zaterdag 28 juni 2014

De nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer en de omkering van Polanyi

De Boer.Vandaag in alle media interviews met de kersverse voorzitter van de werkgeversvereniging VNO, Hans de Boer. Hij zegt in die interviews nogal tegenstrijdige dingen. Maar in Trouw meldt hij: “Toen ze mij vroegen, dacht ik: dat is mijn kans om de cruciale betekenis van het ondernemerschap voor het voetlicht te brengen. Ondernemers maken de economie en de economie maakt de samenleving.” De Boer wil het accent leggen op economische groei, want dat betekent werk. Afgezien van het antwoord op de vraag of dat laatste waar is, wordt de stelling van De Boer wel de omkering van Polanyi genoemd. 

Deze econoom schreef een boek getiteld “The Great Transformation” (1957). Hij benadrukte het belang van de inbedding van de economie in de samenleving. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat wanneer de economie alle andere domeinen van het leven zou aandrijven en domineren, dit een totale ontwrichting van de maatschappij ten gevolge zou hebben. De economie wordt door de nu leidende politici en politieke partijen niet gezien als een onderdeel van de samenleving, waarbij de eerste zich moet aanpassen aan de tweede, nee, de werkelijke situatie wordt op zijn kop gezet. De samenleving moet worden ingebracht in de economie, waarbij de kapitalistische verhoudingen stilzwijgend als normaal en niet ter discussie staand worden gepostuleerd. Het adagium “Eerst komt de economie en dan komen de mensen” is de afgelopen dertig jaar vertaald in het uitgangspunt dat de mensen aangepast moeten worden aan een economische ontwikkeling, waarbij het spel van vraag en aanbod op de markt het leidende principe is. De Boer werkt dit principe in zijn interviews verder uit, waar het gaat om de flexibilisering van de arbeid en de rechten van werknemers. “De vaste baan bestaat niet meer.”

Vanuit de omkering van Polanyi is het voor de aanpassing van mensen en hun samenleving belangrijk dat de overheid het individuele gedrag van mensen tracht te beïnvloeden en bij te sturen. Terwijl in de zeventiger jaren nog het uitgangspunt gold dat de overheid actief werkgelegenheid, dus banen, moet creëren en een industrieel beleid moet voeren om ervoor te zorgen dat bepaalde sleutelindustrieën niet uit het land verdwijnen, werd met de parlementaire enquête over de scheepsbouw begin tachtiger jaren van de vorige eeuw deze politiek geheel verlaten. Werkloosheidsbestrijding werd werklozenbestrijding, dat wil zeggen: bestrijding van werkloosheid betekent het individuele gedrag van werklozen beïnvloeden en bijsturen en hen kennis en vaardigheden bijbrengen om op een flexibele arbeidsmarkt steeds een ander baantje te nemen. Ook op andere terreinen van de maatschappij vond deze radicale omslag in het denken plaats, zoals in het welzijn, de criminaliteitsbestrijding en de ombouw van de welvaartsstaat van de zeventiger jaren. Uitgangspunt is daarbij dat in de ‘softe’ zeventiger jaren individuele misdragingen werden vergoelijkt met een beroep op de maatschappelijke omstandigheden. Het gaat er niet om om naar de invloed van maatschappelijke omstandigheden op het individuele gedrag te kijken en de tegenstellingen tussen arm en rijk en de massawerkloosheid te zien als voortvloeiende uit het karakter van het economisch systeem, nee,  je moet weer meer de individuele verantwoordelijkheid van mensen benadrukken, de mensen aanspreken op hun gedrag, en een beleid ontwikkelen waarbij de bijsturing van het individuele gedrag van mensen uitgangspunt is voor de oplossing van maatschappelijke problemen. In het verlengde darvan werd de controlemaatschappij ontwikkeld, waarbij een netwerk van bureaucratieën en uitvoerende organisaties bezig is om individuen te controleren, te sturen, in de gaten te houden en verzet te onderdrukken. De Boer waarschuwt ons: alle samenlevingsvormen, hulpverleningsvormen, participatiemaatschappij, familie-, sociale en vriendschapsrelaties, vormen van niet-commerciële productie, vrijwilligerswerk, onbetaalde arbeid, enzovoorts, moeten voor zover dat nog niet is gebeurd ondergeschikt worden gemaakt aan de wetten van het kapitalisme en daardoor worden overgenomen.

Optimisme

Polanyi was in 1957 optimistisch over de toekomst. Raf Jansen, die de afgelopen dertig jaar zijn sporen heeft verdiend in de strijd van mensen met een minimuminkomen voor hun emancipatie, werd een van de grote organisatoren van de Sociale Alliantie, een samenwerkingsverband van de vakbonden, de kerken en andere grote maatschappelijke organisaties ter bestrijding van armoede en sociale onrechtvaardigheid. Daarbij verliet hij de weg van agitatie en actie en veronderstelde hij dat met kracht van argumenten aan de overlegtafel positieve veranderingen zouden kunnen worden bewerkstelligd en dat de verschillende grote crises (milieu, energievoorziening, klimaatverandering, economische crises) de kapitalisten en de staat er wel toe zouden brengen om naar de bevolking te luisteren. Hij baseert zich daarbij onder meer op het optimisme van Polanyi. Jansen memoreert dat Polanyi in zijn boek beschrijft hoe de markteconomie opkomt in de negentiende eeuw, hoe deze economie los groeit van de samenleving, hoe de samenleving daardoor vernietigd dreigt te worden en hoe de samenleving uiteindelijk uit zelfbehoud deze losgeslagen markteconomie weet te temmen.

