Oude Engberink sprak over de divided cities, die overal in de
wereld ontstaan, waar de scheidingsprocessen dezelfde kenmerken hebben en alleen kwantitatief een verschil is ten aanzien
van de armoede. Deze divided cities concurreren met elkaar en
hebben dezelfde antwoorden op de problematiek: grootschalige
infra-structuur-projekten, om de investeerders en de gegoede
meerderheid van de bevolking te lokken middels koopflats e.d,
dus de mensen die het geld hebben. Ook de derde wereld steden
doen dat.
Er zijn twee boeken verschenen met de titel 'divided
cities'.
Het probleem is, dat we de gevangene zijn van ons eigen
systeem.
De steden moeten met elkaar concurreren, en kunnen niet een
andere weg opgaan, door bijvoorbeeld een extra belasting op de
grootschalige, kapitaal intensieve, hoogtechnologische industriën, omdat die dan naar een andere stad gaan.
Daarom benadrukt Pronk ook, dat er internationale samenwerking moet
komen, waarbij als het ware een soort mondiale overheid gaat
ontstaan middels netwerken, belastingen en overheidssteun, waarbij die ervoor zorgt, dat dit dilemma wordt doorbroken.
Pronk heeft hier een analyse over.
Bij de nationale ekonomiën
was het zo, dat een Keynesiaans beleid kon worden gevoerd,
waarbij als het ware er een grens was aan de uitbuiting; deze
grens werd bepaald door de noodzaak, een deel van het reserve
leger in te zetten voor het produktieproces en op nationaal
niveau te zorgen voor afzetmarkten.
Er hebben zich nu twee
processen voltrokken: de mondialisering van de ekonomie en de
ontwikkeling van de technologie. Dit heeft tot gevolg, dat
arbeid relatief minder belangrijk is geworden ten opzichte van
kapitaal en technologie. De ondernemers hebben minder belang
of geen belang bij het in de perken houden van het ontstaan
van een armoedig deel van de bevolking; zij zijn niet meer
nodig, noch voor het produktieproces, noch voor de afzet van
produkten, want de technologie en de mondialisering van de ekonomie heeft ervoor gezorgd, dat de produkten behalve in het
eigen land net zo goed in Azie of Afrika afgezet kunnen worden. (Dus de teorien van het reserveleger en de afzetproblemen
door overproduktie gelden niet meer). Dit betekent, dat de
grenzen van de nationale ekonomiën zijn verlegd. Onze strategie moet zijn, om die grenzen weer dichterbij te brengen. Er
is een wereldwijde markt, die expansief is.
PvdL
zaterdag 29 oktober 1994
maandag 25 juli 1994
Sollicitatieplicht voor ouderen
Dit artikel verscheen eerder in het Maandblad Uitkeringsgerechtigden (MUG) van juli/augustus 1994
Op het spreekuur van de WBVA kwamen ook deze maand weer mensen met verschillende problemen. Zo was er een cliënt van 59 jaar die een oproep van de Sociale Dienst kreeg om te praten over herintreding in het arbeidsproces. Of hij ook maar alle sollicitatiebewijzen, diploma’s en dergelijke wilde meenemen. Blijkbaar krijgen alle cliënten die bij dit rayonkantoor worden opgeroepen voor een Doelmatigheidsonderzoek een standaardbrief toegestuurd waarin de desbetreffende standaardinformatie wordt gevraagd, ook de cliënten ouder dan 57 jaar, of cliënten die ziek zijn. De man raakte behoorlijk in paniek, want hij solliciteerde allang niet meer, omdat hij in de veronderstelling was dat dit niet meer hoefde. Hij had toen hij 57 jaar werd ook een brief van het arbeidsbureau gekregen, waarin stond dat hij zou worden uitgeschreven omdat iemand die 57 jaar of ouder is geen sollicitatieplicht meer heeft. Voorzover wij weten geldt die regel nog steeds. Iemand van 57 jaar of ouder hoeft niet meer te solliciteren en dus ook geen sollicitatiebewijzen te tonen.
Bijverdiensten
In mei wordt weer het vakantiegeld uitbetaald. Vooral cliënten, die in 1993 bijverdiensten hebben gehad moeten goed uitrekenen of de berekening van het vakantiegeld van de Sociale Dienst wel klopt. Wanneer bijvoorbeeld bij free lancers over de bijverdiensten geen vakantiegeld is berekend, dient het totale bedrag aan vakantiegeld minimaal gelijk te zijn aan wat iemand in dezelfde situatie krijgt, die alleen een uitkering heeft gehad. Dus je hebt recht op een minimumbedrag aan vakantiegeld. Bij de berekening van het vakantiegeld worden nog wel eens fouten gemaakt, hetzij omdat de cliënt het werkbriefje verkeerd heeft ingevuld, hetzij omdat de Sociale Dienst het bedrag aan vakantiegeld verkeerd heeft berekend.
Piet van der Lende
vrijdag 1 juli 1994
IOAW voor een werkloze scheepsbouwer
Dit artikel verscheen als reactie op de rubriek 'De Gang van Zaken' in de MUG van juli/aug. 1994. Geschreven door een ex-scheepsbouwer.
Geachte redactie,
Naar aanleiding van uw oproep voor de rubriek 'Gang van zaken', wil ik het volgende kwijt.
Na een werkzaam leven in de scheepsbouw, stond ik in 1984 op straat wegens sluiting van de werf. Hierna trad de gewone regeling in werking, te weten: 26 weken WW en twee jaar WWV. Toen begon de lol pas goed. Ik moest een uitkering ingeval de IAOW aanvragen bij het toenmalige kantoor aan het Osdorpplein.
Aangezien mijn vrouw op dat moment 66 jaar was en een AOW-uitkering kreeg, met toeslag voor een jongere partner, was dat een probleem voor de GSD. Een half jaar en ettelijke brieven later was men eindelijk tot de slotsom gekomen dat de inkomens bruto berekend moesten worden.
