Bestaat de markteconomie wel? Tijdens de mondialiseringsbeweging ongeveer tien jaar geleden verbaasden veel actievoerders zich over de kloof die gaapt tussen de werkelijkheid van de economie die zij zagen en het geïdealiseerde model van de neo-klassieke economen, die in het kader van het neo-liberalisme een model ontwikkelden waarin de marktwerking een glansrol speelde. Hoe minder overheid, en hoe meer marktwerking, hoe meer welvaart en een harmonisch evenwicht tussen vraag en aanbod in het verschiet liggen. Veel actievoerders waren wars van kant en klare ideologische en modelmatige verklaringen van de werkelijkheid. Ze wilden zelf denken en geen van bovenaf opgelegde modellen, een pluralistische sociale beweging, waarin plaats was voor verschillende theoretische stromingen en interpretaties, waarbij de hoofddoelstelling moest zijn de kloof tussen de rauwe kapitalistische werkelijkheid en de analytische modellen te overbruggen. Studenten aan universiteiten, zoals in Frankrijk stelden aan de kaak dat ze alleen de neo-klassieke teorien kregen voorgeschoteld en zij eisten ook onderwijs in andere interpretaties. In dit kader kwam een nieuwe economische stroming op, die wel 'real world economics' genoemd wordt. De rauwe werkelijkheid beschrijven zoals die is en niet uitgaan van abstracte modellen. Een van de grote vragen van deze economische stroming is, of marktwerking wel bestaat en zo ja, in hoeverre. Als marktwerking maar beperkt bestaat, wat bepaalt dan de ontwikkelingen in de maatschappij?. De economische stroming van de real world economics' is sindsdien springlevend. In dit kader past ook een onlangs verschenen boek. De grootste show op aarde Coen Haegens maakt deel uit van de redactie economie van de Groene Amsterdammer en hij schreef het boek 'De grootste show op aarde. De mythe van de markteconomie'. Centrale these in het boek is, dat de markteconomie niet bestaat, dat markten volgens het model van de neo-klassieken in de economie niet bestaan en ook nooit bestaan hebben. De theorie van de naar evenwichten en harmonie neigende afstemming van vraag en aanbod is vals. Haegens beschrijft de geschiedenis van dit idee, hoe het opgekomen is, verschillende fasen heeft doorgemaakt en uiteindelijk dominant is geworden. Met empirisch onderzoek toont hij aan, dat de economie niet volgens dat model functioneert. De markten hebben een sterke overheid nodig, die regulerend en controlerend optreedt. Crises, machtsvorming, monopolievorming en bureaucratie staan niet tegenover markten, nee, ze worden er juist door opgeroepen en zijn dus niet alleen maar imperfecties van een op zich perfect systeem, maar zijn er onverbrekelijk mee verbonden. Ondanks de ontwikkeling van moderne technologieën en internet spelen persoonlijke contacten, groepsvorming en subjectief vertrouwen en wantrouwen van mensen naar elkaar toe een grote rol in de vorming van prijzen. Grote ondernemingen die de productie van bepaalde goederen en diensten beheersen kunnen beter een 'planeconomie' genoemd worden, dat niks te maken heeft met een markteconomie. Haegens toont aan, dat er vaak geen sprake is van concurrentie op een markt in het beste geval is er 'monopolistische concurrentie'. Een conclusie van zijn zoektocht naar de mechanismen die de prijzen van goederen en diensten bepalen. paprika's In hoofdstuk 6 beschrijft hij de vaststelling van de prijs van paprika's. Ook hier wil hij aantonen, dat er geen marktmechanisme bestaat. Er bestaat in feite een chronische overproductie, waardoor de prijs van paprika's constant erg laag is. Tuinbouwers investeren in een soort vlucht naar voren steeds meer in machines, automatisering en schaalvergroting en steken zich daardoor in de schulden om door schaalvoordelen, efficiëntere productie ondanks de lage prijzen van de paprika's toch de inkomsten op te voeren en de kosten te beperken. Andere tuinders houden het niet meer vol door alle schulden en moeten ermee ophouden of gaan failliet, waardoor het aantal paprikatelers de afgelopen jaren gehalveerd is. Maar omdat de overblijvenden dus investeren blijft de productie van paprika's hetzelfde. Daar komt bij dat niet zoals vroeger er vele kleine groenteboeren zijn, maar supermarkten, die machtig zijn en een lage prijs bij de producenten kunnen afdwingen. Daardoor is er geen marktwerking. Maar Haegens heeft gepraat met een tuinder, die zich ook verbaasde over de huidige ontwikkeling. Deze zegt echter, dat vroeger de prijs van de paprika schommelde, er waren goede en slechte tijden. Impliciet zegt hij daarmee, dat er toen dus wel iets van marktwerking was. Haegens noemt zelf de varkenscyclus, waarbij varkensboeren slechts vertraagd op de prijsontwikkeling kunnen reageren (het kost tijd om varkens vet te mesten en als je begint als de prijzen hoog zijn kun je niet stoppen als ze tijdens het vetmesten gaan dalen) Dan heb je dus de varkenscyclus van hoge en lage prijzen. Marktwerking? Haegens gaat in zijn boek ook in op de werking van financiële markten. Toch marktwerking? Ik vraag me af, hoe je conjuncturele ontwikkelingen en de lange golven van de Kondratieff moet verklaren als je ervan uitgaat, dat er geen marktwerking bestaat. Haegens benadrukt eenzijdig dat markt en staat onverbrekelijk bij elkaar horen, de markt wordt georganiseerd in die zin, dat vraag en aanbod voortdurend door de staat worden bijgestuurd en dat monopolievorming marktwerking uitschakelt. Zodat niet vraag en aanbod de prijs van goederen bepalen. Marktwerking speelt slechts een ondergeschikte rol. Misschien speelt marktwerking toch een grotere rol dan Haegens veronderstelt, ook al ben ik het ermee eens dat de neo-klassieke theorieën niet kloppen. Wat ik jammer vindt in dit verband is, dat hij niet ingaat op de veronderstellingen van de systeemtheorie, en dan met name een van de grondleggers ervan, de Franse historicus Braudel. Braudel verwerpt de gedachte dat kapitalisme en marktwerking op hetzelfde neerkomen. Ook voor hem is kapitalisme juist een systeem van de ‘contra-marche’, de anti-markt. In zijn visie bestaan er drie niveaus van economische bedrijvigheid. Het laagste niveau is dat van de ‘vie materielle’, het omvat de meest elementaire vormen van economische activiteiten waarmee mensen in hun behoeften voorzien. Daarboven ligt de economie, het niveau van de markt, een wereld die voor de deelnemers min of meer transparant is en een dagelijkse realiteit is, een wereld waarin de winsten dientengevolge klein zijn. Pas daarboven, op het derde niveau, is sprake van kapitalisme, als de zone van economische concentratie, van excessieve winsten, als gevolg van een relatief sterke mate van monopolievorming die zelf weer de uitkomst is van enerzijds politieke machtsvorming en anderzijds van het vermogen van de deelnemers aan dit spel om de schakels in het productieproces te beheersen en het spel ondoorgrondelijk te maken. Het is in onze tijd de wereld van de hedgefondsen en holdingmaatschappijen, die buiten de markteconomie om de onttrekking van grote hoeveelheden kapitaal van het tweede niveau te organiseren en reguleren en onwaarschijnlijke rendementen op hun geïnvesteerde kapitaal te realiseren, ook in tijden van crisis. Op het tweede niveau zou wel sprake zijn van een uitgebreide markteconomie, hoewel, dus ook van bovenaf georganiseerd. Ideologische tegenstellingen Haegens noemt Braudel wel kort, maar zegt er verder niets over. Misschien omdat hij niet wil aantonen, dat het kapitalisme georganiseerde uitbuiting is. Hij wil alleen aantonen, dat marktwerking niet bestaat. Als de markteconomie niet bestaat, of zoals ik ook vind van bovenaf georganiseerd wordt, bestaan ook bepaalde ideologische tegenstellingen niet. Er is geen tegenstelling tussen staat en markt, beiden hebben elkaar nodig. Ook een neo-marxist als Massimo de Angelis wijst op de onjuistheid van bepaalde dichotomieën, waarbij hij er verschillende noemt. i Staat versus markt, derde wereld versus het westen, planeconomie versus laissez faire, samenwerking en solidariteit, versus eigenbelang en competitie en concurrentie, protectionisme versus vrijhandel. Meestal is politiek rechts een aanhanger van de laatstgenoemden in de dichotomieën, links is voorstander van de eerstgenoemde. Daarmee bevestigen zij echter de juistheid van de dichotomie. Het gaat er echter om, dat beide polen in de dichotomieën in het kapitalisme bestaan, en dat ze een specifieke onderlinge dynamiek vertonen, en het gaat er in de eerste plaats om, die specifieke dynamiek te analyseren door het kapitalisme te beschrijven zoals het in de werkelijkheid is en zoals men ook in de 'real world economics' probeert te doen. Op deze wijze kan de ideologische discussie op basis van de valse dichotomieën als een onjuiste tegenstelling worden geanalyseerd. Het boek van Haegens is daaraan een bijdrage. Er bestaat in het kapitalisme bijvoorbeeld geen tegenstelling tussen concurrentie en samenwerking en solidariteit. De productie neemt een specifieke vorm aan, waarbij eigenbelang en concurrentie worden nagestreefd door organisaties waarin mensen in de productie samenwerken. De markteconomie wordt dus gecreeerd door de staat en vrijhandel en protectionisme van de machtigste staten die vrijhandel aan anderen opleggen vullen elkaar aan. Als ik de Angelis goed begrijp, kunnen we door een concrete beschrijving van het kapitalisme als uitbuitingssysteem (het eerste niveau van Braudel) schijndiscussies