dat het kapitalisme die onvolkomenheden niet kent, in zich een goed naar evenwichten tenderend systeem is, dat harmonisch kan functioneren waarbij externe factoren de evenwichten kunnen verstoren. In de neo-klassieke economie worden in feite externe variabelen in het systeem ingebracht, die evenwichts verstorend kunnen werken en die de verschillen tussen arm en rijk bepalen. Een tweede stroming die er impliciet van uitgaat, dat het kapitalisme op zich goed functioneert is de morele stroming, die ter discussie stelt of de tegenstelling tussen arm en rijk op zich verkeerd is. Wat is erop tegen, als maar iedereen te eten heeft? En uitwassen moeten bestreden worden door de mensen een goede moraal bij te brengen, door sociaal ondernemerschap, want ja, ook de kapitalisten moeten niet zo hebberig zijn en proberen zoveel mogelijk winst te maken. Sociale ondernemer zijn betekent, dat je sociaal voelend a la Bill Gates een deel van je fortuinen weggeeft en verdeelt onder de armen. In het verlengde daarvan liggen de initiatieven voor een sociaal kapitalisme. De 'sociale ondernemingen' schieten als paddenstoelen uit de grond. Heel andere uitgangspunten dan wanneer je het kapitalisme beschouwt als een productiesysteem van immanente onvolkomenheden, dat uit zichzelf als het ware de stagnatie van de samenleving organiseert.
Een oude gedachte
Marx analyseerde de immanente tegenstrijdigheden van het kapitalisme als systeem van productie. Centraal in zijn theorien staat de arbeidswaardeleer. Het zou te ver voeren, dat verder hier uit te leggen, maar ook in die theorie is het kapitalisme een productiesysteem dat armoede, stagnatie, oorlog en ellende produceert als uitvloeisel van de wetmatigheden in de productie. Het is onmiddellijk duidelijk dat uitgaan van de immanente onvolkomenheden van het productiesysteem zelf een adequate kritiek oplevert op de stromingen, die stagnatie zoeken in externe factoren of de moraal, of de mens als beest, dat altijd in ons sluimert. Je leidt dan de aandacht af van het feit, dat het kapitalisme als productiesysteem minstens net zo’n groot probleem is. Dat de tegenstellingen tussen arm en rijk, en de concentratie van rijkdom in handen van zeer weinigen niet zozeer het gevolg zijn van de moraal, of externe factoren, maar inherent zijn aan het kapitalistisch productiesysteem en dat dus eerst dat productiesysteem ter discussie gesteld moet worden alvorens te werken aan een rechtvaardiger maatschappij. Het is een weerlegging van de Amerikaanse droom, die verwoord dat iedereen de maarschalksstaf in zijn ransel heeft. Iedereen kan hogerop komen, als je maar wil, als je maar de goede ondernemersmentaliteit hebt. Iedereen krijgt kansen in het kapitalisme, grijp die! Nee, zegt nu Piketty, op basis van een indrukwekkende historische analyse, wanneer het kapitaal zich concentreert in handen van een steeds kleinere elite, stagneert de samenleving, neemt de sociale mobiliteit af, worden de kansen voor mensen hogerop te komen en/of zich te ontplooien minder. Het gevolg is stagnatie van de gehele maatschappij.
stagnatie en gebrek aan sociale mobiliteit
Bij steeds grotere ongelijkheid in bezit en inkomen komt er een rem op de economische groei omdat rijken hun geld nog slechts gedeeltelijk besteden in de economie en de rest oppotten. Grote ongelijkheid is een gevaar voor de democratie en politieke invloed van alle burgers: rijken kunnen de duurste advocaten en lobbyisten inhuren en met geld invloed kopen om wetten aangenomen te krijgen die zij willen. Mensen met een laag inkomen hebben geen reserves. Bij een tamelijk geringe tegenslag komen ze al in de problemen of schulden die alle tijd en energie opslokken. Mensen met weinig inkomen investeren ook minder in scholing en opleiding voor zichzelf en hun kinderen waardoor ze niet hogerop kunnen komen. Grote ongelijkheid remt de sociale mobiliteit. Maar er is ook een tendens dat de middengroepen verdwijnen. Langzaam in de loop der jaren opklimmen in de maatschappij of het bedrijf waar je werkt wordt steeds moeilijker. Het wordt steeds meer: alles of niets. Piketty is niet de eerste die op deze tendenzen gewezen heeft. Reeds de historicus Jan Romein formuleerde de wet van de remmende voorsprong: Een bedrijf of organisatie, kan een product met grote innovatieve waarde ontwikkelen en daar winsten mee maken, maar daarna in de verleiding komen op de inkomsten te blijven teren en noodzakelijke investeringen voor innovatie te veronachtzamen. In de tijd van Romein bestonden grote verschillen tussen verschillende delen van de wereld waardoor hij veronderstelde, dat dan elders de op hun lauweren rustende ondernemingen zouden worden voorbijgestreefd. Wanneer echter de concentratie van steeds meer toenemende rijkdom in handen van weinigen wereldwijd is, kan dit teren op de inkomsten algemeen worden en vernieuwende ontwikkelingen tegenhouden.
Daarmee wordt ook een kritiek geformuleerd op strategien om mensen aan de onderkant van de samenleving zelfredzaam te maken en te ontwikkelen door aan hun gedrag te sleutelen. Bijvoorbeeld de reintegratie cursussen voor werklozen, eigen kracht conferenties, etc. Werklozen ervaren aan den lijven dat het zo niet werkt, dat om een hen soms onbekende redenen of door de grote massawerkloosheid het hogerop komen niet lukt, dat er op de een of andere manier factoren in het spel zijn die dat belemmeren, die buiten henzelf liggen. Marxistische theorien waren in het verleden explosieve kritieken op de ideologie van de self made man die iedereen kan worden, op de plaats van de moraal in het discours van de verdedigers van het kapitalisme.