Het boek van Polanyi kondigt de na-oorlogse verzorgingsstaat aan en de vorming van het kapitalisme met het menselijke gezicht: de markteconomie wordt ingebed in een goede sociale ordening van de samenleving. Dat boek bevat volgens Jansen twee grote lessen. De eerste les is dat geen enkele samenleving op den duur een te vrije werking van de markteconomie kan verdragen: ze zal spontaan de markt gaan corrigeren! In die laatste vaststelling zit de tweede les van Polanyi. De invoering van de vrije markt in de negentiende eeuw vergde intensief staatsingrijpen. Anders dan wij in de geschiedenislessen hebben geleerd, werd “laissez-faire, laisser-aller” gepland en gebeurde de temming van deze losgeslagen markt spontaan vanuit de samenleving. Pas later werd die temming overgenomen door de staat en ontstond de verzorgingsstaat. Die spontane reactie vanuit de samenleving stemt Jansen hoopvol. Dat kan nu weer gebeuren. Al denkt hij wel dat we die spontaniteit hier en daar een handje moeten helpen.
Polanyi schreef zijn boek in de “Trente Glorieuses”, de glorieuze dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaartsstaat werd opgebouwd, er grote groeicijfers waren en volledige werkgelegenheid. Zijn optimisme is tijdgebonden. En ook Jansen is wel erg optimistisch. De stellingnames van De Boer anno juni 2014 laten zien dat de kapitalisten en de liberalen in de politiek van verschillende partijen zonder effectieve tegendruk geen duimbreed zullen wijken in het licht van welke crisis dan ook.

donderdag 19 juni 2014

Bijstandsgerechtigden die werkten met behoud van uitkering blootgesteld aan asbest, mosterdgas en andere gevaarlijke stoffen op het Hembrugterrein in Zaandam

Update. Het raadslid voor de SP Maureen van der Pligt heeft vragen gesteld aan de wethouder werk en Inkomen van Amsterdam. Lees hier de vragen

In augustus is antwoord gegeven op de vragen

Op donderdag 12 juni meldde P. Z. zich op het spreekuur van de Bijstandsbond waar hij zijn ervaringen met het werken met behoud van uitkering als bijstandsgerechtigde kwam vertellen. Van zijn verhaal is een rapport gemaakt. (Zie bijlage). Hij heeft o.a. als bijstandsgerechtigde uit Amsterdam op straffe van kortingen op zijn uitkering gewerkt op het zwaar vervuilde Hembrugterrein in Zaandam. Toen P. in 2009 werkloos werd en eerst WW en daarna bijstand kreeg hebben de uitkerende instanties zijn opmerkingen, voorstellen en problemen systematisch genegeerd. Hij kwam als dwangarbeider terecht in het Amsterdamse Bos en uiteindelijk in december 2011 op het hierboven genoemde Hembrugterrein, waar niemand rekening hield met zijn situatie. Het Hembrugterrein bleek een zwaar met chemicaliën en resten van wapens en explosieven vervuild voormalig militair terrein te zijn. P. heeft de risico’s van het werken op dat terrein van 2011 tot in 2013 aangekaart bij de Herstelling die hem tewerk had gesteld, maar hij vond geen enkel gehoor. Uit de stukken die hij tijdens een onderzoek in handen kreeg blijkt, dat de groenploeg van Herstelling die vanaf december 2011 op het terrein werkte dit deed terwijl de autoriteiten wisten dat er risico’s waren. De leden van de groenploeg haddenen wel beschermende kleding aan maar of dit voldoende bescherming tegen de vervuiling was is onduidelijk. Ze hebben  gezaagd, gegraven en onkruid gewied op het terrein, dat pas in het najaar van 2012 zou worden gesaneerd. Een definitief actualiserend onderzoek is pas in de zomer van 2012 uitgevoerd. De leden van de groenploeg van dwangarbeiders die door Herstelling het terrein werden opgestuurd beschikten niet over de vereiste certificaten voor het werken met gevaarlijke machines. De werkmeesters beschikten wel over die certificaten, maar weer niet over certificaten voor het werken met gevaarlijke stoffen op vervuilde terreinen. Herstelling had en heeft geen vergunning voor het werken op vervuilde terreinen. De dwangarbeiders hadden er nooit naartoe gestuurd mogen worden.
Ook onder het personeel van Herstelling ontstond onrust. Daarover is in december 2012 een voorlichtingsbijeenkomst geweest, waar niet de onderliggende onderzoeksrapporten aan het personeel werden overhandigd.  (Een actualiserend onderzoek naar de vervuiling op het Hembrugterrein van Arcadis was toen een half jaar oud). Men ontkende dat er iets aan de hand was. Herstelling besloot, met wat nadere afspraken gewoon met de werkzaamheden door te gaan. Uit de correspondentie en de rapporten blijkt, dat het terrein in strijd met de Wet Bodem Bescherming is gesaneerd waarbij de kostenfactor een grote rol speelde. Uitvoeren van de wet zou teveel geld  hebben gekost. Ongeveer 1 hectare is gesaneerd, maar van het andere gedeelte is op basis van ‘historisch’ onderzoek geconcludeerd, dat er niets aan de hand is.
Overigens was niet alleen de groenploeg van Herstelling al vanaf november – december 2011 op het terrein aan het werk, er waren ook al aannemers actief, die hun personeel hebben blootgesteld aan situaties waarvan zij de gevaren niet konden overzien. De verschillende uitvoerende instanties en de verantwoordelijke bestuurders hebben vanaf 2009 tot nu toe de signalen van mensen die er werkten over de vervuiling en de risico’s gebagatelliseerd en ontkent, toen bekend was dat die risico’s er waren maar niet bekend was hoe groot die waren.

