maandag 2 januari 1995

Gedupeerden van de IJ-markt, de uitgebreide vragen van Periodieke Doelmatigheids Onderzoeken (PDO), tekenen van blanco machtigingen.

Verschenen in het januari nummer 1995 van de MUG. Maandblad Uitkeringsgerechtigden Amsterdam.

Deze keer in de rubriek 'De Gang van zaken' enkele korte stukjes over ervaringen van uitkeringsgerechtigden met de Sociale Dienst.
Op het spreekuur van de Werklozen Belangen Vereniging kwam een cliënt van de Sociale Dienst die een oproep had gekregen voor een doelmatigheidsonderzoek. Dat zijn onderzoeken die de dienst periodiek bij alle cliënten uitvoert om te controleren of alle gegevens nog kloppen en of er wellicht mogelijkheden zijn om de betrokkene in een traject te plaatsen, dat uiteindelijk tot een betaalde baan moet leiden. Momenteel is het streven van de Sociale Dienst minimaal eens in de drie jaar cliënten op te roepen voor zo'n onderzoek. Bij het versturen van de oproepen wil nog wel eens wat fout gaan. Soms reageren cliënten niet, en dan wordt de uitkering stopgezet. Dit kan aan de cliënten zelf liggen, maar bij de cliënt die op het spreekuur kwam zat er tussen de datum waarop de oproep verstuurd werd en de datum waarop de cliënt moest verschijnen maar een dag. Bovendien werd geen aangetekende oproep verstuurd. In dit geval ging het goed, maar het kan ook tot gevolg hebben, dat de cliënt te laat van de oproep op de hoogte is, zonder dat hem/haar dit te verwijten valt. Wanneer cliënten een andere afspraak willen maken, of na de datum waarop men moet verschijnen komen opdraven, wordt nogal eens moeilijk gedaan. Is het niet beter oproepen ruim van te voren te versturen, en ook in alle gevallen een aangetekende oproep de deur uit te doen? Dat kan een hoop bureaucratische rompslomp voorkomen, zowel voor de cliënten als voor de ambtenaren.
De betrokken cliënt kwam op het spreekuur, omdat hij protesteerde tegen bepaalde formuleringen op het heronderzoeksformulier. Bij vraag 14 moest de cliënt een verklaring ondertekenen, waarbij onder punt 5 staat: 'er tevens mee bekend te zijn, dat er inlichtingen kunnen worden ingewonnen c.q. overleg kan worden gepleegd met de werkgever, boekhouder, bank en eventuele andere instanties.'
De cliënt vatte het zo op, dat door ondertekening van de verklaring hij de Sociale Dienst een vrijbrief gaf bij iedere willekeurige instantie te informeren naar zijn persoonlijke gegevens, zonder dat de dienst hem op enigerlei wijze van die kontakten op de hoogte hoeft te stellen.
We hebben een brief geschreven naar de Sociale Dienst waarin om opheldering wordt gevraagd over de bedoeling van het artikel. In juridische zin lijkt me de formulering voor meerdere uitleg vatbaar. Betekent 'ermee bekend zijn' ook, dat je zonder meer toestemming geeft? In hoeverre is deze formulering in overeenstemming met de wetgeving op het gebied van de privacy? Tekenen, maar waarvoor?
Er zijn op het spreekuur nu twee gevallen geweest van cliënten, die iets hadden ondertekend bij de Sociale Dienst zonder dat ze wisten waarvoor. In een geval moest de cliënt een soort machtiging ondertekenen, die verder geheel blanco was. Waarschijnlijk betreft het een machtiging voor inzage in banksaldo's. In het andere geval had de cliënt ook een blanco formulier ondertekend, maar dit liep goed af. De cliënt had geprotesteerd tegen voorstellen van de ambtenaar, om een bepaalde scholing te volgen. Deze ambtenaar had vervolgens het stimuleren van cliënten door het geven van positieve prikkels op geheel eigen wijze geïnterpreteerd door de cliënt onder druk te zetten een blanco formulier te ondertekenen, dat achteraf een aanvraag voor bijzondere bijstand voor het vergoeden van scholing bleek te zijn.
Het hoeft geen betoog dat het onder druk zetten van cliënten om verder geheel blanco of slechts gedeeltelijk ingevulde formulieren te ondertekenen niet door de beugel kan. Het dient altijd glashelder te zijn waarvoor de cliënt tekent, en hij/zij moet duidelijk uitgelegd worden waarvoor toestemming wordt gegeven. Ook bij het heronderzoeksformulier dat hierboven ter sprake kwam was dat niet het geval.