Piketty
En nu is er Piketty. Beslist geen marxist, hij zet zich expliciet af tegen de hiervoor genoemde arbeidswaardeleer. Ook bij Piketty tendeert het kapitalisme uiteindelijk naar een nieuw evenwicht alleen…. hier gaan vele decennia overheen. En in die periode stagneert de samenleving, de economie. En moeten miljoenen in ellende leven.
Piketty zegt zelf, dat vermogensongelijkheid helemaal niet erg is, dat het in Europa nog geen probleem is, de concentratie van vermogens, en dat we blij moeten zijn dat we zoveel vermogen hebben, er moeten hooguit kleine belastingen komen op die vermogens. Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, trekt hij dus geen radicale politieke conclusies uit zijn eigen verhaal. Waarom doet hij dat? Is dit een bewuste strategie van hem, terwijl hij wel weet, dat het probleem veel groter is? Het is in strijd met de urgentie van de analyses in zijn boek. Hij betoogt steeds, dat hij de vrije markteconomie lief heeft en dat hij houdt van het kapitalisme en dat hij in Oost Europa geweest is tijdens de val van de muur en dat hij dacht: hoe is het mogelijk, dat mensen voor zo' n systeem kiezen, ik wil dat nooit. Hierdoor is hij voor rechts zeer moeilijk met de traditionele middelen te bestrijden. Toch heeft hij een opzienbarend boek geschreven, waarin een fundamentele kritiek wordt geleverd op het kapitalisme. Echter, hem daarop wijzen, helpt niet. ' Ik hou van het kapitalisme, zegt Piketty, ik wil het helemaal niet afschaffen. Ik lever er alleen kritiek op' . Wat is eigenlijk het doel van Piketty? Wellicht het volgende. In verschillende interviews geeft hij aan, dat we volgens hem historisch belast zijn met de tegenstellingen tussen Oost en West, met de koude oorlog, met het mislukken van het communistisch experiment in Oost-Europa. Hij geeft aan, dat we eigenlijk een beetje collectief opgehouden zijn met denken. Rechts en links zijn de afgelopen decennia met de opkomst van het neoliberalisme een soort psychologische oorlogvoering begonnen op basis van de tegenstellingen in het verleden. Piketty wil dat doorbreken.
Geen politieke strategie
Maar een politieke strategie om de hervorming van het kapitalisme door te voeren staat niet in de dikke pil van Piketty. Al op de eerste bladzijden kun je hem op een tegenstrijdigheid betrappen. Aan de ene kant zegt hij, dat de kwestie van de ongelijkheid van rijkdom, kapitaal, inkomen heeft geleid tot zelfs gewelddadige politieke conflicten en dat de wetenschap niet in staat is deze conflicten te verzachten of te modereren. Aan de andere kant stelt hij zijn hoop op die wetenschap en de democratie en dat die in staat zullen zijn de regie van de democratie over het kapitalisme te herstellen, voorzover die regie is verdwenen en dat daarom een rationele oplossing zal worden gekozen en dat de kladderedatsch die Marx voorspelde van revolutie of oorlog zal worden voorkomen. In dit verband stelt hij, dat wetenschappelijke economische inzichten al veel goed werk hebben gedaan. Wat is het nu? Kan de wetenschap ons verder helpen, of niet? En zo niet, hoe kunnen wij een verandering bewerkstelligen? Een echt nieuw antwoord zul je in het boek van Piketty niet vinden.
Piet van der Lende
Labels:
inkomenspolitiek,
macro-economie,
minimabeleid,
neoliberalisme
woensdag 12 februari 1997
Reactie op ingezonden brieven in Het Parool van de wethouder en de directeur van de Sociale Dienst
In Het Parool van donderdag 6 februari 1997 en van dinsdag 10 februari
hebben respectievelijk Hans Denijs, directeur van de sociale dienst in
Amsterdam en wethouder Jaap van der Aa, verantwoordelijke wethouder voor de
dienst, hun commentaar gegeven op de hoorzittingen in de Tweede Kamer over de
nieuwe bijstandswet. Hieronder een commentaar, dat niet is gepubliceerd.
Ik ben blij dat van hoog tot laag het armoedeprobleem eindelijk
serieus wordt genomen en dat de schrijvers voorstander zijn van ruimere
financiële armslag voor de gemeenten om de armoede te bestrijden. Maar
tegelijkertijd getuigt hun visie van verouderde opvattingen over de toekomst
van de sociale zekerheid.
De heer Denijs begint met te stellen, dat we in een beschaafd land
leven. We hebben de ruimtelijke ordening in de hand, een zorgvuldige
euthanasie-wetgeving en ook de sociale zekerheid is een fundament onder onze
beschaving. In andere landen hebben ze dat niet zozeer. Deze sociale zekerheid
moet drastisch gewijzigd worden. Betere sturing, betere beheersbaarheid en
vooral ook betaalbaar houden. Met de inhoud van de nieuwe bijstandswet is niets
aan de hand. Het is een pijler onder de nieuwe sociale zekerheid. Het gaat er
nu om hem goed uit te voeren. Er zijn echter nog enkele beren op de weg, die de
beleidsmakers hebben uitgestippeld om onze beschaving te handhaven. Dat zijn in
de eerste plaats de langdurig werklozen en de fraudeurs, en de mensen die wel
kunnen werken, maar dat niet willen. Zij veroorzaken, dat de kosten van de
bijstand 'gierend' uit de hand lopen, ze maken het stelsel onbetaalbaar. De
langdurig werklozen mogen wel in de bijstand blijven, want zij kunnen niet
werken. De wetgeving van de beleidsmakers is goed. In de tweede plaats is het
probleem, dat de wetgever geen rekening houdt met de uitvoeringspraktijk. Er is
geen 'task force' voor het maken van een uitvoeringsstrategie. En dus loopt de
uitvoeringsorganisatie vast. De boodschap van de heren is duidelijk: de
uitgangspunten van het (lokale) beleid zijn goed, alleen de vele taken de die
gemeente worden opgelegd (uitstroom naar betaalde arbeid, fraudebestrijding)
moeten leiden tot meer geld voor de uitvoeringsorganisatie. Ik zal niet
uitgebreid ingaan op de visie van de heer De Nijs over onze beschaving, hoewel
ik het niet met hem eens ben. Er valt wel wat te zeggen over de vraag, of we
onze ruimtelijke ordening in de hand hebben en of de Betuwelijn wel onder de
grond wordt gestopt. Ook spreekt uit zijn visie het klassieke
superioriteits-besef, dat veel westerse beleidsmakers kenmerkt: 'wij' zijn of
'Nederland' is beschaafd, in andere landen schieten ze mekaar dood, omdat 'ze'
niet beschaafd zijn.