Als je het netto berekent, is het AOW-bedrag namelijk net zo hoog als de IAOW uitkering. En aangezien de inkomsten van de partner gekort worden op de uitkering, zou ik geen uitkering mogen ontvangen. Bij een bruto-berekening zit er een verschil in de bedragen: nu krijg ik netto 257,- erbij.
Dit liep allemaal goed totdat deelraad De Baarsjes opgericht werd. Daar stopten ze meteen m'n uitkering met als reden dat de eindbedragen netto berekend moesten worden.
Ik heb toen de hulp van de rechtswinkel ingeroepen en ben een aantal procedures gestart, wat uiteindelijk resulteerde in mijn gelijk: de uitkering werd weer hersteld. Daarna bleek ik plotseling niet meer verzekerd te zijn bij het ziekenfonds. Dit bleek ook weer een vergissing en werd vervolgens hersteld. Alleen loop je wel weer voor niets naar het kantoor van het ziekenfonds en de GSD.
Verleden jaar is m'n inkomstenverklaring over April '92 bij de GSD zoek geraakt en werd de uitkering voor de zoveelste keer stopgezet. Ik had niet gezien dat ik me moest melden, dus moest ik opnieuw een uitkering aanvragen. Dat verzoek werd prompt afgewezen vanwege de inkomsten van mijn partner. Wéér naar rechtshulp en wéér moest de GSD het hoofd buigen. Men is daar erg hardleers na twee uitspraken van B&W inzake bruto/netto berekeningen.
Dus de uitkering werd weer hervat met dien verstande dat het vakantiegeld over 91/92 niet uitbetaald werd. Ze wilden eerst kijken of ik niet ten onrechte geld had ontvangen. Dat bleek dus niet het geval te zijn geweest. Anders had men dat namelijk al van m'n uitkering ingehouden.
Ik heb hierover gebeld, maar werd van hot naar haar gestuurd en niemand kon of wou iets zeggen. De directie van de GSD aangeschreven en die stuurde me door naar stadsdeel De Baarsjes. Die zonden mij drie maanden geleden een vragenformulier waarop ik de hen allang bekende gegevens moest invullen. Sindsdien hoor ik niets meer. Ik schreef vervolgens dat ik binnen veertien dagen een antwoord wilde hebben. Daarna zal ik zeker contact opnemen met de ombudsman en de cliëntenraad. Men denkt daar in De Baarsjes zeker dat ze alles kunnen doen wat ze willen.
Dit zijn mijn ervaringen met de GSD in De Baarsjes. Wat er nog in het vat zit weet ik niet, maar vanaf juli '94 ben ik AOW-er en gaat de vlag uit dat ik niets meer met hen te maken heb.
A. M. Sluyter
woensdag 25 mei 1994
Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen afgewezen. Vergoeding tandartskosten afgeschaft
Dit artikel verscheen eerder in het maandblad uitkeringsgerechtigden (MUG) van juni 1994.
Op het spreekuur van de Bijstandsbond kwam een bejaarde mevrouw, die bijzondere bijstand had aangevraagd voor een seniorenbed. Een andere bejaarde had bijzondere bijstand aangevraagd voor enkele eenmalige uitgaven, zoals de aanschaf van een nieuwe wasmachine, die ze van haar AOW niet kon betalen. In beide gevallen werd de aanvraag afgewezen.
Het blijkt in de praktijk nogal moeilijk bij de Sociale Dienst in Amsterdam bijzondere bijstand te verkrijgen voor dit soort uitgaven. Bij het aanvragen van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen gaat de Sociale Dienst er behoudens bijzondere situaties van uit, dat je dit uit je reguliere uitkering kunt betalen. Je wordt geacht circa 10 procent van je uitkering voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen te kunnen reserveren. In andere (rijkere) gemeenten is men vaak wat soepeler. Ongeveer een jaar geleden is er een verdere verslechtering van de regels voor bijzondere bijstand tot stand gekomen: tandartskosten, zoals de sanering van je gebit, die niet door het ziekenfonds werden betaald, werden eerst vergoed door de bijzondere bijstand. Dit is nu bijzonder moeilijk geworden en wordt in de meeste gevallen afgewezen. Ondanks de voorlichtingscampagne die de Sociale Dienst van Amsterdam enige tijd geleden organiseerde en ondanks het specifieke voorlichtingsproject waarbij bejaarden worden bezocht door banenpoolers, die hen wijzen op hun rechten, is de dienst dus niet bepaald soepel bij het verstrekken van bijzondere bijstand.
Een van de spreekuurmedewerksters van de Bijstandsbond kreeg bij telefonisch contact met de afdeling W.B.O. zelfs te horen: ,,Aanvragen voor bijzondere bijstand van bejaarden voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen wijzen wij altijd af.” Dit wordt bevestigd door cijfers uit het jaarverslag van het voorlichtingsproject voor bejaarden (het zogenaamde BOB-project). In verreweg de meeste gevallen heeft de verstrekking van bijzondere bijstand aan bejaarden betrekking op de kosten van maatschappelijke zorg en medische dienstverlening, dus niet op de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen.
Cliënten krijgen ook nogal eens te horen: ,,Gaat u maar naar de Gemeentelijke Kredietbank om een lening aan te vragen.” Ook komt het voor dat cliënten die om een formulier voor bijzondere bijstand vragen direct al te horen krijgen: ,,Daar komt u niet voor in aanmerking.” Toch altijd proberen want nee heb je en ja kun je krijgen! Bovendien is de ambtenaar verplicht je een formulier te verstrekken, zodat je een officiële aanvraag kunt indienen, en waarbij je tegen een beschikking waar een afwijzing in staat, in beroep kunt gaan. Tijdens een beroepsprocedure kun je de bijzondere omstandigheden die in jouw situatie van toepassing zijn nogmaals toelichten. Roep daarvoor de hulp in van bijvoorbeeld het Buro voor Rechtshulp.