IJ-markt

Zouden de gedupeerden van de IJ-markt ons eens kunnen bellen over hoe de Sociale Dienst met hun problemen omgaat? Er bereiken ons berichten, dat de Sociale Dienst zich zeer formeel opstelt, en weinig begrip toont voor de specifieke problemen waarmee de ex-ondernemers van de IJ-markt te maken hebben. En dit terwijl wethouder van der Aa heeft beloofd, dat er speciale aandacht aan de moeilijkheden van de ex-IJ-markt ondernemers zou worden besteed. Er belde ons een ex-ondernemer, die al vanaf 1 december zonder geld zit, door alle bureaucratische rompslomp rond het opheffen van zijn bedrijfje en de voorwaarden die de Sociale Dienst daaraan stelt.

Bijzondere Bijstand

De Bijstandsbond heeft de wethouder gevraagd te bevorderen dat de Sociale Dienst een gedetailleerde lijst gaat opstellen over verstrekkingen die in het kader van de bijzondere bijstand kunnen worden gedaan. Hierdoor kan er bij cliënten en spreekuurmedewerkers meer zekerheid ontstaan over wat in het kader van de bijzondere bijstand wel en niet mogelijk is. Ook leverde de Bijstandsbond kritiek op het beleid van de dienst met betrekking tot de mogelijkheden voor vergoeding van scholingskosten en de toeslag voor voormalige een-ouder gezinnen. De afdeling communicatie van de Sociale Dienst heeft daarop een brief geschreven, waarin gesteld wordt dat in het voorlichtingsmateriaal meer aandacht zal worden besteed aan de mogelijkheden voor vergoeding van scholingskosten en de gewenningstoeslag voor voormalige een-oudergezinnen. Deze laatste toeslag houdt in, dat een hoofd van een een-ouder gezin met kinderen, die op een leeftijd komen, waarbij ze in eigen onderhoud kunnen voorzien, een afbouwregeling krijgen, waarbij de uitkering geleidelijk wordt afgebouwd van de norm voor een een-oudergezin naar de norm voor een alleenstaande.
Over het opstellen van een gedetailleerde lijst met verstrekkingen in het kader van de bijzondere bijstand schrijft de afdeling communicatie, dat dit moeilijk te realiseren is omdat er zoveel verschillende mogelijkheden zijn en de hoogte van de vergoeding van geval tot geval kan variëren. De Bijstandsbond blijft echter van mening, dat de Sociale Dienst op dit punt haar beleid duidelijker naar buiten moet brengen, zodat er meer rechtszekerheid voor de cliënten gaat ontstaan en de mensen weten waar ze aan toe zijn.

Piet van der Lende

vrijdag 25 november 1994

Terreur van het energiebedrijf

Dit artikel verscheen eerder in het Maandblad Uitkeringsgerechtigden (MUG) van december 1994.