fraude
Ik wil het hebben over de visie van de heer Denijs op de cliënten van
de sociale dienst en de feiten die hij debiteert. Het beleid is goed, alleen de
mensen in de bijstand kunnen en of willen niet. Ze frauderen, of hebben een
gebrek. Daarom moet er flink aan hen gesleuteld en gecontroleerd worden, en
daarom moet er meer geld komen voor de uitvoeringsorganisatie In enkele zinnen
wordt een koppeling gelegd tussen de betaalbaarheid van de sociale zekerheid en
het gedrag of de eigenschappen van mensen in de bijstand. Laten we nog eens
naar de prioriteiten in het overheidsbeleid kijken.
De 'omvangrijke' fraude zou de betaalbaarheid van onze sociale
zekerheid in gevaar brengen. Denijs noemt geen cijfers. Dus doe ik dat maar.
Het CBS heeft in het kwartaalbericht rechtsbescherming en veiligheid 96/2 een
artikel gepubliceerd, dat bij mijn weten het belangrijkste op feiten gebaseerde
overzicht is. Het artikel is geschreven door D. Koper en R.P.C. Baak. Een
onthullend artikel over de effecten van het overheidsbeleid bij de bestrijding
van fraude. In 1995 werd door de sociale diensten 226,58 miljoen aan fraude
gekonstateerd. Dit jaarlijkse bedrag is tussen 1992 en 1993 opmerkelijk
gestegen, evenals het aantal fraude gevallen, vooral als gevolg van de
belastingsignalen. Opmerkelijk is dat absoluut de stijging van het aantal door
de uitvoeringsorganen vastgestelde fraudegevallen vooral plaatsvindt in de
categorie onbekend (nihil) en minder dan zesduizend gulden als fraudebedrag.
Voor de omvang van de schade zijn vooral de fraudegevallen uit de
schadecategorie twaalfduizend en meer gulden van belang. Ongeveer driekwart van
het totale schadebedrag komt voor rekening van fraudeurs uit deze categorie. De
omvang van dit fraudebedrag stijgt door de jaren heen nauwelijks, ondanks de
verhalen in de pers over de toenemende fraude van grote criminele organisaties.
Ik pleit niet voor een grote uitbreiding van fraude, maar ik trek uit
deze cijfers wel twee conclusies. Ten eerste is het aantal fraudeurs zeer
beperkt; ongeveer 79 op de 1000 bijstandsgerechtigden fraudeert. Denijs heeft
het alleen over omvangrijke fraude, maar in ieder geval is het kletskoek als
hij bedoelt dat de huidige omvang van de kleine fraude (de bijklussende
bijstandsvrouw) de betaalbaarheid van de sociale zekerheid in gevaar brengt.
Driekwart van het schadebedrag komt voor rekening van de grote fraudeurs.
En hiermee kom ik op mijn tweede conclusie. De overheid (de heer Denijs
incluis) baseren hun beleid van fraude bestrijding op onjuiste uitgangspunten.
De fraude is omvangrijk, en brengt de betaalbaarheid van de sociale zekerheid
in gevaar. Dus trekt de overheid alle registers open om alle
bijstandsgerechtigden steeds strenger te controleren en om de bijklussende
bijstandsvrouw, een minderheid onder de bijstandsgerechtigden te achtervolgen
en op te sporen. Uitgebreide inzet van buitendienst ambtenaren, sociale
rechercheurs, wat niet al. Daarom meer geld voor de uitvoeringsorganisatie.
En.. de grote criminele organisaties waarover Bart Middelkoop in deze krant
schrijft en die de bijstand als dekmantel gebruiken voor hun criminele
activiteiten blijven buiten schot. Een uitvoeringsprobleempje of fundamenteel
verkeerde keuzen in de prioriteiten van het beleid, waarvoor ook de lokale
overheid verantwoordelijk is?.
kosten van bijstand.
De heer Denijs veronderstelt ook, dat de kosten van de bijstand
'gierend' uit de hand lopen, waarbij dit ook weer gekoppeld is aan het gedrag
en de eigenschappen van bijstandsgerechtigden. Laten we weer eens naar het
beleid en de cijfers kijken. Het aantal bijstandsgerechtigden stijgt licht,
maar ligt al jaren rond de half miljoen. Het bedrag aan bijstandsuitkeringen is
de afgelopen vijf jaar gestegen van 11 miljard naar 13 miljard per jaar, voor
een groot gedeelte een gevolg van de (onvoldoende) stijging van de uitkeringen
als compensatie voor de inflatie.
Wel zijn er prognoses, dat de kosten van bijstand voor de gemeenten de
komende jaren met 23% zullen stijgen. Dit is echter een gevolg van het feit,
dat de gemeenten een groter deel van de bijstand zelf moeten financieren (er
moet 380 miljoen op de bijstand worden bezuinigd) en omdat elders in de sociale
zekerheid ook fors wordt bezuinigd waardoor meer mensen een beroep op de
bijstand moeten doen. (de invoering van de nieuwe Algemene Nabestaanden Wet).
Hoezo armoedebestrijding?. De verlaging van de norm-uitkeringen en het
toeslagenbeleid, waarbij de gemeenten een toeslag zelf moeten gaan financieren,
is de opmaat van nieuwe bezuinigingen, waarbij de gemeentelijke bestuurders bij
het doorvoeren daarvan naar Den Haag kunnen wijzen. Op de inhoud van die wet
valt heel wat aan te merken, maar dan zou dit artikel veel te lang worden.
arbeidsethos
Ook het aantal langdurig werklozen neemt toe, terwijl het aantal
werklozen momenteel ongeveer gelijk blijft. Ook Amsterdam heeft daar geen
oplossing voor.