over valse dichotomieën vermijden en buiten de kapitalistische marktplanning om alternatieven organiseren voor dat kapitalisme vanuit het besef, dat kapitalisme georganiseerde uitbuiting is. De Angelis zegt dat het kapitalisme geen totaal systeem is, er is ook in de huidige wereld een 'buiten het kapitalisme', waarbij mensen samenleven en samenwerken en produceren op basis van andere waarden dan de kapitalistische. Op het niveau van het dagelijks leven, maar ook op wat Braudel het tweede niveau noemt, de organisatie van de productie. strijd De strijd in het dagelijks leven maar ook op het tweede niveau van Braudel gaat dan om de realisatie van een leven buiten de uitbuitingspraktijken van het kapitalisme om, waarbij vanuit het georganiseerde kapitalisme, door de staat maar ook grote ondernemingen wordt getracht deze manier van samenwerken, produceren en arbeid verrichten onder haar controle te brengen en in te voegen in de georganiseerde kapitalistische uitbuiting. De Angelis noemt dat produceren buiten het kapitalisme en de strijd om de realisatie van niet kapitalistische doeleinden de commons, van boeren die bossen en land in gemeenschappelijk bezit verdedigen tot de moderne beweging van internetactivisten die vrije software produceren. Maar het speelt ook op het niveau van het dagelijks leven, de velen die een individuele strijd voeren tegen ondoordringbare bureaucratie met hun absurde regels, van sociale dienst tot belastingdienst, van grote verzekeringsmaatschappijen tot de giganten in de geprivatiseerde gezondheidszorg. Duizenden mensen zijn in ons land op spreekuren waar zij juridisch advies geven met deze strijd bezig. Je kunt aangaande de organisatie van de productie ook denken aan de participatiemaatschappij van onderop zoals die door Tine de Moor wordt geanalyseerd. Terug naar het boek van Haegens. Een belangrijke bijdrage aan de discussie, maar toch nog enkele opmerkingen. Hij presenteert de geschiedenis van de neo-klassieke economie als een ideeëngeschiedenis. Impliciet wordt er daarbij van uitgegaan, dat grote ideeën of utopieën (het neoklassieke model is een utopie) de geschiedenis kunnen bepalen. Vraag voor mij blijft wel, hoe het neo-klassieke denken in de economie zo'n succes kon hebben. Piet van der Lende |
woensdag 7 september 2016
Bestaat de markteconomie wel?
zondag 24 april 2016
Jubileumviering vereniging Bijstandsbond
Jubileum Bijstandsbond
In mei 2016 bestaat de Bijstandsbond 40 jaar. En de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting bestaan 20 jaar. Dat gaan we vieren !.
Op 26 mei 1976 werd de Bijstandsbond opgericht, de huidige Bijstandsbond Amsterdam komt daaruit voort. Dat betekent dat de Bijstandsbond Amsterdam dit jaar 40 jaar bestaat. Dat gaan we vieren!. Met een tentoonstelling, een symposium, een feest en de uitgave van een jubileumboek. De festiviteiten worden alle gehouden in het Nelson Mandela Centrum, Eerste Weteringplantsoen 2c Amsterdam. http://www.nelsonmandelacentrum.com Telefoon: 020-6242306 / 020-4288825
Tentoonstelling
40 jaar strijd voor de belangen van mensen met een minimuminkomen in woord en beeld. Er zijn 40 overzichtsbladen samengesteld over de verschillende jaren. Van ieder jaar is een overzichtsblad. Op de bladen zijn pamfletten, foto’s, stickers, affiches, logo’s en ander illustratiemateriaal aangebracht. Deze worden opgehangen in het Nelson Mandela Centrum gedurende de week van 16 mei tot en met 22 mei. Aldaar overdag te bezichtigen.
Symposium
We openen de feestweek met een symposium op 18 mei over 40 jaar belangenstrijd, de hoogte en dieptepunten, en wat we daarvan kunnen leren. Ook zal aandacht worden besteed aan hoe de situatie in Amsterdam nu is. Wat hebben we bereikt, wat kan beter? Bij de aanvang van het symposium wordt om 10.30 uur het jubileumboek gepresenteerd door Anke van der Vliet, al 40 jaar aan de Bijstandsbond verbonden en medeoprichtster van de bond.
Dagvoorzitter van het symposium is Madelene Duijst, werkzaam bij de vereniging Clientenbelang in Amsterdam.
In het ochtendgedeelte dat om 11.00 uur begint zal er op basis van bovenstaande probleemstellingen een forumdiscussie zijn waaraan deelnemen:
– Jacques Peeters, kaderlid van de Bijstandsbond
– Anke van der Vliet, secretaris van de Bijstandsbond
– Bart Louwman, lid van de Participatieraad en kaderlid van FNV uitkeringsgerechtigden
– Mark van Hoof, advocaat
– Patrick Hartwig voorzitter van de daklozenvakbond en lid van de Participatieraad
Het middag gedeelte van het symposium, dat aanvangt om 14.00 uur zal gaan over de toekomst. Welke hoopvolle initiatieven zijn er, hoe moeten we opkomen voor onze belangen verder organiseren in het licht van de ervaringen uit het verleden?