Mevrouw Stuger was in de zomer van 1992 op studiereis. Twee mensen pasten op haar huis, toen medewerkers van het Gemeente Energie Bedrijf (GEB) daar op bezoek kwamen. Door het slot van de kelderdeur te forceren kwamen ze bij de gasmeter. Samen met de elektriciteitsmeter werd deze in beslag genomen. Toen mevrouw Stuger thuiskwam, ging ze natuurlijk meteen informeren naar het waarom van deze inbreuk. Ze kreeg te horen dat ze een schuld bij het GEB had. Drie keer werd echter een ander bedrag genoemd, variërend van zes- tot achthonderd gulden. Aangezien ze al geruime tijd automatisch het maandelijkse bedrag overmaakte, begreep ze niet wanneer de schuld gemaakt was. Ze ontdekte dat ongeveer drie jaar daarvoor enkele malen geen overschrijving had plaats gevonden. Omdat ze in die tijd het minimumloon verdiende, bood ze aan om in termijnen de schuld af te lossen. Op een onbeschofte wijze werd door steeds dezelfde baliemedewerker duidelijk gemaakt, dat er geen betalingsregeling getroffen zou worden. Na de jaarlijkse afrekening bleek ze zelfs in totaal 1650 gulden te moeten betalen. Nadat een bemiddelingspoging door het Buro voor Rechtshulp mislukt was, nam mevrouw Stuger een advocaat van het advocatencollectief van de Staatsliedenbuurt in de arm. Een kort geding werd aangespannen en verloren. Volgens Zijlstra, GEB-medewerker, was er met de elektriciteitsmeter geknoeid. Mevrouw Stuger wist van niets. In november 1992 kreeg ze daarvoor een aparte nota van 1300 gulden voor ‘ongeregistreerd verbruik’.
In december betaalde ze ten einde raad de eerdere nota van 1650 gulden ineens. Dit was alleen mogelijk door de huur niet te betalen. In december ’92 werd haar huis opnieuw aangesloten, maar wel voor zeer korte duur. Toen ze op 7 april niet thuis was, sloot het GEB, door via de buren binnen te komen, de elektriciteit af. De reden: ze had zich niet gehouden aan de betalingsregeling. Terwijl mevrouw Stuger juist geen betalingsregeling mocht treffen. Bovendien werd er in een brief gedreigd met inbeslagneming van huisraad, als ze niet snel met die 1300 gulden op proppen zou komen.
Nadat ze drie maanden zonder licht had gezeten, besloot ze om officieel de elektriciteit af te zeggen. Het GEB bleef echter nota’s voor elektriciteit sturen. Volgens mevrouw Stuger heeft het GEB toen weer de elektriciteitsmeter in beslag genomen, de meterstand verkeerd afgelezen en een te hoge rekening gestuurd. Zij vroeg daarna aan gemeenteraadslid Leo Balai om in haar zaak te bemiddelen. Balai heeft toen contact opgenomen met Zijlstra van het GEB. De bemiddeling had geen effect. Al die tijd, dus sinds 1992, zegt mevrouw Stuger geregeld lastig te zijn gevallen door Zijlstra, die, samen met een ander, voor haar raam schreeuwde dat haar meters weggenomen zouden worden en dat er politie voor haar deur stond. Vervolgens spande het GEB een kort geding aan om in haar huis te kunnen komen. Volgens mevrouw Stuger was dit een proefproces om zo overal bij cliënten hun huizen te kunnen binnendringen. Ze verloor, en moest nog eens een bedrag van 1064,- betalen en het GEB binnenlaten. Uit betrouwbare bron had zij vernomen dat haar totale schuldbedrag inmiddels opgelopen zou zijn tot 5101 gulden, inclusief voorrijkosten, weghaalkosten van meters en boetes. Een volstrekt onmogelijk bedrag. Zij kreeg echter een rekening van 2650 gulden. Ze is nu bang dat ze straks nog een rekening krijgt van enkele duizenden guldens. Zelfs toen ze geen afnemer meer was van het GEB, bleef de terreur bestaan. Zo kreeg de buurvrouw bezoek van de ‘politie’ die de elektriciteitsmeter wilde bekijken, omdat ze elektriciteit aan mevrouw Stuger zou doorgeven. De buurvrouw kon daar een boete voor krijgen, aldus de ‘politie’.
Mevrouw Stuger vindt dat deze asociale praktijken publiekelijk moeten worden gemaakt. Ze roept de talloze mensen die door het GEB worden afgesloten op om zich niet te schamen, en naar buiten te treden. Geen bedrijf en zeker niet een NUTS heeft het recht om mensen zo te behandelen.
Dit bericht is geplaatst in Energiebedrijven. Bookmark de permalink. Be