In beroep gaan duurt lang maar het heeft zeker zin. In de top tien van de onderwerpen waarop de bezwaarschriften betrekking hebben heeft de afhandeling van aanvragen voor bijzondere bijstand de hoogste score. Het komt nogal eens voor, dat een cliënt bij een beroepsprocedure alsnog gelijk krijgt. Uit het verslag over 1992 van de afdeling bezwaar en beroep blijkt, dat cliënten over het algemeen (dus niet alleen bij het afwijzen van bijzondere bijstand) in 44 procent van de beroepsprocedures alsnog gelijk krijgen.
Tot slot: wanneer je voor een bepaalde uitgave bijzondere bijstand wilt aanvragen, betaal dan niet eerst, maar vraag een pro forma-nota waar op staat hoeveel het gaat kosten en ga daarmee naar de Sociale Dienst.
Piet van der Lende
zondag 24 april 1994
Stage in het buitenland en onderbreking uitkering leidt tot sanctie
Dit artikel verscheen eerder in de rubriek ‘de gang van zaken’ in het maandblad uitkeringsgerechtigden (MUG). mei 1994.
Op het spreekuur van de Bijstandsbond kwam iemand met het volgende probleem. De desbetreffende persoon had in het kader van een toegestane studie een stage gelopen in Afrika; daarvoor had ze de bijstandsuitkering opgezegd en van spaargeld geleefd. Ze had officieel aan de Sociale Dienst gemeld, dat ze naar Afrika ging. De Dienst had haar daarop een beschikking gestuurd, waarin stond dat de uitkering beëindigd was omdat ze zich in het buitenland vestigde. Noch mondeling noch schriftelijk werd haar gewezen op de eventuele akelige, hierna te noemen, gevolgen. Na de stage ging ze terug naar de Sociale Dienst. Ze kreeg daarop een beschikking, waarin een strafkorting werd gegeven gedurende twee maanden van 20 procent. ‘De reden voor de verlaging is, dat u in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan hebt betoond’, aldus de beschikking. Het gedrag van de vrouw werd door de Sociale Dienst als verwijtbaar beschouwd. Daarna werd het formele wetsartikel genoemd waarop de beslissing was gebaseerd.
Naar aanleiding hiervan een opmerking: de vrouw heeft er blijk van gegeven dat ze met haar door de Dienst toegestane studie en de daarbij behorende stage, serieuze pogingen doet om uit de uitkering en aan betaald werk te komen. Het is dan ook de vraag of haar gedrag als verwijtbaar moet worden beschouwd.
Hierbij dient wel een kanttekening te worden geplaatst: je moet er te allen tijde blijk van geven beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt, naar betaald werk blijven zoeken en ingeschreven blijven bij het arbeidsbureau. Krijg je bijvoorbeeld een erfenisje en leef je zo een tijdje van eigen geld, denk dan niet: ik heb nu geen uitkering, dus ik hoef ook niet aan de verplichtingen te voldoen. Dat is niet waar. De Sociale Dienst kan bij haar beoordeling van een nieuwe aanvraag meewegen wat de betrokken persoon in de periode voorafgaand aan de aanvraag heeft gedaan om aan werk te komen. Dat kan je een strafkorting opleveren omdat je bij het ontbreken van pogingen aan het werk te komen, blijk geeft van ‘onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan’. Win in dit soort gevallen advies in bij bijvoorbeeld het Buro voor Rechtshulp en ga in beroep.
Tweede opmerking: de beschikkingen van de Sociale Dienst zitten nogal eens krakkemikkig in elkaar. Zo wordt wel het formele wetsartikel vermeld waarop de beschikking is gebaseerd, maar er wordt vrijwel nooit ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van een cliënt, die tot een bepaalde beschikking hebben geleid. Terwijl de beoordeling van die omstandigheden nu juist van het grootste belang is, bijvoorbeeld wanneer je in beroep wil gaan (dat geldt ook voor de hierboven genoemde situatie).
De directeur van de Sociale Dienst heeft tijdens een vergadering van de cliëntenraad toegezegd dat bij de invoering van het Nieuwe Uitkeringen Systeem (NUS) zal worden bekeken, of het mogelijk is om in beschikkingen wel in te gaan op de persoonlijke omstandigheden van de cliënt.
Piet van de Lende
zaterdag 23 april 1994
Discussie over de welvaartsstaat op de bijeenkomst van de Derde Kamer
In
de fraktie van de "welvaartsstaat" diskussieerden de ongeveer 75
aanwezigen in de zaal met een forum, dat vooral bestond uit kritische vakbondsleden
en vertegenwoordigers van belangenorganisaties van uitkeringsgerechtigden. Bij
de diskussie over de vijf stellingen onder voorzitterschap van Diny van
Velthoven laaiden de emoties soms hoog op. Dit gebeurde vooral bij de tweede
stelling: "de strijd voor een leefbaar milieu is niet te scheiden van de
strijd voor sociale bestaanszekerheid en heeft daarom de hoogste prioriteit".
De eerste kategorie meningen valt te
omschrijven als: een drastische versobering voor iedereen is noodzakelijk. Een
van de aanwezigen liep tijdens de diskussie over deze stelling naar voren
waarbij hij riep, dat ook de minima moeten inleveren voor het milieu omdat de
mensen in de bijstand in ons land tot de 2% rijksten van de wereld behoren.
Als zij niet bereid zijn in te leveren, komt er van een rechtvaardige wereld
en een schoon milieu nooit iets terecht.