De heer van der Aa zegt, dat de gemeenten niet hebben te klagen over de
steun van het rijk om mensen weer aan het werk te krijgen. Dus daar kan het
niet aan liggen. Met de arbeidsbemiddeling in Amsterdam gaat veel fout vooral
als gevolg van een gebrek aan visie van de lokale bestuurders. De
arbeidsbemiddeling in Amsterdam zit hopeloos verstopt. Belangenorganisaties
hebben de afgelopen tijd bijeenkomsten in verschillende buurten georganiseerd
en daarbij kwam het volgende naar voren.
Sommige uitkeringsgerechtigden hangt de voortdurende dreiging van een
korting boven hun hoofd als ze niet solliciteren. Ook als duidelijk is, dat al
dat solliciteren niet tot resultaat zal leiden. De sollcitatieplicht en de
daaraan verbonden sancties leiden niet tot een nieuw perspectief op
bestaanszekerheid. De dreiging van sancties op de achtergrond weerhoudt
werklozen ervan, contact te zoeken met arbeidsbemiddelaars. Het belemmert zo
eerder activering dan dat zij deze stimuleert.
Aan de andere kant worden veel werklozen in de categorie van
onbemiddelbaar gestopt, terwijl ze vaak graag betaald werk willen en niet als
onbruikbaar aan de kant gezet. Er zijn maar liefst vier categoriën van
werklozen, waarbij de vierde categorie weer is ingedeeld in een stuk of twaalf
sub-categoriën. De sociale dienst zet werklozen onder druk, die (tijdelijk) tevreden
zijn met hun karige uitkering en het vrijwilligerswerk dat ze doen, waarbij ze
in een situatie van grote werkloosheid ruimte maken voor mensen, die graag
betaald werk willen maar minder kansen hebben. De sociale dienst en het
arbeidsbureau zouden meer energie moeten steken in het ondersteunen van de
laatste categorie.
Terwijl Utrecht kiest voor een frisse aanpak, in de voorwaarden
scheppende sfeer, die vele werkzoekenden ook op korte termijn perspectief
biedt, kiest Amsterdam voor de doodlopende weg. Alle energie en financiële
middelen worden ingezet om een kleine groep aan betaald werk te helpen. Op 18
februari zal tijdens een feestelijke bijeenkomst worden gevierd, dat 875
moeilijk plaatsbare werkzoekenden via maar liefst zeven toeleidingscentra na intensieve
begeleiding aan arbeidsbemiddeling kunnen worden overgedragen. (Daarmee hebben
ze nog geen werk). En er zijn 50.000 langdurig werklozen in Amsterdam, dus dat
schiet op. Ik pleit niet voor het opheffen van deze bemiddeling, maar de
cijfers maken wel duidelijk, dat er meer zal moeten gebeuren in de voorwaarden
scheppende sfeer, waarbij de langdurig werklozen nu eens niet worden benaderd
als mensen met een gebrek, maar als mensen, die iets kunnen, die misschien
vrijwilligerswerk doen, zich nuttig maken voor de maatschappij, waarvoor op
korte termijn waardering en erkenning van de overheid tegenover staat zoals
vrijstelling van de sollicitatieplicht en een premie.
Maar bij het premiebeleid voor vrijwilligers is een beperkt bedrag
uitgetrokken, het beleid is op dit punt nog niet van de grond gekomen en
Amsterdam houdt strak vast aan de sollicitatieplicht, waarbij ook weer kleine
groepen tijdens een korte periode van intensieve trajectbegeleiding worden
vrijgesteld.
Wethouder van der Aa houdt vast aan het klassieke arbeidsethos: alleen
betaald werk is echt belangrijk, het geeft niet wat. Dit weerhoudt hem ervan,
een beleid te ontwikkelen dat vele langdurig werklozen op korte termijn
perspectief biedt en dat de sociale zekerheid werkelijk vernieuwd door een
andere opvatting welke arbeid belangrijk is en welke niet.
de wethouder
Wethouder van der Aa sluit zich aan bij het betoog van Denijs waarbij
de nadruk wordt gelegd op de uitvoeringsproblemen, die een gevolg zijn van te
weinig geld hiervoor van het rijk. Vervolgens benadrukt hij het belang van
bijzondere bijstand en legt hij uit, dat Amsterdam al veel doet om de
toenemende armoede in de stad te bestrijden. Maar Amsterdam heeft nu zijn
financiële grenzen bereikt. De heer van der Aa trekt uit de toenemende armoede
niet de conclusie, dat het sociale minimum in de bijstand moet worden verhoogd,
zoals men in Groningen en ook vele van zijn partijgenoten wel doen. Hij kiest
voor een uitbreiding van de bijzondere bijstand, dat lapmiddel, een methode die
veel energie en geld voor de uitvoering kost, en dat met een sociale dienst
waar de automatisering mislukt is (gevolg van het rijksbeleid?) en waar de
ambtenaren alle energie nodig hebben om de bijstandsgerechtigden te
controleren, en nog eens te controleren, en nog eens...
Aardig is de opmerking, dat hulpverleners en belangenbehartigers de
armoede uit de dagelijkse praktijk kennen, en dat daarom op lokaal niveau snel
en adequaat gereageerd wordt om de problemen die de armoede veroorzaakt aan te
pakken. Gelukkig erkent wethouder van der Aa nu ook, dat er een toenemend
armoedeprobleem in de stad is en dat er meer maatregelen moeten komen om de
armoede te bestrijden. Maar dit is niet zomaar gegaan. De gemeentelijke
bestuurders hebben zelf dit probleem slechts schoorvoetend erkent, in de
afgelopen jaren. Reeds enkele jaren geleden is vanuit ons komitee erop gewezen,
dat de gemeente drie pijlers onder zijn beleid had, nl de onderwijsnota, de
ekonomische nota en het plan, om mensen aan het werk te helpen. Wij zeiden; er
ontbreekt een vierde pijler, nl de armoedebestrijding voor mensen die nooit
meer kunnen of hoeven te werken. Pas na lang aandringen is er een
armoedeconferentie gekomen, en werden maatregelen op stapel gezet om tot
bestrijding van armoede over te gaan. En nu nog malen de molens langzaam. Pas
dit voorjaar, dwz meer dan een jaar na de armoedeconferentie, komt er een 'armoedenota' waarin de belangrijkste maatregelen worden opgesomd. Snel en
adequaat reageren op lokaal niveau is dit niet.