donderdag 10 november 1994

Komitee Vrouwen en de Bijstand bestaat vijftien jaar


Op donderdag 10 november 1994 vierde het Komitee Vrouwen en de Bijstand haar vijftienjarig bestaan in het Vrouwenhuis. Van drie uur tot zeven uur waren alle kennissen en vriendinnen van het komitee welkom voor een hapje en een drankje. Er was een tentoonstelling ingericht over de vele aktiviteiten die het komitee in de afgelopen vijftien jaar heeft ontplooid, met foto's, affiches en pamfletten. Verder werden er toespraken gehouden door leden van het komitee. Anke van der Vliet gaf in haar toespraak een opsomming van de vele aktiviteiten in de afgelopen jaren. De meest recente aktiviteiten zijn naast deelname in allerlei overlegverbanden, zoals de clientenraad en het Komitee Amsterdam Tegen Verarming, de cursussen voor bijstandsvrouwen in samenwerking met DISK. Op deze cursussen leren bijstandsvrouwen oa de beginselen van de sociale zeker-heid in het algemeen en de bijstand in het bijzonder, terwijl wordt ingegaan op mogelijkheden om aan werk te komen. Voor vele vrouwen is deze cursus een belangrijke steun in de rug. Daarnaast was er een diskussiemiddag over fraude op donderdag 17 maart in het Vrouwenhuis. Op deze dag diskussieerden oa Hans Hofman, hoofd van de sociale recherche en Anke van der Vliet van het Komitee met bijstandsvrouwen over het gegraaf van sociale rechercheurs in het prive-leven van bijstandsvrou-wen. Voorzitster van het forum was Saar Boerlage. Naar aanlei-ding van deze dag werd op 10 november een brochure gepresenteerd: titel van de brochure: Verslag Fraude en de Bijstand.Wat is fraude en "oneigenlijk gebruik?". Wat mag juridisch welen niet?' Over tips, klachten en intimidatie. De brochure kan worden besteld bij het Komitee Vrouwen en de Bijstand, telefoon 020-6246666 of het Vrouwenhuis, telefoon 020-6252066._

PvdL

zaterdag 29 oktober 1994

Diskussiebijeenkomst zaterdag 29 oktober 1994 In de Blauwe Kapel in Utrecht georganiseerd door een interkerkelijke club voor ontwikkelingssamenwerking en DISK

Oude Engberink sprak over de divided cities, die overal in de wereld ontstaan, waar de scheidingsprocessen dezelfde kenmerken hebben en alleen kwantitatief een verschil is ten aanzien van de armoede. Deze divided cities concurreren met elkaar en hebben dezelfde antwoorden op de problematiek: grootschalige infra-structuur-projekten, om de investeerders en de gegoede meerderheid van de bevolking te lokken middels koopflats e.d, dus de mensen die het geld hebben. Ook de derde wereld steden doen dat.
Er zijn twee boeken verschenen met de titel 'divided cities'.

Het probleem is, dat we de gevangene zijn van ons eigen systeem. De steden moeten met elkaar concurreren, en kunnen niet een andere weg opgaan, door bijvoorbeeld een extra belasting op de grootschalige, kapitaal intensieve, hoogtechnologische industriën, omdat die dan naar een andere stad gaan.