Ook uit de enqueteformulieren blijkt, dat
sommige aanwezigen de prioriteit bij het milieu legden. "Grondstoffen of
schone lucht is op betekent uiteindelijk dat iedereen het loodje legt. Wij
kunnen niet zonder milieu en belasting op kapitaal in plaats van op arbeid. Het
milieu moet de randvoorwaarden bepalen want bereiken duurzaamheid is punt
een". De aanwezigen die deze mening deelden vonden ook, dat er veel meer
deeltijdbanen moesten komen, dus in feite arbeidstijdverkorting met evenredige
inlevering van loon. Wel waren alle aanwezigen het erover eens, dat er geen
geestdodend, vervuilend werk moest worden gecreeerd. Enkelen verbonden de
prioriteit voor het milieu met persoonlijke verantwoordelijkheid: ook de
laagste inkomensgroepen moeten inleveren, fundamentele veranderingen beginnen
uitsluitend bij je eigen consumptiegedrag. Uitgaande van de persoonlijke
verantwoordelijkheid zeiden sommigen, dat we niet steeds kritiek moeten
hebben op anderen, met name de vakbeweging, maar dat we onze eigen verantwoordelijkheid
moeten nemen. Niet de vakbeweging maar de consumenten spelen de belangrijkste
rol door kritisch te consumeren.
Een van de voorstanders van drastische
versobering bracht naar voren, dat hij een basisinkomen, voldoende om
zelfstandig van te kunnen leven, a-sociaal vond. Ieder zelfstandig is niet
alleen a-sociaal maar ook milieu-onvriendelijk (ieder een eigen auto, TV,
vodeo, verwarming, huizen e.d.) Er moet integendeel worden gestimuleerd, meer
samen te wonen.
armoede
is onrecht.
Tegenover de visie van versobering werd
benadrukt, dat overheid en werkgevers de milieuproblematiek trachten op te
lossen door hoge milieuheffingen in te voeren in de vorm van indirekte
belastingen, die inkomensonafhankelijk zijn en dus onevenredig zwaar drukken
op de mensen met de laagste inkomens. De minima moeten zware miliueheffingen
gaan betalen, waar ze in feite geen geld voor hebben. Ondertussen verandert er
niets aan de produktiestructuur, dwz veel milieuvervuilende grootschalige
produktie blijft gewoon gehandhaafd, wordt alleen duurder. De afbraak van de
verzorgingsstaat en de bezuinigingen leiden tot een grotere armoede, zonder
dat de problemen worden opgelost. De uitkeringsgerechtigden wordt helemaal niet
gevraagd, wat voor ekonomie ze willen. De voorzitster concludeerde: het
huidige milieubeleid gaat ten koste van de armen. De armoede in ons land neemt
toe. De grenzen zijn al gepasseerd. De minima kunnen niet meer inleveren. Zij
worden beschouwd als klaplopers op de maatschappij, die geen positieve bijdrage
leveren, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk of huishoudelijke arbeid. Het is
schanddalig, dat uitkeringsgerechtigden steeds in het verdachtenbankje worden
geplaatst en hun hele hebben en houden op tafel moeten leggen en vernederende
controles moeten ondergaan om een minimale uitkering te krijgen. De
uitkeringsgerechtigden worden als minder-waardig beschouwd. In dit verband werd
ook geprotesteerd tegen de term "onderkant van de samenleving". We
moeten benadrukken, dat uitkeringsgerechtigden volledige burgers zijn, het
woord "onderkant" moeten we schrappen.
gezamenlijke
standpunten
Er waren tijdens de diskussie
verschillende pogingen, de bovengenoemde standpunten met elkaar te verenigen.
De stelling zou in feite verkeerd zijn, omdat de strijd voor een schoon miliue
en de bestrijding van armoede geen tegenstelling is. Een van de aanwezigen
verwoordde het zo: "een leefbaar, sober inkomen moet genoeg zijn als het natuurlijke en sociale leefmilieu een hoge
kwaliteit van leven daartegenover stelt. Bijstanders moeten worden ingezet voor
zorg- en milieutaken maar daar moet geen slavenarbeid van gemaakt worden en het
mag niet gebruikt worden om de lonen te drukken". Oook Raf janssen bracht
naar voren, dat uitkeringsgerechtigden en milieuactivisten zich niet tegen
elkaar moeten laten uitspelen; onze huidige welvaartsstaat is niet te
handhaven. In de concurrentieslag om de wereldmarkt wordt steeds verder bezuinigd,
waarbij ervan wordt uitgegaan, dat de doelmatigheid van de samenleving
gegarandeerd wordt door een zo onbelemmeerd mogelijke werking van de vrije
markt. Dit zou leiden tot herstel/uitbreiding van ekonomische bedrijvigheid
dat mensen bestaanszekerheid verschaft. Maar de huidige ekonomie kan alleen
gehandhaafd worden door wanorde in het arme zuiden, in de natuur en in
toenemende mate ook in het rijke noorden. De vrije werking van het marktmechanisme
staat allerminst garant voor een doelmatige verdeling van schaarse middelen.
De milieuproblematiek en de armoede
dwingen ons, de fundamenten van het ekonomisch systeem en de verzorgignsstaat
grondig te herzien. Er moeten nieuwe denkkaders komen om de maatschappelijke
solidariteit zo vorm te geven, dat mensen perspectief voor de toekomst houden
en leefmilieu en natuur in stand blijven. Bij deze herziening moet echter
worden voorkomen, dat grote groepen mensen steeds verder in de armoede
terechtkomen. Uitkeringsgerechtigden moeten niet worden gezien als achterblijvers,
maar als voorlopers, omdat zij experimenteren met andere opvattingen van arbeid
dan de gangbare en omdat ze bijvoorbeeld veel ervaring hebben met hergebruik
van goederen.
andere punten
Tijdens de diskussie waren er
verschillende punten, waar de aanwezigen het over eens waren. Wat betreft de
positie van de vakbeweging: Een van de aanwezigen verwoordde het zo: "de
vakbeweging is een onmisbare faktor in de strijd voor een betere samenleving,
maar zij is niet de enige of de belangrijkste. De vakbeweging zal bovendien
een diepgaande metamorfose moeten ondergaan in de richting van een brede,
politieke vakbeweging die maatschappelijke veranderingen ook daadwerkelijk
op de agenda zet".