Voor meer informatie:

donderdag 17 april 2014

Klijnsma voorstel: werklozen die geen Nederlands spreken kunnen verrekken

Klijnsma: 'Spreek Nederlands, anders hongeren we je uit'. ( (Roel Wijnants Fotografie)Aan de ene kant nieuwe symboolwetgeving, aan de andere kant desastreuze gevolgen. Wie een jaar na het aanvragen van bijstand verwijtbaar nog geen Nederlands spreekt, kan zijn uitkering kwijtraken. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. De zoveelste aanval op werklozen.

Met dit voorstel dreigt er voor het verkrijgen van bijstand in de praktijk een beoordelingsmoment bij te komen. Extra ambtenaren moeten gaan beoordelen of iemand Nederlands spreekt, hoewel klantmanagers er niet voor hebben doorgeleerd om dat te beoordelen. Wat staat ons naar alle waarschijnlijkheid te wachten, als het voorstel wordt ingevoerd? Er zullen uitzonderingsgevallen worden bedacht. Er zullen criteria moeten komen om na te gaan wanneer sprake is van verwijtbaar gedrag. Er zullen door bijstandsgerechtigden bezwaarschriften worden ingediend bij de gemeente, waarna zaken bij de rechter zullen komen. Er zal op basis van beslissingen van rechters nieuwe jurisprudentie worden ontwikkeld. Er zal nieuwe bureaucratie ontstaan, met examens en examinatoren, en er zullen nog ingewikkeldere regels en voorschriften komen, waar de VVD zogenaamd op tegen zegt te zijn. De liberalen pleiten wel voor minder overheidsingrijpen en deregulering als het om de rijken gaat, maar breiden de controle- en strafstaat uit om de armen in de gaten te houden en klein te krijgen. Twee jaar geleden diende VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen een wetsvoorstel in dat sterk leek op dat van Klijnsma nu. En drie jaar geleden maakte de “spreek Nederlands”-eis deel uit van een pakket maatregelen van minister Henk Kamp, onder het motto “eerst modelburger worden, dan pas bijstand”.

Het Klijnsma-voorstel vormt aan de ene kant symboolwetgeving, omdat te verwachten valt dat voor veel bijstandsgerechtigden toch wel een uitzondering zal moeten worden gemaakt. Maar het is aan de andere kant ook waarschijnlijk dat een grotere of kleinere groep werklozen getroffen gaat worden door het voorstel. De disciplineringsmaatregel moet beschouwd worden als een nieuw wapen waarmee een heel leger ambtenaren hun dagelijkse bezigheid “werklozen pesten en opjagen” nog verder kunnen intensiveren. In de toekomst kunnen werklozen met die maatregel nog eerder en gemakkelijker worden uitgesloten van bijstand. Maar de protesten tegen de voortdurende aanvallen op onze bestaanszekerheid zouden ook wel eens kunnen gaan toenemen. Want de overheid kan werklozen wel hun inkomen ontnemen, maar niet de wil om te leven en te strijden tegen onrecht.

Een stukje geschiedenis

Toen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de eerste generatie migranten, in die tijd “gastarbeiders” genoemd, door de bazen en de staat werden geworven in onder meer Marokko en Turkije, vormde het geen probleem dat velen van hen analfabeet waren en geen Nederlands spraken. De werkgevers en de overheid maakten zich er niet druk om. Er was een tekort aan arbeidskrachten, en die analfabeten konden mooi eentonig lopende band-werk doen in fabrieken, zo dacht men in die kringen. En die migranten verbleven hier toch maar tijdelijk, meende men, dus waarom zouden er investeringen moeten worden gedaan voor mensen die op termijn toch weer zouden vertrekken. Ze zoeken het zelf maar uit, als ze niet kunnen lezen en schrijven, aldus de houding van de overheid en de werkgevers, die dan ook niet investeerden in taalonderwijs en andere voorzieningen. Lekker goedkope arbeidskrachten, daar draaide het allemaal om. En als we die “gastarbeiders” niet meer nodig hebben, dan dumpen we hen toch gewoon. Zo stelde men zich toen op.

Maar de migranten probeerden te ontsnappen aan de bittere armoede in hun landen van herkomst en bleven daarom in Nederland. Zeer velen van hen wilden maar al te graag Nederlands leren en leren lezen en schrijven, met behoud en verdere ontwikkeling van een eigen identiteit. Het krijgen van onderwijs om te leren lezen en schrijven is een fundamenteel mensenrecht, waarvoor de overheid voorzieningen beschikbaar moet stellen. Maar dat deed de Nederlandse overheid in de loop der tijd maar mondjesmaat. Er ontstonden toen lange wachtlijsten bij alfabetiserings- en taalcursussen.