Daarom benadrukt Pronk ook, dat er internationale samenwerking moet komen, waarbij als het ware een soort mondiale overheid gaat ontstaan middels netwerken, belastingen en overheidssteun, waarbij die ervoor zorgt, dat dit dilemma wordt doorbroken. Pronk heeft hier een analyse over.

Bij de nationale ekonomiën was het zo, dat een Keynesiaans beleid kon worden gevoerd, waarbij als het ware er een grens was aan de uitbuiting; deze grens werd bepaald door de noodzaak, een deel van het reserve leger in te zetten voor het produktieproces en op nationaal niveau te zorgen voor afzetmarkten.

Er hebben zich nu twee processen voltrokken: de mondialisering van de ekonomie en de ontwikkeling van de technologie. Dit heeft tot gevolg, dat arbeid relatief minder belangrijk is geworden ten opzichte van kapitaal en technologie. De ondernemers hebben minder belang of geen belang bij het in de perken houden van het ontstaan van een armoedig deel van de bevolking; zij zijn niet meer nodig, noch voor het produktieproces, noch voor de afzet van produkten, want de technologie en de mondialisering van de ekonomie heeft ervoor gezorgd, dat de produkten behalve in het eigen land net zo goed in Azie of Afrika afgezet kunnen worden. (Dus de teorien van het reserveleger en de afzetproblemen door overproduktie gelden niet meer). Dit betekent, dat de grenzen van de nationale ekonomiën zijn verlegd. Onze strategie moet zijn, om die grenzen weer dichterbij te brengen. Er is een wereldwijde markt, die expansief is.

 PvdL

maandag 25 juli 1994

Sollicitatieplicht voor ouderen

Dit artikel verscheen eerder in het Maandblad Uitkeringsgerechtigden (MUG) van juli/augustus 1994

Op het spreekuur van de WBVA kwamen ook deze maand weer mensen met verschillende problemen. Zo was er een cliënt van 59 jaar die een oproep van de Sociale Dienst kreeg om te praten over herintreding in het arbeidsproces. Of hij ook maar alle sollicitatiebewijzen, diploma’s en dergelijke wilde meenemen. Blijkbaar krijgen alle cliënten die bij dit rayonkantoor worden opgeroepen voor een Doelmatigheidsonderzoek een standaardbrief toegestuurd waarin de desbetreffende standaardinformatie wordt gevraagd, ook de cliënten ouder dan 57  jaar, of cliënten die ziek zijn. De man raakte behoorlijk in paniek, want hij solliciteerde allang niet meer, omdat hij in de veronderstelling was dat dit niet meer hoefde. Hij had toen hij 57 jaar werd ook een brief van het arbeidsbureau gekregen, waarin stond dat hij zou worden uitgeschreven omdat iemand die 57  jaar of ouder is geen sollicitatieplicht meer heeft. Voorzover wij weten geldt die regel nog steeds. Iemand van 57 jaar of ouder hoeft niet meer te solliciteren en dus ook geen sollicitatiebewijzen te tonen.
Bijverdiensten
In mei wordt weer het vakantiegeld uitbetaald. Vooral cliënten, die in 1993 bijverdiensten hebben gehad moeten goed uitrekenen of de berekening van het vakantiegeld van de Sociale Dienst wel klopt. Wanneer bijvoorbeeld bij free lancers over de bijverdiensten geen vakantiegeld is berekend, dient het totale bedrag aan vakantiegeld minimaal gelijk te zijn aan wat iemand in dezelfde situatie krijgt, die alleen een uitkering heeft gehad. Dus je hebt recht op een minimumbedrag aan vakantiegeld. Bij de berekening van het vakantiegeld worden nog wel eens fouten gemaakt, hetzij omdat de cliënt het werkbriefje verkeerd heeft ingevuld, hetzij omdat de Sociale Dienst het bedrag aan vakantiegeld verkeerd heeft berekend.
Piet van der Lende

vrijdag 1 juli 1994

IOAW voor een werkloze scheepsbouwer

Dit artikel verscheen als reactie op de rubriek 'De Gang van Zaken' in de MUG van juli/aug. 1994. Geschreven door een ex-scheepsbouwer.