Piet van der Lende
dinsdag 3 december 1996
Burgemeester Patijn op bezoek bij Bijstandsbond d.d 4 december 1996
1. Welkomstwoord met inleiding door Piet.
Het gaat al jaren bergafwaarts met de
inkomenspositie van de minima. De meningen zijn verdeeld over de mate, waarin
de armoede toeneemt. Alle onderzoekingen tonen echter aan, dat de mensen die
langdurig op een minimum zijn aangewezen steeds armer worden. Nader onderzoek
naar de positie van de minima is noodzakelijk. Onbegrijpelijk, dat het
onderzoek, dat op de armoedeconferentie is toegezegd, en waarvoor ook
probleemstellingen in het verslag van de armoedeconferentie zijn geformuleerd,
nog niet plaatsvindt. Dergelijke onderzoekingen zouden in feite de basis van
het beleid moeten zijn. Er wordt te weinig aan minimabeleid gedaan. Het gaat
zowel op rijks-als gemeenteniveau om beperkte lapmiddelen, die geen structurele
oplossing betekenen. Een voorbeeld is de uitbetaling van fl 50,- voor mensen
met huursubsidie. De regeling is voor een beperkte groep en wat gebeurt hiermee
volgend jaar?
Ook op het spreekuur van de Bijstandsbond
wordt het steeds drukker; er komen steeds meer mensen in noodsituaties, die
soms niet meer bij ons weg willen gaan voor er een oplossing is bereikt. De
vrijwilligers bij de Bijstandsbond komen zo steeds meer onder druk te staan.
Als dat zo doorgaat, komt er een tijd, dat we dit werk niet meer kunnen doen.
Veel mensen raken in een stress, omdat ze
voelen, dat de basis van hun bestaan: eten, een bed en een dak boven je hoofd-
begint te schuiven. Onze ervaring is, dat hulpverleningsinstellingen in het
algemeen en de sociale dienst in het bijzonder totaal niet zijn gericht op het
tijdig opvangen van mensen, zodat ze niet terecht komen in een fatale spiraal
naar beneden. Stopzetting van de uitkering in het kader van de nieuwe
bijstandswet, omdat er is bijverdient of omdat de computer de nieuwe gegevens
niet kan verwerken, of om andere redenen kan vaak moeilijk ongedaan worden
gemaakt. Dit neemt vaak vele weken in beslag. Ook de tijd tussen het tijdstip
van aanvraag van een uitkering en de defintieve beschikking neemt veel te veel
tijd in beslag. Mensen met dreigende schulden, die hun huis kwijt dreigen te
raken, worden niet op tijd geholpen. Een schrijnend voorbeeld is de brief, die
wij u aan het eind van de discussie zullen aanbieden, van een meneer uit
Amsterdam-Noord, die al een half jaar zonder gas en licht zit.
Hulpverleningsinstellingen zijn vaak
moeilijk toegankelijk, of beperken zich alleen tot de afhandeling van een
bepaald aspect van het probleem. Wat betreft het energiebedrijf en de woningbouwverenigingen
en andere huisbazen kan worden gesteld, dat zij zich zeer strak opstellen en
dat zij vaak nauwelijks willen meewerken aan een oplossing. In Zuid-Oost
proberen louche particuliere schuldbemiddelingsburo's de mensen helemaal uit
te kleden. Een voorbeeld daarvan is Crecencia.
Uiteindelijk komen mensen in onoplosbare
situaties terecht en kan huisuitzetting en dakloosheid volgen. Het gaat echter
om het opolssen van problemen in een voorgaande fase, het preventieve beleid.
De gemeente moet in de eerste plaats bij het rijk sterker aandringen op
maatregelen, ook in de openbaarheid, om verbeteringen tot stand te brengen.
Meer reageren, bijvoorbeeld met de wet boeten en maatregelen. Protest laten
horen. Vaak gaat het uitoefenen van invloed langs omwegen, bijvoorbeeld de VNG
of DIVOSA. Dit neemt vaak veel tijd in beslag. Deze burokratische besluitvormingsprocedures
moeten worden doorbroken. De gemeente moet meer aan de weg timmeren om de
uitzichtloze positie van mensen op het minimum aan de orde te stellen.
Ook door de gemeente wordt gesteld, dat
werk uiteindelijk de beste oplossing is om uit de armoede te komen. De
werkloosheid blijft echter hoog, ondanks de invoering van de additionele
arbeid. Voor velen is betaalde arbeid nooit meer weggelegd, zoals ouderen,
arbeidsongeschikten en langdurig werklozen. De sociale dienst is hier in haar
beleidsnota veel te positief over. Voor deze kategorie moet er een verbetering
van het inkomen komen. Overigens geldt dit ook voor veel werkenden. Er zijn ook
werkenden die langdurig aangewezen zijn op een minimuminkomen. Een voorbeeld
is de melkertregeling. Velen komen daardoor niet uit de financiële problemen,
terwijl er geen kans op doorstroming bestaat. Daarnaast moeten er meer faciliteiten
komen om zonder burokratische procedures vrijwilligerswerk te doen met een
premie. De gemeente heeft in haar beleidsnota sociale zekerheid een eerste
aanzet toe gemaakt, maar alles dreigt weer te verzanden in incidentele
projekten die burokratisch zijn opgezet.
- een goed minimabeleid moet nu echt van
de grond komen op basis van een gedegen onderzoek. Zie verslag armoedeconferentie
en beleidsnota is verschillend.