Geld vinden

Toen de inburgeringscursussen ingevoerd moesten worden, moest daar geld voor worden gevonden. De schandelijke situatie doet zich nu voor dat in Nederland anno 2014 meer dan een miljoen in Nederland geboren en getogen burgers niet kunnen lezen en schrijven. Oorspronkelijk had de overheid wat geld uitgetrokken om via het volwassenenonderwijs mensen te leren lezen en schrijven. Dat onderwijs moest wel worden gegeven door vrijwilligers. Want de overheid financierde geen betaalde leerkrachten, hoewel duidelijk is dat  anderen een taal leren en leren lezen en schrijven een vak is dat lang niet iedereen in de vingers heeft. Het gevolg was dat de overheid nog meer ging bezuinigen op het volwassenenonderwijs en dat geld ging gebruiken om inburgeringscursussen mee te financieren. Daar waren veel mensen boos over. Sommigen gaven migranten die moesten inburgeren, er de schuld van dat het volwassenenonderwijs om zeep was geholpen. Echter, niet de migranten, maar de staat heeft het probleem veroorzaakt. De staat weigert immers om voldoende voorzieningen beschikbaar te stellen voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven en geen of onvoldoende Nederlands spreken. De staat kwam ook met de leugen dat er nu eenmaal moet worden bezuinigd en dat dit soort voorzieningen daarom moet verdwijnen. Maar er is geld genoeg in Nederland. Het is alleen enorm onrechtvaardig verdeeld. De rijken worden rijker en de armen worden armer.

Nu heeft de staat een nieuwe stok gevonden om de hond te slaan. Men stelt de eis dat mensen die een beroep doen op de bijstand, Nederlands moeten spreken. Principieel gezien moet daar krachtig stelling tegen worden genomen. Want ook wie geen Nederlands spreekt, behoort in dit land een inkomen te hebben om van te kunnen leven. Het wetsvoorstel geeft Klijnsma een extra smoes om nog meer mensen uit de bijstand te kunnen jagen en daarmee over de ruggen van armen nog meer te kunnen bezuinigen. Het voorstel is vanuit het perspectief van de betrokken bijstandsgerechtigden niet alleen onrechtvaardig, maar ook overbodig. Want de overgrote meerderheid van de mensen die geen of onvoldoende Nederlands spreken of niet kunnen lezen en schrijven, wil dolgraag ondersteuning hebben om dat te kunnen leren. Waarom moet er in de bijstandsregels, die toch al zoveel controle en intimidatie bevatten, de zoveelste extra verplichting worden opgenomen? En gaat de staat nu wel voldoende faciliteiten ontwikkelen om de schande van het alfabetisme in Nederland structureel aan te pakken? Dat denk ik niet. De staat gaat vooral door met aantasten van de bestaanszekerheid en met bezuinigen aan de onderkant van de samenleving. Ook praat de staat de armen aan dat armoede en werkloosheid hun eigen schuld is. En onder het mom van de eigen verantwoordelijkheid dwingt de staat inburgeringsplichtige migranten sinds 2013 om zelf de kosten van hun integratie op te hoesten. Wie dat niet kan betalen, moet geld lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

vrijdag 11 april 2014

Volgens een recente brief van achttien landelijke hulporganisaties aan alle gemeenteraden raken steeds meer mensen in financiële problemen. Maar armoedebestrijding is niet gebaat bij de vrijwel nietszeggende inhoud van hun brief.

In 2012 behoorden ruim 1,3 miljoen (8,4 procent) mensen tot een huishouden met een laag inkomen, waaronder 391.000 (11,8 procent) kinderen. Iets meer dan een op de zes Nederlandse huishoudens (17,2 procent) liep in dat jaar een risico op problematische schulden, had die schulden al of zat in een schuldhulpverleningstraject. Vanwege een laag inkomen en flinke schulden worstelen deze armen dagelijks met het probleem hoe ze rond kunnen komen en hoe ze mee kunnen blijven doen aan de samenleving. Soms verliezen mensen zelfs een dak boven het hoofd. De hulporganisaties vinden dat niemand als gevolg van zijn financiële situatie buiten spel mag staan, zeker kinderen niet.
Na deze schrijnende vermelding van de feiten doen de organisaties in hun brief de nogal vrijblijvende oproep dat armoedebestrijding en schuldhulpverlening in de nieuwe collegeprogramma’s van gemeenten prioriteit moet krijgen. Uiteraard zullen alle gemeenteraden benadrukken dat het bij hen “de allerhoogste prioriteit” heeft. De VVD voorop. Maar hoe of wat, welke maatregelen er moeten worden genomen en wat een goed beleid is, daar laat de brief zich niet over uit. En vanzelfsprekend plaatsen de organisaties die de brief hebben ondertekend, zoals de Sociale Alliantie, de Voedselbanken, Cordaid, het Leger des Heils en Kerk in Actie, zichzelf in het zonnetje. Ze geven aan dat er toch vooral wel met hen moet worden samengewerkt, dat ze al veel doen en dat ze samen met gemeenten een bijdrage kunnen leveren aan de armoedebestrijding.

De organisaties stellen vast dat gemeenten gelukkig meer geld krijgen voor armoedebestrijding. Maar dat optimisme is nogal misplaatst. Want gemeenten krijgen allerlei taken toegeschoven van de rijksoverheid die ze juist met minder geld moeten uitvoeren. De brief van de organisaties had net zo goed niet geschreven kunnen worden. Dit soort nietszeggendheid krijg je als de breedte van de samenwerking het belangrijkste is en de inhoud wordt gereduceerd tot een waterige tekst waarin armoede en de bestrijding ervan ernstig wordt gedepolitiseerd. Iedereen kan zich wel vinden in de brief, van de PVV tot de SP. En dat is nu precies ook het probleem. Ondertussen groeit de kloof tussen arm en rijk en zit de onderkant van de samenleving in de hoek waar de klappen vallen.

vrijdag 4 april 2014

Euromarsen tegen dwangarbeid

Persbericht

De ‘Europese marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting’ is een Europees netwerk van vakbondsgroepen en werklozenorganisaties. Het netwerk neemt deel aan een demonstratie in Brussel op 4 april die wordt georganiseerd door het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) waarvan in Nederland het FNV deel uitmaakt. De demonstratie wordt gehouden aan de vooravond van de Europese verkiezingen en vindt plaats in het kader van de EVV campagne ‘een nieuw pad voor Europa’. Het EVV verzet zich tegen het huidige beleid, dat leidt tot aanzienlijke verslechteringen arbeidsvoorwaarden en omstandigheden in verschillende landen. De EVV heeft een plan ontwikkeld voor  meer investeringen, duurzame groei en kwalitatief goede banen.