Aan de forumdiscussie zullen deelnemen:
– professor Gijsbert Vonk
– Maaike Zorgman, bestuurder FNV uitkeringsgerechtigden
– Henk Kroon, kaderlid Bijstandsbond
– Jaap de Bie organizer bij de FNV op Schiphol
– Linda Slagter, medewerker communicatie Vrijwilligers Centrale Amsterdam
Na afloop is er een hapje en een drankje
Multiloog
Regelmatig zijn er Multiloog - bijeenkomsten in Amsterdam. Onder leiding van psycholoog Heinz MÖlders. De deelnemers luisteren naar elkaars verhalen over eigen en problemen van anderen in het dagelijks leven, over psychische en psychiatrische problemen in het bijzonder. Ze bespreken wat die voor hen betekenen en waar ze kracht en inspiratie uit halen om allerlei obstakels het hoofd te kunnen bieden. Er wordt een verband gelegd tussen persoonlijke dingen en maatschappelijke misstanden en er wordt gepraat over hoe je daar bijvoorbeeld vis de Bijstandsbond iets aan kunt doen. Iedereen is van harte uitgenodigd om te komen kijken, luisteren en mee te praten. De multiloog begint om 13.00 uur en eindigt om 15.00 uur. Wordt vriend van Multiloog op de Facebook pagina www.facebook.com/multiloog
Feest
Vrijdag 20 mei organiseren we een feest voor leden en sympatisanten en oud-medewerkers. Aanvang 18.00 uur. Wij maken een inventarisatie van alle oud-medewerkers en contacten om hen voor het feest uit te nodigen. Hopelijk wordt dat een soort reunie.
Euromarsen bestaan 20 jaar
De Bijstandsbond maakt deel uit van een Europees netwerk van zusterorganisaties, de Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting. Vertegenwoordigers van dat netwerk zullen op vrijdagavond vanaf 17.00 uur in Amsterdam aankomen en deelnemen aan het feest, met muziek, toespraken en een hapje en een drankje. Op zaterdag en zondag wordt de halfjaarlijkse coordinatie vergadering van de Euromarsen in het Nelson Mandelacentrum gehouden. De Euromarsen bestaan dit jaar 20 jaar, dus dat geeft het feest een extra feestelijk tintje.
Voor meer informatie: Piet van der Lende pvdlende@dds.nl Anke van der Vliet a_vandervliet@hotmail.com Jacques Peeters wbva@dds.nl 020-6181815dinsdag 25 augustus 2015
Opmerking over het gedoe met openheid bij de ttip onderhandelingen
Europese parlement protesteren tegen het feit, dat ze geen toegang meer
hebben tot geheime stukken over de TTIP-onderhandelingen. Er is gedoe
over welke documenten wel en niet toegankelijk zijn en hoe.
http://www.rtlnieuws.nl/economie/home/tweede-kamer-geen-toegang-meer-tot-ttip-documenten
Op oa facebook protesten van: de democratie wordt afgeschaft.
Democratie? Ik vraag mij af: in toenemende mate worden allerlei geheime
rapporten geproduceerd zowel op gemeentelijk niveau als op hogere
niveau's die door het bestuur en het ambtelijk apparaat worden gedeeld
met de volksvertegenwoordigers, maar waar pers en burger geen inzicht in
krijgen. De volksvertegenwoordigers, die namens ons het bestuur moeten
controleren, ontvangen die geheime informatie soms in besloten
vergaderingen van Tweede Kamer of gemeenteraad. En politieke
vertegenwoordigers van links tot rechts gaan daar gretig op in. Ze
beloven die kiezer niet te zullen inlichten. Dat speelt uit mijn eigen
ervaring onder andere bij de reintegratie in Amsterdam. Er wordt een
reeks van rapporten over misstanden in de reintegratie-industrie in
Amsterdam geproduceerd, waar de burger geen inzage in krijgt en de
gemeenteraad of commissies daarvan vergaderen daar in besloten
vergaderingen over. Er komt niets van naar buiten. Als burger en zeker
als belangenbehartiger wordt je volkomen op het verkeerde been gezet. Je
kunt de volksvertegenwoordigers niet meer vertrouwen, ook niet die van
links. Die meedoen aan acties bijvoorbeeld of waarmee je gesprekken
voert. Ze beschikken ten aanzien van het onderwerp over structurele
informatie, waarover de actievoerders niet beschikken. Je weet nooit op
basis van wat voor overwegingen je wel of niet wordt gesteund, en welke
argumenten je moet gebruiken om je belangen te verdedigen. En hoe die
argumenten in het plaatje van dilemma's die er soms zijn passen.
Misschien zijn er allang (mondelinge) geheime compromissen gesloten
terwijl jij aan het actievoeren of aan het praten bent. Ik zeg tegen de
parlementariers: als die stukken die je wilt inzien supergeheim zijn en
je ze niet mag delen dan zou ik ze niet eens willen hebben. De
democratie is allang afgeschaft.
Piet van der Lende
zaterdag 30 mei 2015
De lotgevallen van de kostendelersnorm oftewel mantelzorgboete
Het valt mij op dat er in de publiciteit en in maatschappelijke discussies waaraan belangenorganisaties en politieke partijen deelnemen zo weinig te horen is over de kostendelersnorm in de nieuwe Participatiewet, die 1 januari is ingevoerd.