Geachte redactie,

Naar aanleiding van uw oproep voor de rubriek 'Gang van zaken', wil ik het volgende kwijt.
Na een werkzaam leven in de scheepsbouw, stond ik in 1984 op straat wegens sluiting van de werf. Hierna trad de gewone regeling in werking, te weten: 26 weken WW en twee jaar WWV. Toen begon de lol pas goed. Ik moest een uitkering ingeval de IAOW aanvragen bij het toenmalige kantoor aan het Osdorpplein.
Aangezien mijn vrouw op dat moment 66 jaar was en een AOW-uitkering kreeg, met toeslag voor een jongere partner, was dat een probleem voor de GSD. Een half jaar en ettelijke brieven later was men eindelijk tot de slotsom gekomen dat de inkomens bruto berekend moesten worden.
Als je het netto berekent, is het AOW-bedrag namelijk net zo hoog als de IAOW uitkering. En aangezien de inkomsten van de partner gekort worden op de uitkering, zou ik geen uitkering mogen ontvangen. Bij een bruto-berekening zit er een verschil in de bedragen: nu krijg ik netto 257,- erbij.
Dit liep allemaal goed totdat deelraad De Baarsjes opgericht werd. Daar stopten ze meteen m'n uitkering met als reden dat de eindbedragen netto berekend moesten worden.
Ik heb toen de hulp van de rechtswinkel ingeroepen en ben een aantal procedures gestart, wat uiteindelijk resulteerde in mijn gelijk: de uitkering werd weer hersteld. Daarna bleek ik plotseling niet meer verzekerd te zijn bij het ziekenfonds. Dit bleek ook weer een vergissing en werd vervolgens hersteld. Alleen loop je wel weer voor niets naar het kantoor van het ziekenfonds en de GSD.
Verleden jaar is m'n inkomstenverklaring over April '92 bij de GSD zoek geraakt en werd de uitkering voor de zoveelste keer stopgezet. Ik had niet gezien dat ik me moest melden, dus moest ik opnieuw een uitkering aanvragen. Dat verzoek werd prompt afgewezen vanwege de inkomsten van mijn partner. Wéér naar rechtshulp en wéér moest de GSD het hoofd buigen. Men is daar erg hardleers na twee uitspraken van B&W inzake bruto/netto berekeningen.
Dus de uitkering werd weer hervat met dien verstande dat het vakantiegeld over 91/92 niet uitbetaald werd. Ze wilden eerst kijken of ik niet ten onrechte geld had ontvangen. Dat bleek dus niet het geval te zijn geweest. Anders had men dat namelijk al van m'n uitkering ingehouden.
Ik heb hierover gebeld, maar werd van hot naar haar gestuurd en niemand kon of wou iets zeggen. De directie van de GSD aangeschreven en die stuurde me door naar stadsdeel De Baarsjes. Die zonden mij drie maanden geleden een vragenformulier waarop ik de hen allang bekende gegevens moest invullen. Sindsdien hoor ik niets meer. Ik schreef vervolgens dat ik binnen veertien dagen een antwoord wilde hebben. Daarna zal ik zeker contact opnemen met de ombudsman en de cliëntenraad. Men denkt daar in De Baarsjes zeker dat ze alles kunnen doen wat ze willen.
Dit zijn mijn ervaringen met de GSD in De Baarsjes. Wat er nog in het vat zit weet ik niet, maar vanaf juli '94 ben ik AOW-er en gaat de vlag uit dat ik niets meer met hen te maken heb.

A. M. Sluyter

woensdag 25 mei 1994

Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen afgewezen. Vergoeding tandartskosten afgeschaft

Dit artikel verscheen eerder in het maandblad uitkeringsgerechtigden (MUG) van juni 1994.