- meer mogelijkheden om een HBO-opleiding
te volgen
- automatische kwijtschelding
gemeentelijke heffingen
- verbetering bijverdiensteregeling
(herstel van de oude regeling)
- verruiming bijzondere bijstand naast de Amsterdam plus voorziening.
Zie beleidsnota sociale zekerheid
- meer mogelijkheden voor
uitkeringsgerechtigden om met vrijstelling van sollicitatieplicht en een
premie vrijwilligerswerk te doen (zie voorwaarden reaktie beleidsnota)
- Verbetering van de organisatie van de
sociale dienst, waarbij ambtenaren tijd hebben voor hun cliënten en
uitkeringen niet te pas en te onpas worden stopgezet.
- Uitbreiding van de steun aan het
noodfonds.
- Verbetering van de schuldhulpverlening;
in zijn algemeenheid geldt, dat de samenwerking tussen instellingen moet
verbeteren.
- Arbeidsbemiddeling meer afstemmen op de
wensen en mogelijkheden van de cliënten. Mensen, die graag betaald werk
willen, helpen en anderen die tijdelijk tevreden zijn met een uitkering en
vrijwilligerswerk doen daartoe de mogelijkheden geven.
woensdag 10 april 1996
Gesprek van Komitee Amsterdam tegen Verarming met Cees Hulsman, gemeenteraadslid voor Groen Links, 10-04-1996 op het stadhuis
Wij stellen de vraag, of het waar is dat
op de voorzieningen in de buurten zoals het sociaal-cultureel werk, de buurthuizen
en de wijkopbouworganen in het nabije verleden drastisch bezuinigd is en of wij
op de minimaconferentie aan de orde kunnen stellen, dat dit teruggedraaid moet
worden, omdat de voorzieningen niet op peil blijven.
Cees antwoordt, dat de bevoegdheden van de
centrale gemeente voor de uitgaven ten behoeve van welzijnsinstellingen tot nul
zijn teruggebracht. Bij de instelling van de stadsdeelraden is destijds een
eenmalig bedrag vastgesteld. Later is nog een poging gedaan, vast te stellen of
dit bedrag wel juist was, door een poging te doen, de uitgaven van de
stadsdeelraden te vergelijken met de uitgaven voor dit beleidsonderdeel bij
zelfstandige gemeenten. Dit was moeilijk, omdat zelfstandige gemeenten meer
zelfstandige taken hebben. Maar je kunt toch zeggen, dat gepoogd is, de
verschillende taken zodanig uit te splitsen, dat een vergelijkbaar beeld
ontstond. Het ging bij deze discussie overigens niet zozeer om het totale
bedrag dat van de centrale gemeente komt, maar om de verdeling tussen de
stadsdelen. Daarvoor zijn toen criteria bedacht. Er wonen zoveel allochtonen,
zoveel minima, zoveel werklozen, zoveel ouderen, en daar zijn die en die
voorzieningen voor nodig. Op basis van die criteria is een sleutel bedacht voor
de verdeling over de stadsdelen. Dat was in totaal dus niet een lager bedrag
dan de gemeente uitgaf. Maar, zeiden de stadsdelen, jullie geven ons
schoolgebouwen en zwembaden met achterstallig onderhoud, daar moet geld bij.
Toen is het bedrag tijdelijk verhoogd met wat wel genoemd werd de "Etty-gelden".
Er is eigenlijk vanuit de centrale stad
niet rechtstreeks op welzijnsvoorzieningen bezuinigd wat het bedrag betreft,
maar er is op twee andere fronten wel fors bezuinigd:
1. Tijdens het proces van decentralisatie
zijn de bijdrage van de gemeente aan het onderwijs boven de rijksgelden die in
totaal 80 miljoen bedroegen, drastisch teruggeschroefd. Er is 60 miljoen vanaf
gegaan. De bijdrage is nu dus 20 miljoen. Het argument daarvoor was, dat het de
bedoeling was, dat met die gelden iets extra's gedaan werd, naast het gewone
schoolprogramma, maar dat gebeurde nauwelijks, de scholen beschouwden het
gewoon als een vaste inkomstenbron naast alle andere voor het reguliere
schoolprogramma. De bestuurders vroegen zich af wat dan het effect van zo'n
bijdrage zou zijn naast de gigantische rijksbijdragen die misschien wel in de
miljarden loopt. In dit opzicht hebben de stadsdelen dus een bezuinigingstaak
opgelegd gekregen. Maar ze waren/zijn vrij, om die bezuinigingen naar eigen
goeddunken uit te voeren. Ze hoeven niet perse op onderwijs te bezuinigen.
Sommige stadsdelen hebben de bezuinigingen gevonden door efficiency en
effectiviteitsmaatregelen. Andere stadsdelen zijn in diverse posten gaan snijden:
welzijnsvoorzieningen, straten, onderwijs.
2. Het decentralisatieproces naar de
stadsdelen toe was ook een gigantische bezuinigingsoperatie op het
ambtenarenapparaat naar de stadsdelen toe in de apparaatssfeer. Ook hier was
het probleem, dat als de stadsdelen er niet in slaagden, te bezuinigen op het
apparaat, dat het dan bijvoorbeeld uit de vuilnisophaal moest komen.
In het begin wilden de stadsdelen de
buurtbewoners niet voor het hoofd stoten en is er relatief weinig bezuinigd op
welzijnsvoorzieningen. Zo zijn er in het begin bijvoorbeeld kinderopvangvoorzieningen
gerealiseerd. later werd dit minder omdat er bezuinigingstaakstellingen op de
stadsdelen afkwamen. Een derde van het totale budget van de gemeente gaat naar
de stadsdelen, dus als de gemeente een bezuinigingstaakstelling vaststelt,
moeten de stadsdelen die ook voor een derde dragen. In sommige stadsdelen is
dus wel bezuinigd op sociaal-cultureel werk, in andere weer niet.