Op het spreekuur waar ik werk – de kostendelersnorm voor mensen die al een uitkering hadden, gaat per 1 juli in- krijgen wij nu al de schrijnende gevallen van mensen die straks niet of nauwelijks meer kunnen overleven. Bijvoorbeeld een vader met zijn inwonende zoon die er straks minstens 240 euro op achteruit gaat. Hoe moet die man straks leven? Of een mevrouw met een Franse vriend die geen werk heeft en geen inkomen. Zij zakken ver beneden het bestaansminimum. Per 1 juli wordt tegen die mensen gezegd: er woont iemand bij u in dus u wordt gekort. Mensen die mantelzorg doen- voor hun ouder, die nog geen 65 is, of voor iemand anders en die mensen wonen bij hen in- zullen worden gekort. De kostendelersnorm wordt daarom ook wel de 'mantelzorgboete' genoemd.
Tijdens de discussie over de norm riep de ANBO de Eerste Kamer op de kostendelersnorm helemaal uit de AOW te laten verdwijnen indien er sprake is van een mantelzorgsituatie. Uit hun verklaring: 'We zien schrijnende gevallen: ouders die al jaren zorgen voor een kind met een handicap of ziekte bijvoorbeeld. Deze mensen hebben geen keuze, maar worden als het aan de politiek ligt wél gestraft voor hun zorgen met een inkomenskorting. Dat kan echt niet meer. Je kunt wel een participatiesamenleving ambiëren, maar dan moet regelgeving dat stimuleren in plaats van tegenwerken. Het kabinet moet zelf ook eens gaan rekenen en bedenken wat op de lange termijn voordeliger is: voor elkaar zorgen of, uit angst voor inkomensdaling, extern zorg en hulp inroepen'.
Ja maar ANBO: zijn jullie argumenten dus niet meer geldig bij kinderen die hun ouders verzorgen die nog geen 65 zijn? Kortom: links in het defensief, verdeelde belangenorganisaties, compromispolitiek waarbij alleen opgekomen wordt voor de eigen specifieke doelgroep, een rechtse hetze die niet werd beantwoord, en een vakbond die in die tijd een akkoord sloot met de werkgevers en de regering over de uitvoering van de Participatiewet. Over de inhoud waarvan in het sociaal akkoord niets wordt gezegd. Overigens ook met instemming van de oppositie in de vakbonden, die zagen aankomen dat afspraken van de vakbonden met de regering en de werkgevers over die Participatiewet wel eens desastreus zouden kunnen zijn, en die hoopten dat vanuit een zekere bewegingsvrijheid voor de vakbonden verzet van de grond zou komen.
Hoe anders ging het bij de invoering van de huishoudinkomenstoets! De huishoudinkomenstoets was in veel opzichten vergelijkbaar met de kostendelersnorm. De huishoudinkomenstoets is een per 1 januari 2012 ingevoerde aanscherping van de gezinsbijstand. De regels vloeiden voort uit het regeerakkoord VVD-CDA van 2010 van het kabinet Rutte I. Het kreeg de stemmen van VVD, CDA, PVV en SGP. Naast gehuwden golden als gezin onder meer de volgende groepen volwassenen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden: gehuwden met hun meerderjarige kinderen en een alleenstaande met een of meer meerderjarige kinderen. Er werd getoetst op het inkomen en het vermogen van de hele groep samen.
De huishoudinkomenstoets deed veel stof opwaaien. In de aanloop naar de invoering van de toets was er veel publiciteit over mensen die erdoor in grote moeilijkheden kwamen. Gemeenten trokken aan de bel dat ze dit niet konden uitvoeren. Fracties van sociaal-democratische partijen en andere partijen zoals de Partij van de Arbeid, Groen Links en SP protesteerden en haalden minstens de lokale pers. Belangenorganisaties van uitvoerders, zoals DIVOSA trokken aan de bel. Er verschenen uitgebreide interviews in kranten met slachtoffers. Na invoering van de norm was het niet afgelopen.
Nu is de situatie heel anders. Van protesten horen we nauwelijks iets. Gemeenten voeren de maatregel in de aanloop naar 1 juli gewoon uit. Sterker nog, een gemeente als Amsterdam voert de maatregel strenger uit dan het Rijk voorschrijft, terwijl er toch een SP wethouder zit. Zoals hierboven al aangegeven, is er geen sprake van de kostendelersnorm als er sprake is van commerciele onderhuur. Er zijn twee wettelijke voorwaarden om dat te beoordelen: er moet een schriftelijke overeenkomst zijn en er moet sprake zijn van een 'commerciele huur'.
Uit de vergelijking van de gang van zaken bij de huishoudinkomenstoets en de kostendelersnorm blijkt de nog steeds zeer grote invloed van de top van de sociaal-democratie in het algemeen en van de Partij van de Arbeid in het bijzonder. Terwijl bij de huishoudinkomenstoets en de voorbereidingen van de Wet Werken naar Vermogen de fracties van de lokale Partij van de Arbeid in de gemeenteraden samen met op de Partij van de Arbeid georienteerde onderhandelaars van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) mede leiding gaven aan het verzet, is het nu doodstil bij die partijgroepen. Want de Partij van de Arbeid zit nu in de regering. En de invloed van die partij in de vakbonden is ook nog steeds zeer groot.