Tijdens de diskussie werd daarbij gewezen
op de noodzaak van een drastische herverdeling van betaalde en onbetaalde
arbeid. Daarbij moet het bergip arbeid worden geherwaardeerd en opnieuw
ingevuld. Ook huishoudelijke arbeid van bijstandsvrouwen en vrijwilligerswerk
moet worden erkend. Deze herwaardering van arbeid moet worden verbonden met een
herinrichting van de sociale zekerheid. Dus afschaffing van sollicitatieplicht
onder bepaalde voorwaarden of invoering van een basisinkomen. Over een
basisinkomen was niet iedereen het echter eens.
Mijn conclusie luidt, dat de meeste
aanwezigen het wel eens waren over de noodzaak van drastische veranderingen in
de produktie en verdelingsstruktuur. Er werden verschillende creatieve
voorstellen gedaan om de problemen tegemoet te treden, varierende van een
ander belastingstelsel tot LETS-systemen. Er bestaan echter verschillen van
mening over de weg, waarlangs de doelstellingen moeten worden bereikt.
Piet van der Lende.
Enkele indrukken van de diskussies op 23 april in De Derde Kamer.
In de vijfde sessie heeft Eise kalk het voorstel gedaan, in
Amsterdam een Derde Kamer te organiseren. Hierbij zouden ook
politici moeten worden uitgenodigd, en zou het onderwerp
"vrijwilligerswerk" moeten zijn. Hij deed een oproep om zo'n
Derde Kamer te organiseren. Verder verbond Ger Ramaekers
namens het PSUL de Derde Kamer met de buiten-parlementaire
enquete, die reeds in Limburg was georganiseerd. Jan Bosman
had geen duidelijke indruk van wie nu precies de bijeenkomst
had georganiseerd, wie erachter zaten, wie de initiatiefgroep
was, en dat het er toch om ging, het verzet te organiseren.
Het was geen interessante bijeenkomst om een artikel over te
schrijven. Verder zijn er geen voorstellen gekomen voor lokale
Derde Kamergroepen. Aan de ene kant zijn er veel mensen gekomen,
die de nota niet ontvangen hadden, en die zich niet
hadden opgegeven en die toch kwamen. (er waren zo'n 250 mensen)
De groep die zich wel had opgegeven en die de nota had gelezen
was kleiner dan verwacht qua opkomst. Saskia Poldervaart was
eerst enthousiast over het initiatief, maar later heel wat
minder, omdat er niet gepraat werd over de demokratie in het
huishouden. De pers heeft het geheel laten afweten. Er was
geen enkele krant aanwezig!!. Alleen KRO-radio en Eva Verstoep
van de NCRV waren aanwezig. De KRO-radio maakte er "een dag
met Hans Visser" van. (De bekende Nederlander). Het Parool
heeft mijn artikel niet geplaatst omdat men de informatie van
dergelijke "para-politieke organisaties" niet belangrijk
vindt.
Radiaal-linkse bladen hebben veel aandacht besteed aan het
initaitef. MUG, Konfrontatie, natuur en miliue, kleintje
muurkrant, NN, etc. Voor de bijeenkomst van 1 mei wil Assata
de vijfde nota van de initiatiefgroep integraal publiceren.
Aan het eind van de vijfde sessie heerste onduidelijkheid over
wat er nu verder moest gebeuren. Gerard zei, dat je eerst iets
moet neerzetten, voor je met een aktieorganisatie begint. Hij
is het dus eens met de bewuste vaagheid van het initiatief. De
RIA Dijkstra riep op tot bijeenkosmten over de invoering van
een basisinkomen in september en november. En vroeg iedereen,
daaraan mee te doen. Maar legde geen link naar de uitgangspunten
van de derde kamer. Brockhus van de sociale omroep nederland
was er ook. Hij maakte reclame voor zijn initiatief, de
kritiek op de media. Verder de man in het rode jasje die
reclame maakte voor Solidair 93.
In de diskussie van de welvaartsstaat fractie werd er de
nadruk op gelegd, dat de armen geen geld hebben om
milieuvriendelijk te leven, ze kunnen de duurdere produkten niet
kopen. Dit is ook de kritiek op de eco-tax, het is een indirecte belasting,
die voor iedereen gelijk uitwerkt en dus
minder zwaar drukt op de hogere inkomens,
Er was een man die zei, dat de mensen in de bijstand tot de 2% rijksten van de
aardbol behoren en dat als zij niet bereid zijn in te leveren,
er nooit een milieuvriendelijke economie zal komen. Hij liep
kwaad weg, ondanks het pleidooi van Raf dat we ons niet tegen
elkaar moeten laten uitspelen, en dat het gaat om een ander
begrip van welvaart, waarmee de noodzaak om sober te leven
wordt verbonden met een fundamentele maatschappij kritiek.
Daarbij sluit je ook aan bij de initiatieven die er tegelijkertijd bij armen zijn,
om anders te leven. We leven echter in een geldekonomie,
waarin je alleen kunt meekomen als je
veel geld hebt. In de mirgatiefractie werd gediskussieerd
over de quota, die in de TK alleen groen links wil, voordelen
zijn:
©je kunt er niet onder gaan zitten zoals nu
© je hebt geen paniekreacties als in een bepaalde maand toevallig
veel mensen naar Nederland komen.
Maar het gaat om mensen, niet om quota. Daarom een pleidooi
voor open grenzen. Hans Visser verbond de positie van de
minima in de oude wijken met de migratie.
Die uitkeringsgerechtigden hebben de gevolgen van de migratie op hun bord
gekregen, dat is een feit waar je niet omheen kunt.
Zowel in de welvaartsstaatfractie als in de milieufractie werd
gediskussieerd over het begrip onafhankelijkheid.
In de milieufractie werd gezegd, dat we politiek op wereldniveau
moeten denken en ekonomisch op regionaal niveau. Bij de eerste
stelling in de welvaartsstaatfractie werd bij het woordje
"onafhankelijkheid" gezegd, dat het ging om ekonomische onafhankelijkheid.