De Euromarsen hebben naar aanleiding van de demonstratie en verklaring uitgegeven over dwangarbeid voor werklozen in allerlei projecten. Deze politiek wordt in toenemende mate in verschillende landen uitgevoerd. Het pamflet zal uitgedeeld worden tijdens de demonstratie.

De Euromarsen verzamelen om 10.30 uur bij Metro Rogier bij het begin van de Boulevard duu Jardin Botanique. Daarna sluit het blok zich aan bij het begin van de demonstratie, op Boulevard Pacheco (tussen metro Rogier en metro Botanique). De demonstratie eindigt om 14.00 uur in het Parq du Cinquantaire.

Hieronder de tekst van het pamflet.

Werken voor je uitkering? Dat is dwangarbeid!

In verschillende Europese landen voert men een beleid, waarbij een werkloosheidsuitkering of bijstand geen algemeen recht meer is, wanneer men niet over andere bestaansmiddelen beschikt. Werklozen worden verplicht in de bijstand een tegenprestatie te leveren of te werken voor hun uitkering om die uitkering te kunnen krijgen. Wie op deze wijze wordt verplicht te werken krijgt geen loon.
Maar de bijstand is een vangnet voor mensen die geen betaald werk hebben en die zonder geld zitten. Je hebt geen keus om zelf werk te kiezen en je kunt niet weigeren. Wanneer je de opgelegde dwangarbeid weigert, krijg je met zware sancties te maken of met stopzetting van je uitkering. Daarom is werken voor je uitkering een vorm van dwangarbeid.
In het kader van de overheidsbezuinigingen wordt dit beleid steeds meer doorgevoerd. Werklozen kunnen het werk dat eerst betaalde krachten deden mooi gratis doen. Dat gebeurt in de verschillende Europese landen in meerdere of mindere mate. Maar de denkrichting is overal hetzelfde. In Nederland gebeurt het al op vrij grote schaal. Werknemers, die voor een loon diensten verrichten, bijvoorbeeld bij de overheid, worden ontslagen, werklozen nemen hun plaats in. Ook in commerciële bedrijven werken gratis arbeidskrachten. Dat is verdringing van betaalde arbeid. Bestuurders worden niet moe te zeggen dat dit niet voor mag komen. In werkelijkheid gebeurt het toch. En de lonen van degenen die nog betaald werk hebben dalen, omdat zij soms moeten concurreren met werklozen die voor hun uitkering werken.
Deze werklozen hebben niet de rechten, die werknemers met een loon hebben. Zoals een arbeidscontract, een cao of een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Zij blijven onder het regiem van de bijstand en werken als werklozen zonder rechten. Men verkoopt deze maatregelen met de leugen, dat werklozen eerst ‘werknemersvaardigheden’ moeten leren, om hun kansen op betaald werk te vergroten. Op deze wijze wordt gesuggereerd, dat de werklozen zelf schuldig zijn aan hun werkloosheid. Maar de oorzaak van werkloosheid is niet een gebrek aan ‘werknemersvaardigheden’ maar een gebrek aan banen.

De Europese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting eisen:
Geen dwangarbeid voor werklozen
Geen verlagingen en kortingen op de uitkeringen
Stop de strafsancties tegen werklozen.
Een uitkering is een recht, wanneer je geen andere     bestaansmiddelen hebt.
In alle landen van Europa moet er een leefbaar sociaal minimum zijn. Daarvoor moeten criteria op Europees niveau ontwikkeld worden.
Scheppen van voldoende arbeidsplaatsen. Arbeidstijdverkorting met behoud van loon.
Een leefbaar Wettelijk Minimum Loon in alle Europese landen

Europese Marsen tegen werkloosheid, onzekere flexibele arbeid en sociale uitsluiting, een Europees netwerk van vakbondsgroepen en uitkeringsgerechtigdengroepen.
Da Costakade 162 – 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. euromarsen@dds.nl

Duitse vertaling van het pamflet:

Arbeiten für Sozialhilfe?

Das ist Arbeitszwang!

In verschiedenen europäischen Ländern wird eine Politik entwickelt, wobei Sozialhilfe oder ein Schutz gegen Arbeitslosigkeit kein allgemeines Recht mehr ist, wenn man sonst über keine anderen Existenzmittel verfügt. Arbeitslose werden verpflichtet, für Leistungen aus der Sozialhilfe oder des ALG II zu arbeiten. Du musst eine "Gegenleistung" erbringen, um eine soziale Leistung zu bekommen. Wer auf diese Weise verpflichtet wird, für eine Sozialleistung zu arbeiten, bekommt keinen Lohn.

Aber eine Sozialleistung ist ein Auffangnetz für Menschen ohne bezahlte Arbeit und ohne Geld. Die zwangsweise zugewiesene Arbeit kann man sich nicht aussuchen und man kann sich nicht verweigern. Wenn du dich weigerst, wird dir die Sozialleistung gestrichen oder du bekommst schwere Sanktionen und kannst in aller Freiheit verhungern. Arbeitslosen eröfnet sich damit keine Perspektive auf eine bezahlte Arbeit. Deshalb ist Arbeit für Sozialleistung ein Form von Arbeitszwang.