Op het spreekuur van de Bijstandsbond kwam een bejaarde mevrouw, die bijzondere bijstand had aangevraagd voor een seniorenbed. Een andere bejaarde had bijzondere bijstand aangevraagd voor enkele eenmalige uitgaven, zoals de aanschaf van een nieuwe wasmachine, die ze van haar AOW niet kon betalen. In beide gevallen werd de aanvraag afgewezen.
Het blijkt in de praktijk nogal moeilijk bij de Sociale Dienst in Amsterdam bijzondere bijstand te verkrijgen voor dit soort uitgaven. Bij het aanvragen van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen gaat de Sociale Dienst er behoudens bijzondere situaties van uit, dat je dit uit je reguliere uitkering kunt betalen. Je wordt geacht circa 10 procent van je uitkering voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen te kunnen reserveren. In andere (rijkere) gemeenten is men vaak wat soepeler. Ongeveer een jaar geleden is er een verdere verslechtering van de regels voor bijzondere bijstand tot stand gekomen: tandartskosten, zoals de sanering van je gebit, die niet door het ziekenfonds werden betaald, werden eerst vergoed door de bijzondere bijstand. Dit is nu bijzonder moeilijk geworden en wordt in de meeste gevallen afgewezen. Ondanks de voorlichtingscampagne die de Sociale Dienst van Amsterdam enige tijd geleden organiseerde en ondanks het specifieke voorlichtingsproject waarbij bejaarden worden bezocht door banenpoolers, die hen wijzen op hun rechten, is de dienst dus niet bepaald soepel bij het verstrekken van bijzondere bijstand.
Een van de spreekuurmedewerksters van de Bijstandsbond kreeg bij telefonisch contact met de afdeling W.B.O. zelfs te horen: ,,Aanvragen voor bijzondere bijstand van bejaarden voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen wijzen wij altijd af.” Dit wordt bevestigd door cijfers uit het jaarverslag van het voorlichtingsproject voor bejaarden (het zogenaamde BOB-project). In verreweg de meeste gevallen heeft de verstrekking van bijzondere bijstand aan bejaarden betrekking op de kosten van maatschappelijke zorg en medische dienstverlening, dus niet op de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen.
Cliënten krijgen ook nogal eens te horen: ,,Gaat u maar naar de Gemeentelijke Kredietbank om een lening aan te vragen.” Ook komt het voor dat cliënten die om een formulier voor bijzondere bijstand vragen direct al te horen krijgen: ,,Daar komt u niet voor in aanmerking.” Toch altijd proberen want nee heb je en ja kun je krijgen! Bovendien is de ambtenaar verplicht je een formulier te verstrekken, zodat je een officiële aanvraag kunt indienen, en waarbij je tegen een beschikking waar een afwijzing in staat, in beroep kunt gaan. Tijdens een beroepsprocedure kun je de bijzondere omstandigheden die in jouw situatie van toepassing zijn nogmaals toelichten. Roep daarvoor de hulp in van bijvoorbeeld het Buro voor Rechtshulp.
In beroep gaan duurt lang maar het heeft zeker zin. In de top tien van de onderwerpen waarop de bezwaarschriften betrekking hebben heeft de afhandeling van aanvragen voor bijzondere bijstand de hoogste score. Het komt nogal eens voor, dat een cliënt bij een beroepsprocedure alsnog gelijk krijgt. Uit het verslag over 1992 van de afdeling bezwaar en beroep blijkt, dat cliënten over het algemeen (dus niet alleen bij het afwijzen van bijzondere bijstand) in 44 procent van de beroepsprocedures alsnog gelijk krijgen.
Tot slot: wanneer je voor een bepaalde uitgave bijzondere bijstand wilt aanvragen, betaal dan niet eerst, maar vraag een pro forma-nota waar op staat hoeveel het gaat kosten en ga daarmee naar de Sociale Dienst.
Piet van der Lende