Er was een vrij zware delegatie van kerkelijke opbouwwerkers
aanwezig, die zich zowel met migratievraagstukken als met de
arme kant van nederland bezig houden.
Dit zijn twee speerpunten in progressief-kerkelijke kring.
Uit de vakbonden was bijna niemand aanwezig, uitgezonderd enkele mensen van het
blad solidariteit, die weinig aanhang hebben. Andere kritische
vakbondsgroepen waren er niet. (Of bestaan die niet?) Van
lokale werklozenorganisaties en andere uitkeringsgerechtigdengroepen
was ook niemand aanwezig, behalve uit Nijmegen en het
PSUL en Nanne de Jong van het Fries WAO-beraad.
Van de landelijke uitkeringsgerechtigdengroepen waren
verschillende vertegenwoordigers aanwezig, omdat ze voor de fractiediskussie
waren uitgenodighd. Van Groen Links waren weinig mensen aanwezig.
Wel Saar Boerlage, maar omdat ze van de
vereniging vrienden van een basisinkomen is. Van de milieugroepen waren enkele
grote leiders (Juffermans) aanwezig, verder alleen kleine
kritische groepen, of mensen die in grotere milieuorganisaties
aan de rand staan. (Ook aktie Strohalm en van een boek over
alternatieve ekonomie).
Er bestaat bij de pers onbegrip voor het feit, dat we ons niet
tot de politici richten, en dat we onderling willen diskussieren over
hoe het verder moet. Dit onbegrip bestaat echter ook
bij enkele aanwezigen in de vijfde sessie. Ook werd gezegd,
dat het gaat om het verzet en konrete akties, en niet alleen
om studiedagen.
Jeroen Zonneveld zei, dat we beter bijeenkomsten met kleine
groepsdiskussies kunnen organiseren, en dan een bepaald onderwerp
helemaal uitmelken, in plaats van grote plenaire debatten
van grote groepen die dan een opppervlakkige diskussie voeren.
Mijn conclusie is, dat we misschien wel niet vaag genoeg zijn
geweest. de Notaas waren te voorbarig?.
Migrantengroepen waren niet aanwezig.
Samenhang, samenwerking en stappen te behappen. Hadden we niet
moeten doen?
We hebben teveel hooi op onze vork genomen.
Vanuit de samenhang nastreven hebben we teveel onderwerpen tegelijk aan de
orde gesteld voor 1 dag, zodat er oppervlakkig gediskussieerd
werd over een veelheid van onderwerpen. Waar al veel betere
analyses van gemaakt zijn. Bovendien kun je vanuit
afzonderlijke bewegingen heel goed ook de samenhang in het oog houden.
De vaagheid die is ontstaan ontstond uit deze drie doelstellingen.
Wat wij eigenlijk wilden, was aan de orde stellen:
Waarom is er geen sterke oppositie tegen het falend regeringsbeleid?
Waarom zit de politiek potdicht? Waarom leiden de
alternatieve analyses niet tot een andere politiek? hoe kunnen
we daadwerkelijk invloed uitoefenen? Wat is het organisatievraagstuk
van de sociale bewegingen? Hoe verhoudt zich de
onafhankelijkheid van sociale aktiegroepen zich tot het geheel?
Daarop werden in de verschillende diskussies
heel primitieve antwoorden gegeven. Daar ben ik wel van geschrokken. Nog
steeds is het demokratievraagstuk niet goed doordacht en
worden alleen klassieke antwoorden gegeven.
In de welvaartsstaatdiskussie kwam het woordje onafhankelijkheid naar voren.
Daarvan werd gezegd, dat het natuurlijk ging om ekonomische
zelfstandigheid. En in de milieudiskussie kwam het begrip
onafhankelijkeheid ook naar voren, waarbij werd gezegd, dat we
op mondiaal niveau in politiek opzicht naar een wereldregering
moeten streven, maar in ekonomisch opzicht naar regionalisering
van de ekonomie. Nou, dat is onzin, want wanneer lokale
gemeenschappen beslissen over bepaalde investeringen, dan is
dat een politieke beslissing. Ik moet er niet aandenken, dat
een wereldregering gaat bepalen, waar een bepaalde weg wordt
aangelegd.
We hadden ons misschien moeten beperken in de probleemstelling,
voor zo'n eerste bijeenkomst, en alleen over het organisatievraagstuk
van sociale bewegingen en het vraagstuk van de
demokratische staat moeten diskussieren. Dan was er ook minder
onduidelijkheid ontstaan over plaats en functie van de Derde
Kamer. Wel of niet een alternatief regeerakkoord? Wel of geen
overkoepeling? Etc. Ik denk, dat we in de eerste drie nota's
weinig essentieels hebben toegevoegd aan de diskussie. Al is
het een goede samenvatting van de monialisering van de wereldekonomie
en haar gevolgen. Ook: Wat is er mis met de demokratie?
We hadden daarbij natuurlijk wel, zoals in de vijfde
nota, een algemene analyse kunnen opvoeren, maar beperkt.
We hadden toch over de stellingen van de vijfde nota moeten
diskussieren!. Wat waren die stellingen ook al weer?
Ik denk, dat de ineenstorting van de communistische staten met
meer te maken heeft dan alleen het einde van de ideologien,
maar dat hieruit een diep ingekankerd wantrouwen is ontstaan
voor sociale bewegingen die een radikaal alternatief aan de
orde willen stellen, hun demokratische gezindheid wordt in
twijfel getrokken. Dit blijkt ook uit de wantrouwende vragen
van Jan Bosman. Het is niet zozeer zo, dat de mensen onze
analyse niet delen, maar ze sluiten zich niet aan, omdat er
dat diep ingekankerde wantrouwen bestaat.