Mehr und mehr setzt sich diese Politik als ein Teil der Kürzung von Ausgaben durch. Das geschieht in den verschiedenen EU-Ländern mit unterschiedlicher Geschwindigkeit. Aber die Richtung ist für alle dieselbe. In den Niederlanden ist es schon so. Arbeiter, die gegen Lohn für die Gemeinde Dienste verrichten, werden entlassen, Arbeitslose kommen an ihre Stelle. Auch Betriebe bekommen gratis Arbeitskräfte und entlassen dafür bezahlte Beschäftigte. Das ist Verdrängung von bezahlter Arbeit. Zwar behaupten Politiker, das würde nicht passieren, in Wirklichkeit aber geschieht es doch. Und die Löhne der Beschäftigten sinken, weil sie konkurrieren müssen mit Arbeitslosen, die nur für ihre Sozialleistung arbeiten.

Solche Gratisbeschäftigten haben natürlich nicht die Rechte, die normal entlohnte Beschäftigte haben, etwa einen Arbeitsvertrag, einen Tarifvertrag oder eine Versicherung gegen Arbeitsunfähigkeit. Sie bleiben unter dem Regime der Sozialhilfe und arbeiten als Arbeitslose ohne Rechte.

Man verkauft diese Massnahmen mit der Lüge, Arbeitslose müssten "Arbeitnehmerfähigkeiten" erst wieder lernen, um ihre Chancen auf bezahlte Arbeit zu vergrössern. Auf diese Weise wird gesagt, die Arbeitslosen sind selbst schuld an ihrer Arbeitslosigkeit. Aber die Ursache von Arbeitslosigkeit ist nicht der Mangel an Arbeitnehmerfähigkeiten. Die Ursache ist ein Mangel an ausreichenden Arbeitsplätzen.
Die Europäischen Märsche gegen Erwerbslosigkeit, ungeschützte Beschäftigung und Ausgrenzung fordern:

* Kein Arbeitszwang fur Arbeitslose
* Keine Kürzungen von Sozialleistungen
* Stoppt die Sanktionen gegen Arbeitslose
* Sozialleistung ist ein Recht, wenn man ohne Existenzmittel ist
* In allen Ländern Europas muss es ein auskömmliches soziales Mindesteinkommen geben. Dafur müssen Kriterien auf europäischer Ebene entwickelt werden
* Schaffung von ausreichend Arbeitsplätzen; Arbeitszeitverkürzung bei vollem Lohnausgleich

* Auskömmlicher gesetzlicher Mindestlohn in allen europäischen Ländern.

zaterdag 15 februari 2014

Uit de oude doos 2. De denkstructuur van de staat en de gegoeden na de 16e eeuw en de oorsprong van het denken over verplichte arbeid voor armen.

Wie de literatuur bestudeerd over gemarginaliseerden in de samenleving stuit al gauw op een bepaalde denkstructuur van de gegoede burgers en de staat  die zich in de loop der eeuwen ontwikkeld heeft en die tot op de dag van vandaag overheersend is. Sommige elementen uit die denkstructuur stammen al uit de middeleeuwen, maar vooral na de 16 eeuw heeft die denkstructuur zich in fasen ontwikkeld. Ik maak bij dit overzicht gebruik van: W.H. Nagel. ‘Het werkschuwe tuig’ Landlopers en bedelaars in de geschiedenis. Samson kriminologische cahiers 2. 1977. Alphen aan den Rijn. Bij de denkstructuur van de gegoeden en de staat kunnen de volgende aspecten in ieder geval worden genoemd: 

Het maken van onderscheid tussen gemarginaliseerden  die geholpen moeten worden en degenen die gestraft en/ of buitengesloten moeten worden. Dit aspect heeft weer 2 subaspecten:
a.       Het maken van een administratief onderscheid tussen  ‘legale’ gemarginaliseerden die over de juiste papieren beschikken en de ‘illegalen’ die niet over die papieren beschikken. Dit aspect komt natuurlijk tot uiting in het huidige vreemdelingenbeleid, maar blijkt al heel oud te zijn. Het oudst bekende boek over landlopers en bedelaars is het Liber Vagatorum, dat voor het eerst verscheen in 1509. (Van dit boek is in 1932 een Herdruk verschenen.‘Liber Vagatorum’The book of Vagabonds and Beggars with a vocabulary of their language and preface by Martin Luter, first translated into English by J.C. Hotten and now edited anew by D.B. Thomas, Londen 1932. ) 
gravure met bedelaars
Het voorwoord van Luther verschijnt voor het eerst in de uitgave van 1528. Van het boek is overigens ook in 1613 een Nederlandse vertaling verschenen. Luther eindigt zijn voorwoord met de aanbeveling dat iedere stad of dorp zijn eigen armen op een lijst moet hebben en hen moet kennen en verzorgen, maar de zwervende paupers die geen goede licenties en paspoorten hebben moet weren. Dit principe komt niet alleen tot uiting in het huidige vreemdelingen beleid, maar wordt ook in wat afgezwakte vorm weerspiegeld in een van de basisprincipes van de bijstandswet: de wet wordt uitgevoerd door gemeenten en alleen wie kan aantonen inwoner van een gemeente te zijn, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente, kan in die gemeente in principe in aanmerking komen voor bijstand. Daklozen, die niet kunnen aantonen hun hoofdverblijf in een bepaalde gemeente te hebben, behoren niet tot de lokale gemeenschap van gesedenteerden en komen in die gemeente niet in aanmerking voor bijstand. Men heeft dit probleem in de bijstandswet opgelost door een aanvullende maatregel. Er zijn 20 gemeenten in Nederland aangewezen die een dakloze ook een uitkering moeten verstrekken als de dakloze in feite niet in die gemeente slaapt. Maar dit is een uitzondering op de regel, dat de lokale gemeenschap niet hoeft te zorgen voor mensen, die niet tot die gemeenschap behoren.
b.      Een onderscheid tussen mensen, die het ‘echt’ nodig hebben en mensen die dat niet hebben. Dit is een ander onderscheid dan het bovenstaande, want op basis van dit onderscheid kunnen mensen die bij het bovenstaande onderscheid buiten de boot vallen, promoveren van vreemdelingen, die geen geldige licenties en paspoorten hebben naar gelegaliseerden. Degenen, die onder de definitie ‘heeft het niet echt nodig’ vallen worden zwaar gestraft. Hierbij is de introductie van het begrip ‘schuld’ belangrijk. Er zijn behoeftigen die buiten hun schuld niet kunnen werken en degenen, die dat wel kunnen. De laatste worden zwaar gestraft. In Engeland zijn die straffen vooral ingevoerd, in een tijd dat het feodalisme in ontbinding verkeerde. Maar reeds in 1349 was er in Engeland een vagrancy statute tegen werkloze zwervers. Niemand mocht die zwervers, op straffe van gevangenisstraf, wat geven. Vooral in de loop van de 16e eeuw worden deze wetten steeds strenger. In 1571 wordt de brandmerking van zwervers ingevoerd.