Weliswaar zijn er in de partij en de vakbonden oppositiegroeperingen, maar hun invloed naar buiten en de door hen teweeggebrachte koerswijzingen van de organisaties als geheel, zijn gering en weinig effectief. Er wordt van alles intern uitgevochten, maar naar buiten toe is het stil. Ook oppositiegroeperingen buiten de sociaal-democratie kunnen nauwelijks een georganiseerde vuist maken. Wat mij in mijn omgeving daarbij opvalt, is hoe belangenbehartigers zich blind staren op de (lokale) agenda van de heersende politici, gemeenteraden en Tweede Kamer. Ze richten al hun energie op het lezen en becommentarieren van beleidsstukken, waarbij vaak dezelfde kritiek naar voren wordt gebracht als wanneer de Partij van de Arbeid in de oppositie zit, en vervolgens.... gebeurt er niets.
vrijdag 8 mei 2015
De voorzitter van de Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde Jim Faas aan het woord
Jim Faas, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) protesteert vandaag in het dagblad Trouw tegen het feit- als ik het kort mag samenvatten- dat de geneeskunde oplossingen moet zoeken voor politieke problemen.
De jurist en arts Faas heeft een account op twitter waar regelmatig bijdragen worden geplaatst. (https://twitter.com/JimFaas?lang=nl). Maar hij heeft opmerkelijk weinig volgers. Misschien gaat dat nu veranderen. Wat Faas in mijn ogen aan de orde stelt (ik geef mijn subjectieve interpretatie) is het volgende. Steeds meer mensen worden onterecht ziek verklaard. Daardoor loopt 'het systeem' vast. Straks miljoenen mensen zitten in een of andere arbeidsongeschiktheidsregeling, waar ze meer of minder geisoleerd van de rest van de samenleving op basis van allerlei uitsluitingsmechanismen hun leven slijten.
Er heerst een chronische massa-werkloosheid, al decennia lang, waarvoor de politiek geen oplossing heeft. Ik zeg het in mijn woorden, maar de overheid zet werklozen onder druk terwijl die werklozen door de rest van de samenleving met de nek worden aangekeken, wat op zichzelf ook al ziekmakend is. De werklozen komen bij het UWV maar vooral bij de sociale diensten in de gemeenten op grond van de nieuwe participatiewet terecht in een soort sociaal panopticum. Dit houdt in dat op grond van een ingewikkeld stelsel van regels en een uitgebreide bureaucratie werklozen worden gecontroleerd op van alles en nog wat, middels onverwachte huisbezoeken, inleveren van prive gegevens, etc. Wanneer je eventueel wat kosten van levensonderhoud bepaart (kostendelersnorm) gaat je uitkering omlaag. Verdien je wat bij, dan moet je het inleveren. Op facebook klagen bijstandsgerechtigden al heel lang hun nood over dit onrechtvaardige systeem, dat steeds verder wordt uitgebreid. Daarnaast wordt een betrekkelijk kleine categorie onder druk gezet in trajecten te gaan waar ze voor hun uitkering moeten gaan werken zonder uitzicht op een betaalde baan. De beweging tegen dwangarbeid, die langzaam van de grond komt is een uiting van protest daartegen.
Dit alles is bedoeld om de werklozen (en de werkenden) te disciplineren ieder rot baantje te aanvaarden of te houden, onder slechte omstandigheden.
Faas is deskundig in de enige twee routes die voor werklozen openstaan om althans gedeeltelijk aan het sociaal panopticum te ontsnappen: juridisering of medicalisering van in wezen politieke problemen. Middels de weg van juridische procedures kun je enige bewegingsvrijheid creeren als werkloze, ook al omdat de bureaucratie veel fouten maakt en ondanks de vele regels het onderhandelingsproces tussen de klantmanager en de werkloze een vaag schemergebied is, waarvoor in die individuele situatie vaak geen rechten bestaan waarop je een beroep kunt doen. Middels de weg van de medicalisering van in wezen politieke problemen kun je als zieke aan het sociaal panopticum ontsnappen: als je ziek bent hoef je veel dingen niet.
Is het niet beter, een totaal andere richting in te slaan met basisinkomenachtige regelingen, waarbij de vrijheid en de rechten van de werkzoekenden worden vergroot, meer wordt geluisterd naar hun eigen voorstellen om werk te krijgen, meer regelingen worden ontworpen om mensen geleidelijk aan uit de bijstand te laten komen? Is het niet beter, werklozen vrij te stellen van de sollicitatieplicht? Er kan worden tegengeworpen, dat dan vele duizenden werklozen tot in lengte van dagen geen betaald werk hebben en hun inkomen toch ook zal moeten worden gefinancierd. 'We moeten ze niet in de steek laten' roepen de voorstanders van het huidige systeem. Faas stelt aan de orde, dat nu in feite- via de medische weg- precies hetzelfde gebeurt. Bovenstaande regelingen zijn ook geen definitieve oplossing van de massawerkloosheid. Daarvoor zijn andere maatregelen nodig, zoals een drastische herverdeling van betaalde arbeid, scheppen van nieuwe vormen van betaalde arbeid en een andere visie op betaalde en onbetaalde arbeid.