Van hieruit kun je ook het klassebegrip van het marxisme
bekritiseren. Het gaat er niet zozeer om, dat er nu twee
verschillende klassen zouden bestaan, maar dat daaruit de conclusie
wordt getrokken, dat de mensen die tot die klasse behoren een
historische opdracht hebben, om de gehele wereld te bevrijden,
en dat er een soort vindbaar algemeen klassebelang is, van
waaruit de wereld kan worden geregeerd.
En dat alle nationalismen, of verzet van lokale gemeenschappen
moet worden beschouwd als van voorbijgaande aard van mensen uit een vorige
maatschappijformatie, die hun klassebelang niet zien. Zo
simpel is het niet.
PvdL
Amsterdam een Derde Kamer te organiseren. Hierbij zouden ook
politici moeten worden uitgenodigd, en zou het onderwerp
"vrijwilligerswerk" moeten zijn. Hij deed een oproep om zo'n
Derde Kamer te organiseren. Verder verbond Ger Ramaekers
namens het PSUL de Derde Kamer met de buiten-parlementaire
enquete, die reeds in Limburg was georganiseerd. Jan Bosman
had geen duidelijke indruk van wie nu precies de bijeenkomst
had georganiseerd, wie erachter zaten, wie de initiatiefgroep
was, en dat het er toch om ging, het verzet te organiseren.
Het was geen interessante bijeenkomst om een artikel over te
schrijven. Verder zijn er geen voorstellen gekomen voor lokale
Derde Kamergroepen. Aan de ene kant zijn er veel mensen gekomen,
die de nota niet ontvangen hadden, en die zich niet
hadden opgegeven en die toch kwamen. (er waren zo'n 250 mensen)
De groep die zich wel had opgegeven en die de nota had gelezen
was kleiner dan verwacht qua opkomst. Saskia Poldervaart was
eerst enthousiast over het initiatief, maar later heel wat
minder, omdat er niet gepraat werd over de demokratie in het
huishouden. De pers heeft het geheel laten afweten. Er was
geen enkele krant aanwezig!!. Alleen KRO-radio en Eva Verstoep
van de NCRV waren aanwezig. De KRO-radio maakte er "een dag
met Hans Visser" van. (De bekende Nederlander). Het Parool
heeft mijn artikel niet geplaatst omdat men de informatie van
dergelijke "para-politieke organisaties" niet belangrijk
vindt.
Radiaal-linkse bladen hebben veel aandacht besteed aan het
initaitef. MUG, Konfrontatie, natuur en miliue, kleintje
muurkrant, NN, etc. Voor de bijeenkomst van 1 mei wil Assata
de vijfde nota van de initiatiefgroep integraal publiceren.
Aan het eind van de vijfde sessie heerste onduidelijkheid over
wat er nu verder moest gebeuren. Gerard zei, dat je eerst iets
moet neerzetten, voor je met een aktieorganisatie begint. Hij
is het dus eens met de bewuste vaagheid van het initiatief. De
RIA Dijkstra riep op tot bijeenkosmten over de invoering van
een basisinkomen in september en november. En vroeg iedereen,
daaraan mee te doen. Maar legde geen link naar de uitgangspunten
van de derde kamer. Brockhus van de sociale omroep nederland
was er ook. Hij maakte reclame voor zijn initiatief, de
kritiek op de media. Verder de man in het rode jasje die
reclame maakte voor Solidair 93.
In de diskussie van de welvaartsstaat fractie werd er de
nadruk op gelegd, dat de armen geen geld hebben om
milieuvriendelijk te leven, ze kunnen de duurdere produkten niet
kopen. Dit is ook de kritiek op de eco-tax, het is een indirecte belasting,
die voor iedereen gelijk uitwerkt en dus
minder zwaar drukt op de hogere inkomens,
Er was een man die zei, dat de mensen in de bijstand tot de 2% rijksten van de
aardbol behoren en dat als zij niet bereid zijn in te leveren,
er nooit een milieuvriendelijke economie zal komen. Hij liep
kwaad weg, ondanks het pleidooi van Raf dat we ons niet tegen
elkaar moeten laten uitspelen, en dat het gaat om een ander
begrip van welvaart, waarmee de noodzaak om sober te leven
wordt verbonden met een fundamentele maatschappij kritiek.
Daarbij sluit je ook aan bij de initiatieven die er tegelijkertijd bij armen zijn,
om anders te leven. We leven echter in een geldekonomie,
waarin je alleen kunt meekomen als je
veel geld hebt. In de mirgatiefractie werd gediskussieerd
over de quota, die in de TK alleen groen links wil, voordelen
zijn:
©je kunt er niet onder gaan zitten zoals nu
© je hebt geen paniekreacties als in een bepaalde maand toevallig
veel mensen naar Nederland komen.
Maar het gaat om mensen, niet om quota. Daarom een pleidooi
voor open grenzen. Hans Visser verbond de positie van de
minima in de oude wijken met de migratie.
Die uitkeringsgerechtigden hebben de gevolgen van de migratie op hun bord
gekregen, dat is een feit waar je niet omheen kunt.
Zowel in de welvaartsstaatfractie als in de milieufractie werd
gediskussieerd over het begrip onafhankelijkheid.
In de milieufractie werd gezegd, dat we politiek op wereldniveau
moeten denken en ekonomisch op regionaal niveau. Bij de eerste
stelling in de welvaartsstaatfractie werd bij het woordje
"onafhankelijkheid" gezegd, dat het ging om ekonomische onafhankelijkheid.
Er was een vrij zware delegatie van kerkelijke opbouwwerkers
aanwezig, die zich zowel met migratievraagstukken als met de
arme kant van nederland bezig houden.
Dit zijn twee speerpunten in progressief-kerkelijke kring.
Uit de vakbonden was bijna niemand aanwezig, uitgezonderd enkele mensen van het
blad solidariteit, die weinig aanhang hebben. Andere kritische
vakbondsgroepen waren er niet. (Of bestaan die niet?) Van
lokale werklozenorganisaties en andere uitkeringsgerechtigdengroepen
was ook niemand aanwezig, behalve uit Nijmegen en het
PSUL en Nanne de Jong van het Fries WAO-beraad.