In de moderne tijd wordt enerzijds uitgegaan van  de oude zienswijze die in de 16e eeuw voor het eerst naar voren kwam, waarbij gemarginaliseerden werden gezien als mensen met een gebrek, lijntrekkers, profiteurs.  Anderzijds heeft zich bij de opbouw van de verzorgingsstaat een betoog ontwikkeld, waarbij werkloosheid, armoede, werd gezien als een door maatschappelijke en economische ontwikkelingen ontstaan collectief risico, dat je dus ook collectief moet oplossen door het invoeren van verzekeringen. Deze twee standpunten werden verwerkt in het stelsel van sociale zekerheid. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de bonafide werklozen en de lijntrekkers en profiteurs. Alle nationale verzorgingsstaten zijn georganiseerd volgens een twee sporen model: naast sociale verzekeringen op grond van arbeidsverleden staat een bijstandstraject op minimaal niveau. De mensen op dit traject worden meestal onderworpen aan een veel harder regime van controle en discipline. Zij moeten niet alleen ondersteund, maar ook gedisciplineerd en gemoraliseerd worden.

Belangrijk bij de definiering van verdachte personen, vagebonden, zwervers, bedelaars, daklozen, of anderen die als marginaal worden beschouwd is, of je –als je door een gesedenteerde gemeenschap ter verantwoording geroepen wordt- je kunt aantonen waar je de afgelopen tijd van hebt geleefd, hoe je inkomen hebt gegenereerd, dan wel aan voedsel bent gekomen. Mensen die dat niet kunnen of willen aantonen zijn niet alleen verdacht, ze moeten worden gestraft, verbannen, of opgesloten worden. Maar ze hebben in principe geen rechten die de andere burgers van de gemeenschap wel hebben. Dit principe komt ook in de huidige bijstandswet tot uiting, of althans in het beleid dat gemeenten op basis van die wet voeren.

Het criminaliseren van gemarginaliseerden. De zogenaamde vagrancy laws in Engeland in de loop van de 16e eeuw zijn een verschuiving in de definitie van zwervers, vagebonden en andere gemarginaliseerden. In de middeleeuwen waren de maatregelen erop gericht, dat de feodale landheren over voldoende werkvolk beschikten, zwervers mochten zich niet aan dat werk onttrekken, maar voor de rest vormden de zwervers en daklozen vooral een ergernis. In de 16e eeuw kwam in de wetgeving de notie op, dat straffen ook gerechtvaardigd zijn omdat ze nog crimineel zijn ook.

Op de achtergrond speelt het uitgangspunt, dat niet teveel mensen zich mogen onttrekken aan arbeid voor de machtigen en rijken. Er moet een beleid worden ontwikkeld om dat tegen te gaan. Zoals ik al zei, bestond dit principe in de middeleeuwen al. De feodale landheren moesten voldoende werkvolk hebben. In de 16e eeuw is ook het doel dat de strafbedreigingen de landheren van goedkoop werkvolk verzekeren. Maar in die eeuw is nieuw, dat het principe van de straf voor ‘degenen die het niet echt nodig hebben’ verschuift van straffen zonder meer (brandmerken, handen afhakken, etc.) naar de al genoemde criminalisering en straffen verbonden met de invoering van dwangarbeid. 
      De eerste man, die in Nederland deze draai maakte is Coornhert, die in 1587 een boek schreef dat een mijlpaal en een omslag is in het denken over hoe om te gaan met armen. D.V. Coornhert. Boeventucht (ofte Middelen tot mindering der schadelyke ledighghanghers)

Eerste druk: 1587 in Amsterdam.  Motto: Exodus 22. Opnieuw uitgegeven, vertaald en van commentaar voorzien door Arie-Jan Gelderblom, Marijke Meijer Drees en een werkgroep van Utrechtse Neerlandici in het jaar 1985.

In een volgend artikel zal ik ingaan op de ideen van Coornhert, die in de 16e eeuw nieuw waren. Op deze pagina kunt u meer vinden over Coornhert.