3. De stadsdelen zijn ook
verantwoordelijk voor het maatschappelijk werk. Er is daar niet echt
bezuinigd, maar aan de andere kant zijn allerlei noodzakelijke uitbreidingen
ook niet uitgevoerd. Sommige stadsdelen zijn erin geslaagd de kwaliteit van de
dienstverlening toch te verbeteren, door bijvoorbeeld ouderenzorg,
maatschappelijk werk, sociaal raadslieden etc. onder te brengen in een
voorziening. Dan kun je besparen op de overheadkosten, omdat al die clubs niet
volledig zelfstandig zijn maar bij elkaar in een gebouw zitten.
Groen Links gaat een armoedenota
uitbrengen, waarin wordt gevraagd, het maatschappelijk werk weer op peil te
brengen. Het maatschappelijk werk, dus de stadsdelen, hebben een belangrijke
taak in de budgettering en de schuldhulpverlening, waarbij contracten zijn
afgesloten met Crediam, dat zij de onderhandelingen met de schuldeisers doen,
en het maatschappelijk werk de verdere hulpverlening, in samenwerking met het
STIB.
Wij stellen de vraag, of niet kan worden
gezegd, dat allerlei grootschalige projekten, zoals de Noord-Zuid lijn van de
metro betekenen, dat er minder geld is voor de minima, of dat de gemeentelijke
lasten omhoog moeten. Uit de nota "Amsterdam naar 2000" dat de basis
was voor de onderhandelingen over de VINEX-akkoorden bleek, dat de
financieringsstruktuur voor die grote projecten gebrekkig was, en dat er
bezuinigd moest worden in de reguliere begroting om alles rond te krijgen.
Naast de grote rijksbijdragen werd immers ook een substantiële bijdrage van de
gemeente Amsterdam gevraagd. Er is, luidt dan de conclusie, geen geld voor de
minima, er komen nieuwe bezuinigingen op ons af.
Cees is het niet eens met deze
redenering. Bij de planning van de aanleg van Nieuw-Oost is een afweging
gemaakt van de kosten en baten. Dit project wordt geheel gefinancierd uit de
verkoop van de kabel. De woningbouwverenigingen waren aandeelhouder van de
kabel, en zij gebruiken het geld om te bouwen in Nieuw Oost. Dit heeft
verschillende voordelen. Er ontstaat een wijk, waar mensen willen wonen, die
anders zouden wegtrekken uit de stad. Deze rijkeren kunnen ook een bijdrage
leveren aan de gemeentefinanciën, en bovendien is het zo, dat daardoor het
inwonertal van de gemeente weer wat groter wordt en dus de bijdrage uit het
gemeentefonds. Zo is een afweging gemaakt van wat levert het op en wat kost
het. Er zijn nog andere voordelen. Als de mensen die in Amsterdam werken hier
ook blijven wonen, heeft dat consequenties voor de reisafstanden, het gebruik
van de auto. Mensen wonen dan niet buiten de stad.
Wat betreft de Noord-Zuid lijn wordt een
5 procentsbijdrage gevraagd van de gemeente Amsterdam. Dat betekent op een
begroting van een miljard ongeveer 50 miljoen. Daarvoor is in de
gemeentebegroting wel ruimte te vinden door geld te lenen, waarbij je aan rente
en aflossing jaarlijks 6 of 7 miljoen moet betalen, gespreid over een groot
aantal jaren. Je kunt op dit moment zeggen, dat door de drastische
bezuinigingen met name op het ambtenarenapparaat, die hiervoor werden genoemd,
de gemeente aardig financieel rond komt en dat er voor nieuw beleid jaarlijks
toch wel zo'n 10 tot 20 miljoen beschikbaar komt, het ene jaar wat meer, het
andere jaar wat minder.
Wij brengen naar voren, dat de
rijksbijdrage aan het gemeentefonds toch drastisch wordt teruggeschroefd. Ook
dit heeft volgens Cees voor Amsterdam weinig consequenties, want er vindt
tegelijkertijd een verschuiving in de verdeling van de gelden plaats, waardoor Amsterdam veel meer geld krijgt en andere gemeenten minder, zoals Amstelveen.
Het rijk zegt, als jullie die bezuinigingen willen opvangen, dan moeten jullie
de onroerend goed belasting maar verhogen op de duurdere huizen van de mensen
met hogere inkomens.
Wij zeggen dat dan hierop doorredenerend
onze bijdrage aan het minimadebat niet zou moeten zijn, er wordt ontzettend
veel bezuinigd, er is nergens geld voor, alles wordt minder, we zijn tegen al
die bezuinigingen, maar er is nu ruimte in de gemeentelijke begroting voor een
anti-armoedebeleid, Amsterdam doe er wat mee. Cees is het daarmee eens. We
moeten erop letten dat we niet links gepasseerd worden door De Grave. Die heeft
al gezegd, dat er meer mogelijkheden komen voor kwijtschelding van
gemeentelijke heffingen. Groen Links is ten eerste voorstander van een daluren
kaart op de tram, die je kunt kopen met de stadspas. Dan zou je pas wat aan die
pas hebben. Bovendien zou de maatregel kunnen worden genomen, dat mensen in de
bijstand automatisch kwijtschelding krijgen van gemeentelijke heffingen.
Verder zouden wij op de conferentie aan
de orde kunnen stellen: de stadsdelen moeten voor goede voorzieningen zorgen,
en voor een goede schuldhulpverlening. Loopt dat wel goed? We zouden kritiek
daarop naar voren kunnen brengen en daarmee de relatie stadsdelen-centrale
stad, of er wel genoeg geld voor komt. Bovendien wat die voorzieningen op
bijvoorbeeld sociaal-cultureel terrein betreft: de gemeentelijke sociale dienst
en de wethouder zitten op de lijn van de sociale activering mensen moeten
gestimuleerd worden om betaald dan wel onbetaald werk te doen, cursussen te
volgen, etc. Wat je daar verder ook van vindt, zijn er in de buurten wel genoeg
voorzieningen, om voor en door al die mensen activiteiten op touw te zetten?
Over dit thema gaat Matrix binnenkort een conferentie organiseren.