Van de landelijke uitkeringsgerechtigdengroepen waren
verschillende vertegenwoordigers aanwezig, omdat ze voor de fractiediskussie
waren uitgenodighd. Van Groen Links waren weinig mensen aanwezig.
Wel Saar Boerlage, maar omdat ze van de
vereniging vrienden van een basisinkomen is. Van de milieugroepen waren enkele
grote leiders (Juffermans) aanwezig, verder alleen kleine
kritische groepen, of mensen die in grotere milieuorganisaties
aan de rand staan. (Ook aktie Strohalm en van een boek over
alternatieve ekonomie).
Er bestaat bij de pers onbegrip voor het feit, dat we ons niet
tot de politici richten, en dat we onderling willen diskussieren over
hoe het verder moet. Dit onbegrip bestaat echter ook
bij enkele aanwezigen in de vijfde sessie. Ook werd gezegd,
dat het gaat om het verzet en konrete akties, en niet alleen
om studiedagen.
Jeroen Zonneveld zei, dat we beter bijeenkomsten met kleine
groepsdiskussies kunnen organiseren, en dan een bepaald onderwerp
helemaal uitmelken, in plaats van grote plenaire debatten
van grote groepen die dan een opppervlakkige diskussie voeren.
Mijn conclusie is, dat we misschien wel niet vaag genoeg zijn
geweest. de Notaas waren te voorbarig?.
Migrantengroepen waren niet aanwezig.
Samenhang, samenwerking en stappen te behappen. Hadden we niet
moeten doen?
We hebben teveel hooi op onze vork genomen.
Vanuit de samenhang nastreven hebben we teveel onderwerpen tegelijk aan de
orde gesteld voor 1 dag, zodat er oppervlakkig gediskussieerd
werd over een veelheid van onderwerpen. Waar al veel betere
analyses van gemaakt zijn. Bovendien kun je vanuit
afzonderlijke bewegingen heel goed ook de samenhang in het oog houden.
De vaagheid die is ontstaan ontstond uit deze drie doelstellingen.
Wat wij eigenlijk wilden, was aan de orde stellen:
Waarom is er geen sterke oppositie tegen het falend regeringsbeleid?
Waarom zit de politiek potdicht? Waarom leiden de
alternatieve analyses niet tot een andere politiek? hoe kunnen
we daadwerkelijk invloed uitoefenen? Wat is het organisatievraagstuk
van de sociale bewegingen? Hoe verhoudt zich de
onafhankelijkheid van sociale aktiegroepen zich tot het geheel?
Daarop werden in de verschillende diskussies
heel primitieve antwoorden gegeven. Daar ben ik wel van geschrokken. Nog
steeds is het demokratievraagstuk niet goed doordacht en
worden alleen klassieke antwoorden gegeven.
In de welvaartsstaatdiskussie kwam het woordje onafhankelijkheid naar voren.
Daarvan werd gezegd, dat het natuurlijk ging om ekonomische
zelfstandigheid. En in de milieudiskussie kwam het begrip
onafhankelijkeheid ook naar voren, waarbij werd gezegd, dat we
op mondiaal niveau in politiek opzicht naar een wereldregering
moeten streven, maar in ekonomisch opzicht naar regionalisering
van de ekonomie. Nou, dat is onzin, want wanneer lokale
gemeenschappen beslissen over bepaalde investeringen, dan is
dat een politieke beslissing. Ik moet er niet aandenken, dat
een wereldregering gaat bepalen, waar een bepaalde weg wordt
aangelegd.
We hadden ons misschien moeten beperken in de probleemstelling,
voor zo'n eerste bijeenkomst, en alleen over het organisatievraagstuk
van sociale bewegingen en het vraagstuk van de
demokratische staat moeten diskussieren. Dan was er ook minder
onduidelijkheid ontstaan over plaats en functie van de Derde
Kamer. Wel of niet een alternatief regeerakkoord? Wel of geen
overkoepeling? Etc. Ik denk, dat we in de eerste drie nota's
weinig essentieels hebben toegevoegd aan de diskussie. Al is
het een goede samenvatting van de monialisering van de wereldekonomie
en haar gevolgen. Ook: Wat is er mis met de demokratie?
We hadden daarbij natuurlijk wel, zoals in de vijfde
nota, een algemene analyse kunnen opvoeren, maar beperkt.
We hadden toch over de stellingen van de vijfde nota moeten
diskussieren!. Wat waren die stellingen ook al weer?
Ik denk, dat de ineenstorting van de communistische staten met
meer te maken heeft dan alleen het einde van de ideologien,
maar dat hieruit een diep ingekankerd wantrouwen is ontstaan
voor sociale bewegingen die een radikaal alternatief aan de
orde willen stellen, hun demokratische gezindheid wordt in
twijfel getrokken. Dit blijkt ook uit de wantrouwende vragen
van Jan Bosman. Het is niet zozeer zo, dat de mensen onze
analyse niet delen, maar ze sluiten zich niet aan, omdat er
dat diep ingekankerde wantrouwen bestaat.
Van hieruit kun je ook het klassebegrip van het marxisme
bekritiseren. Het gaat er niet zozeer om, dat er nu twee
verschillende klassen zouden bestaan, maar dat daaruit de conclusie
wordt getrokken, dat de mensen die tot die klasse behoren een
historische opdracht hebben, om de gehele wereld te bevrijden,
en dat er een soort vindbaar algemeen klassebelang is, van
waaruit de wereld kan worden geregeerd.
En dat alle nationalismen, of verzet van lokale gemeenschappen
moet worden beschouwd als van voorbijgaande aard van mensen uit een vorige
maatschappijformatie, die hun klassebelang niet zien. Zo
simpel is het niet.
PvdL
Abonneren op:
Posts (Atom)