Piet van der Lende

zondag 2 februari 2014

De uitstroom van Herstelling Werk en Uitvoering. (HWU)

Tijdens de discussieavond in Amsterdam Oud West over de misstanden die heersen bij de projecten van de stichting Herstelling beweerde Jeroen Sprenger, voorzitter van de stichting, dat 60% van de mensen die in de projecten te werk worden gesteld uitstromen naar betaald werk. Marc van Hoof, advocaat van de Bijstandsbond, bracht naar voren dat Sprenger dit helemaal niet kon weten, omdat de gemeente Amsterdam wat betreft de uitstroomcijfers niet bijhoudt waarnaar mensen uitstromen en waarom. Tijd voor een nadere analyse.

Er blijkt bij de stichting Herstelling blijkens hun eigen website een ‘manager uitstroomunit’ te werken, die de uitstroom organiseert.
Deze manager heeft een BV opgericht, ARA Works BV, De website van ARA Works is te vinden op http://www.ara-works.nl. Daar kun je twee kanten op, naar een bouwbedrijf, dat een zelfstandige juridische eenheid is, nl een Vennootschap onder firma, en ARA Works BV, dus een Besloten Vennootschap. Ook daar blijkt dat de manager werkt voor HWU en dat de BV zijn eigendom is.

Van de website:  ‘Wij zijn een jonge organisatie die in samenwerking met de gemeente Amsterdam en voor de Stichting Herstelling langdurig werklozen begeleidt naar regulier werk. Wij plaatsen onze kandidaten zowel bij hoofdaannemers, als bij gespecialiseerde aannemers in meer dan zestig verschillende beroepen. Wij plaatsen onder andere in de bouw- & metaalsector, in de installatiebranche,groenvoorziening, bewaking, grond- weg- en waterbouw en de schoonmaakbranche. ARA-Works plaatst eigenlijk overal uit, waar een beroepswens ligt van de kandidaat, die een werkplek zoekt. In korte tijd hebben wij daarin zeer goede resultaten’.

De BV Ara Works runt de manager samen met enkele familieleden. Verder werkt er nog een administratieve kracht. Op de website staat: ‘ARA-Works kan iedereen helpen die voldoet aan de criteria van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen (DWI) voor een detachering’.

Dus er wordt bij de plaatsing van deelnemers aan de trajecten op de Laarderhoogtweg van HWU met commerciele bedrijven gewerkt met medeweten van de Dienst Werk en Inkomen, die hun toestemming moeten geven. Waarom? Omdat de deelnemers werken met behoud van uitkering bij dat commerciele bedrijf. Uit de website blijkt, dat het zou gaan om drie maanden stage. Uit de vacatures op de website van ARA Works blijkt echter, dat er ook vacatures zijn waar mensen 5 tot 6 maanden met behoud van uitkering werken. Soms staat er alleen: Het betreft hier een WWB baan (detachering) voor 32 uur.

Voorbeeld van een vacature

KOERIERS GEVRAAGD
Algemene informatie. Het betreft hier een proefplaatsing van 5 maanden
Voor een middelgroot bedrijf zijn wij op zoek naar koeriers die bestelde Aziatische maaltijden naar klanten vervoeren. We zoeken voor de vestigingen in*Amsterdam Centrum*,*Amsterdam Oost*, en*Aalsmeer Oost*kandidaten. Voor elke vestiging heeft het betreffende bedrijf minimaal 6 koeriers nodig. De werktijden zijn van*11.00 - 16.00*of van*16.00-20.00*. Startende werknemers worden ingewerkt op verschillende locaties, zodat ze de functie optimaal kunnen uitvoeren (kennis van producten, straten etc.). Werknemers van onze organisatie hebben ruimschoots de mogelijkheid om door te groeien tot bijvoorbeeld kok of verkoper van onze producten in onze winkels of universiteiten.

Functie inhoud

De bestelde maaltijden worden door middel van auto's of brommers van het bedrijf bezorgd aan de klanten, waarna vervolgens afgerekend moet worden. Tot zover de beschrijving van de vacature.
Het is volkomen duidelijk dat de verschillende mensen die voor dit bedrijf werken de reguliere- elders gewoon betaalde functie van koerier vervullen, met behoud van uitkering gedurende 5 maanden. Dit zijn dus mensen, die eerst een half jaar of langer bij de HWU met behoud van uitkering gewerkt hebben, en die daarna 5 maanden met behoud van uitkering bij een commercieel bedrijf werken en daar reguliere arbeid verrichten. Hoezo verdringing van bestaande betaalde arbeid. Dat middelgrote bedrijf met Aziatische maaltijden werkt met gratis koeriers.

Nu vraag ik mij af wat die uitstroomcijfers naar reguliere arbeid van de HWU betekenen. Rekent men iemand die uitstroomt naar zo'n 5 maanden baan bij een commerciele werkgever (werken met behoud van uitkering) ook als uitstroom naar het bedrijfsleven? En wat gebeurt er na die 5 maanden? Het is duidelijk dat de uitstroom-manager met zijn BV en Vof geld verdient aan het uitplaatsen van werklozen naar het commerciele bedrijfsleven. Maar op welke manier weet ik niet. Brengt hij bij commerciele bedrijven bemiddelingskosten in rekening voor het leveren van gratis arbeidskrachten? Er staat ergens op de website dat gewerkt wordt zonder subsidie. Hoe we zijn particuliere bouwbedrijf in dezen moeten plaatsen weet ik niet. De Herstelling zelf is immers ook een soort bouwbedrijf. Het zijn duidelijk geen participatieplaatsen. Dat loopt via Pantar, en de voorwaarden van de participatieplaatsen op grond van de wet lijken mij hier dan ook niet van toepassing.