Zal wat Faas aan de orde stelt leiden tot een kentering? Ik ben somber. Ik denk dat de rechtse partijen zijn argumenten alleen zullen gebruiken om de arbeidsongeschiktheidsregelingen af te breken en het sociaal panopticum te verscherpen. De ideologische rechtvaardigingen voor die interpretatie zullen ons de komende tijd weer om de oren vliegen. Het thema in het dagblad Trouw zal denk ik wel leiden tot nieuwe konfrontaties tussen politiek links en rechts. Tot nu toe zijn de medicalisering en juridisering als ontsnappingsroute niet echt afgesloten, ook denk ik als onderdeel van een pacificeringsstrategie van de overheid. Dit heeft vrij effectief gewerkt. De arbeidsongeschiktheidsregelingen zijn beperkt aangepakt en breed verzet tegen het kabinetsbeleid op het gebied van sociale zekerheid is uitgebleven. Wanneer de bovengenoemnde ontsnappingswegen worden afgesloten kan dit anders worden. Wat betreft de ontsnappingsroute van de juridisering zijn de eerste aanzetten al gegeven door de bezuinigingen op de rechtshulp.
Piet van der Lende
donderdag 5 februari 2015
Trekarbeiders en loonslaven in West-Europa
Er werken ongeveer 40.000 contractarbeiders in de Duitse vleesindustrie die vooral afkomstig zijn uit Bulgarije en Roemenië en die in deze sector 80% van het slachtwerk doen. In Neder Saksen en Nordrhein-Westfalen hebben worstfabrieken en abattoirs grote delen van het productieproces uitbesteed aan onderaannemers. 'Zo ontstond een miljardenmarkt met maffia-achtige structuren, loondumping en moderne slavernij' zegt de Olde burger secretaris van de strijdbare vakbond voor de voeding, Matthias Brümmer in Die Zeit (1).
De arbeiders verdienen effectief ongeveer 4 tot 5 euro per uur. Maar zij worden tegen hoge huren ondergebracht in omgebouwde stallen en commercieel geëxploiteerde gebouwen, slapen met meerdere personen op een kamer en slapen afwisselend, afhankelijk van de ploegendienst, in hetzelfde bed. Er wordt veel overwerk verricht, ze werken soms 14 tot 15 uur per etmaal, maar dat overwerk wordt niet als zodanig uitbetaald. Pauzes worden niet aangehouden. In de fabriek hebben de arbeiders gekleurde jasjes aan. Iedere nationaliteit heeft zijn eigen kleur. Op die manier kunnen de voormannen de Polen, Roemenen en Bulgaren uit elkaar houden. Velen hebben helemaal geen kamer en zoeken een slaapplaats in het bos. De bevolking in Neder Saksen noemt hen de ‘bosmensen’. ‘We hebben hier met een schaduw wereld van doen, waarbij de meeste mensen wegkijken. Een leger van geesten hebben wij geschapen'. (Eine Geistesarmee haben wir geschaffen). zegt een priester uit Vechta, Peter Kosen in Die Zeit.
De bovengeschetste toestanden maken deel uit van wat je de interne kolonisering van de Europese Unie zou kunnen noemen. De Bulgaarse arbeiders in West-Europa bijvoorbeeld zitten volledig klem. In het eigen land is de economie ingestort. In bijvoorbeeld de bouwsector en de agrarische sector op het platteland zijn nog maar weinig activiteiten. Bulgarije was eens een grote graanproducent, maar daar is niets meer van over. In het land heerst een grote corruptie, en de lonen zijn zeer laag. De arbeiders in de agrarische sector en de bouw zijn gedwongen naar West Europa te gaan, waar zij worden uitgebuit. Vervolgens moet Bulgarije het voedsel dat in West Europa geproduceerd wordt tegen hoge prijzen invoeren, omdat in eigen land niets meer is. De voedselprijzen in Bulgarije liggen hoger dan in West Europa.
Op de coördinatie vergadering van de Euromarsen vertelde Willi Lüpcke, vertegenwoordiger van de werklozenorganisatie ALSO uit Oldenburg, over verzet tegen de misstanden in de vleesindustrie (2).
De werklozenorganisatie in Oldenburg is er voor alle mensen met en minimuminkomen. Aanvankelijk kwamen vooral werklozen op de spreekuren die zij iedere week organiseren, maar de laatste jaren komen er steeds meer mensen die wel werk hebben, maar zeer weinig verdienen en onder zeer slechte omstandigheden arbeid verrichten. Met name werden zij geconfronteerd met de bovengenoemde trekarbeiders uit Roemenië en Bulgarije. Na enige tijd kregen zij door een toeval contact met een kritische boerenorganisatie die streed tegen de grootschalige agrarische fabrieken, in het bijzonder de melkboeren moeten hun melk verkopen voor een zeer lage prijs. De organisatie heet Aktionsgemeinschaft Bauerliche Landwirtschaft. Deze kritische boeren moeten niets hebben van de officiële boerenorganisaties, die volgens hen alleen maar de belangen vertegenwoordigen van de agrarische grootindustrie.
Vier jaar geleden ontstond het eerste contact met de werklozenorganisatie ALSO. Gevolg was dat de werklozen meededen aan acties van de melkboeren. De eisen tijdens de acties waren: een faire prijs voor de melk, faire voorwaarden voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering (faire Regelsatz für Harz IV Empfänger) en in de supermarkten faire lonen voor de arbeiders en betere werkomstandigheden. Tijdens deze acties ontstonden ook contacten met de vakbond voor de voeding. (Gewerkschaft Nahrung Genuss-Gaststätten.) De vakbond voor de voedingsmiddelen, de werklozen en de boeren gingen samen actie voeren.