Wij stellen de vrijstelling van de
sollicitatieplicht en de onkostenvergoedingen voor vrijwilligers aan de orde.
De gemeenteraad heeft uitdrukkelijk vastgesteld, dat deze vergoedingen voor
veel vrijwilligers zoals langdurig werklozen moeten gelden, dit is door het CDA
en Groen Links in de discussie aan de orde gesteld, maar niet verder in de
officiële stukken vastgelegd; het mag dus niet alleen gelden voor vrijwilligers,
die dit werk doen in het kader van een traject dat toeleidt naar de
arbeidsmarkt. Als dit door de sociale dienst te eng wordt geïnterpreteerd
zouden we dit in de vorm van een raadsadres aan de orde kunnen stellen. Dan
volgt er een discussie over in de gemeenteraad.
We stellen aan de orde, dat vergoeding
van duurzame gebruiksgoederen uit de bijzondere bijstand nu niet mogelijk is,
Cees vraagt, of wij dan een vergoeding willen of leenbijstand, waarvoor geen
rente hoeft te worden betaald. Wij zeggen, dat bijvoorbeeld iemand op een
minimum wier wasmachine na 5 jaar versleten is, een vergoeding moet krijgen uit
de bijzondere bijstand om een nieuwe aan te schaffen. We discussiëren verder
over het declaratiefonds, zoals dat in Dordrecht is ingevoerd. Zien wij iets in
een dergelijk fonds voor vergoeding van kosten van het maatschappelijk verkeer
ten bedrage van 100 tot 200 gulden per jaar bijvoorbeeld naast de stadspas?
Wij wel.
Verder onderzoekt Groen Links of er
categoriale toepassingen van de bijzondere bijstand mogelijk zijn, dat mag nu,
Groen Links denkt aan ouders met middelbare scholieren. Weten wij nog andere
groepen?
Een maatregel, om mensen die langer dan
een bepaalde periode in de bijstand zitten categoriaal een extra bijdrage te
geven wordt niet overwogen. Ine zegt, dat de balansuitkering in Rotterdam ook
mislukt is, omdat de criteria zo streng waren, dat slechts drie mensen ervoor
in aanmerking kwamen.
Wel overweegt Groen Links om de
draagkrachtberekeningen voor de bijzondere bijstand aan de orde te stellen, en
dan bijvoorbeeld dit voor mensen die langer in de bijstand zitten soepeler
uit te voeren. Of bijvoorbeeld ook voor mensen, die iets boven het minimum
zitten. Dit verlaagt de armoedeval.
We discussiëren verder over de koudetoeslag.
Cees zegt, dat daarover pas iets aan het eind van het jaar bekend is, als de
rekeningen van het energiebedrijf komen. Wij zeggen, dat die rekeningen bij
iedereen op een verschillend moment komen. Het hangt er maar vanaf, wanneer je
in de woning bent gekomen, de datum waarop het energiebedrijf begint te tellen
met 12 termijnen. Dat is bij iedereen verschillend en niet altijd aan het
einde van het jaar, er zijn nu al mensen die hoge rekeningen krijgen. Cees
zegt, dat hij graag voorbeelden van rekeningen van mensen zou zien, er zijn
wel allerlei gemiddelden en schattingen daarvan gemaakt, maar concrete
voorbeelden zijn belangrijk.
In de MUG heeft een artikel gestaan over
het Dordrechtse model bij tandartskosten. Cees overweegt, dit in Amsterdam ook
voor te stellen.
Natuurlijk komt de bijverdienregeling
weer aan de orde. Wij hebben daarover gezegd, dat men bij de helpdesk nABW ook
ten aanzien van de categoriale groepen, dus bijstandsvrouwen met kinderen
jonger dan 12 jaar, en gedeeltelijk arbeidsongeschikten zegt, dat het
individueel beoordeeld wordt, en dat er geen generieke regeling is waarop je
een beroep kunt doen. Cees is het met deze regeling eigenlijk helemaal niet
eens, maar als hij er toch is, moet het uitdrukkelijk alleen beoordeeld worden
ten aanzien van: is iemand wel geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt, en
heeft een bijstandsvrouw wel zoveel zorgen aan de kinderen, dat ze er niet
volledig bij kan werken. Als het antwoord ja luidt, moet de premieregeling
zonder meer worden toegepast. Als dit toch niet zo is, zouden we dit in de vorm
van een raadsadres aan de orde kunnen stellen.
Het is een beetje mistig, omdat Bea Erik
in de gemeenteraad op de valreep van de discussie nog een motie heeft
ingediend, waarbij de bijverdienregeling werd uitgebreid voor bijstandsvrouwen
met kinderen tot 12 jaar, indien de kinderen veel verzorging vergen. Komt dat
eigenlijk wel in de verordening? Verder punten zijn de uitkering aan jongeren,
die omhoog moeten, de verhuiskostenregeling voor ouderen.
Wij stellen aan de orde, dat er
moeilijkheden zijn met de verhuiskostenvergoeding voor gehandicapten, in het
kader van de WVG, die verhuizen van een niet- aangepaste woning naar een
aangepaste. Deze verhuiskosten worden soms niet vergoed, omdat men het geen vergoeding
vindt voor ergonomische aanpassingen in het huis. De verhuiskosten vallen
daarbuiten. Cees zal de aansluiting van bijzondere bijstand en WVG op dit punt
nader onderzoeken.
Tenslotte: de kwijtscheldingsnorm moet
naar 100% en dit zal ook wel gebeuren.
Wij brengen nog naar voren, dat we een
wetenschappelijk onderzoek willen naar de omvang van de armoede in Amsterdam.
Cees zegt, dat dit ook door de SP aan de orde is gesteld, en dat dit ook
uitstekend past binnen de armoedenota van Melkert, omdat daar wordt
geconstateerd, dat er over de armoede veel onbekend is.
PvdL 10-04-1996
Labels:
bezuinigingen,
bijstandswet,
minimabeleid,
sociale zekerheid
Abonneren op:
Posts (Atom)