Men besloot, te proberen de contractarbeiders in de vleesindustrie te organiseren en activiteiten voor hen te ontplooien om de omstandigheden te verbeteren. De voedingsbond verstrekte informatie over de werkomstandigheden in de abattoirs. Miserabele arbeidsomstandigheden, hierboven uitgelegd, waren er overal. Er is desondanks een lage organisatiegraad in de vakbonden. Na het informatie verzamelen was een volgende stap om de schandalen publiek te maken. Er werken weinig vakbondsleden, dus ze moesten iets opbouwen. Daarom richtte men zich als volgende stap op enkele bedrijven. Er zijn vier grote concerns in de slachterijen en in de hoenderindustrie, twee daarvan zijn het Deense Dennis Crown en de Nederlandse firma VION NV (3). Dennis Crown heeft ontdekt dat Duitsland in feite ook een lage lonen land is en die zijn toen naar Noordwest Duitsland verhuisd. De Nederlandse firma Vion NV behaalt grote winsten omdat de migranten daar als ZZP-ers via een werkverdrag te werk worden gesteld en dit bedrijf betaalt nog lagere lonen dan de contractarbeiders in andere bedrijven hebben. Vervolgens ontstond een breed samenwerkingsverband, waar de plaatselijke katholieke kerk ook deel van uitmaakt, en werden bijeenkomsten gehouden voor een abattoir van de Nederlandse slachtfabriek. Aan de bijeenkomsten namen 150 tot 200 mensen deel. De pers heeft uitvoerig over de acties bericht. De discussie kwam op gang. Dit werd nog versterkt door het feit, dat twee contractarbeiders in hun woonhuis verbrand zijn. Dit leverde veel publiciteit op over de misstanden. Het samenwerkingsverband eiste toen, dat de Roemenen en Bulgaren goed geïnformeerd zouden worden over hun rechten. Er werd een pamflet verspreid.
Eerste contacten kwamen tot stand. Het was moeilijk contact te maken, de uitzendbureaus en koppelbazen regelen het dagelijks leven van de contractarbeiders, die onder controle heen en weer reizen tussen hun werk en hun kamer. Ze hebben geen contact met de bevolking, en gaan eenmaal per week onder begeleiding naar de supermarkt. Een volgende stap was dat men een mobiel spreekuur-bureau inrichtte. Een combiwagen die als bureau was ingericht is voor de fabriek gereden en er werden adviezen gegeven aan de arbeiders. Bij de spreekuurmedewerkers waren twee vrouwen, een vrouw uit Roemenië en een vrouw uit Bulgarije. Op de achtergrond gingen de vaste spreekuren op kantoor ook gewoon door, waar ook vrouwen uit Oost Europa werkten. Een priester noemde het beestje bij zijn naam: het is slavenarbeid. Daarop werd de man vanuit de bevolking bedreigd. Veel inwoners van Noordwest Duitsland willen niets van de misstanden weten. Er zijn bewoners van Noord West Duitsland, die zelf ook een krakkemikkig kamertje verhuren aan trekarbeiders, en die zo ook aan het hele circus verdienen.
Er staan verschillende acties op stapel om de activiteiten voort te zetten. Daarbij neemt men ook deel aan elkaars acties. Zo neemt ALSO deel aan de verschillende acties met de boeren en de vakbonden. De kritische boeren organiseren bijvoorbeeld jaarlijks een demonstratie tegen de agrarische grootindustrie en de schade voor het milieu die deze fabrieken veroorzaken.
Langzaam krijgt het samenwerkingsverband van verzet tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de slachterijen grip op de situatie. Contacten worden geïntensiveerd, en er staan nieuwe plannen op stapel, onder andere in de bouw, waar in Duitsland vergelijkbare toestanden heersen. Roemenen en Bulgaren werken illegaal bijvoorbeeld aan de bouw van een school in Oldenburg. Er zijn ook contacten met de Conféderation Paysanne in Frankrijk. De grote bedrijven proberen de regeringen van verschillende landen tegen elkaar uit te spelen door aparte vestigingsvoorwaarden te eisen. In Frankrijk is een sanering van de slachtindustrie, omdat veel bedrijven uit Frankrijk en andere landen verhuizen naar Noordwest Duitsland vanwege de gunstige uitbuitingsmogelijkheden. Het nieuwe samenwerkingsverband geeft ook een impuls aan de discussie over de samenhang tussen sociale problemen en de ecologische kwestie.
(1) http://www.zeit.de/wirtschaft/2014-12/schlachthof-fleischindustrie-arbeiter-osteuropa-ausbeutung
(2) http://www.also-zentrum.de/
(3) Zie voor de geschiedenis van het bedrijf en de omzet en winstcijfers Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Vion_N.V.) De website van het bedrijf zelf is te vinden op http://www.vionfood.nl/
donderdag 29 januari 2015
De SP op neoliberale wegen in de parlementaire politiek
(Dit artikel verscheen eerder bij Solidariteit.)
