dinsdag 15 maart 1994
De As 106- De pincode van Kropotkin. Rudolf de Jong. Samenvatting.
De ekonomische concurrentie tussen staten
Wat in Nederland aan ekonomie debatten wordt georganiseerd, is
eigenlijk geen debat. Omdat er geen voor- en tegenstanders
zijn. Het is eerder brainstormen van managers zonder brains
die voorwendsels zoeken om de concurrentiestormen die zij op
hun bedrijven zien afkomen af te wentelen, op hun arbeiders en
op de Nederlandse samenleving.
In het nummer van NRC-Handelsblad (15-3-1994) waarin ook het
platform globalisering van de ekonomie werd behandeld (Het
Koos Clinton debat) stond ook een interview met de amerikaan-
se ekonoom Paul Krupman. "Landen concurreren niet
met elkaar zoals bedrijven doen" luidde de kop. Krupman ver-
telde dat maar een gering percentage van de Amerikaanse markt
(10,6% van het bruto nationaal produkt werd geexporteerd 11,1%
werd geimporteerd) als wereldmarkt aangeduid kan worden. Voor
de Europese markt als geheel gold ongeveer hetzelfde. Toch
wordt er nog steeds druk gesproken over de goedkope arbeids-
krachten in Azie. Die maken de concurrentiepositie van de
Europese multinationals kapot. Daarom moeten wij geld geven
aan mensenrechtenorganisaties en strijdbare vakbewegingen
vanuit onze winsten hier om daar de lonen even hoog te krijgen
als hier.
Volgt betoog over het niet meenemen van de maatschappelijke
kosten bij Betuwelijn, HST en Schiphol. Fundamentele kritiek.
Sommige dingen zijn niet in geld uit te drukken, maar spelen
wel een rol bij de beslissingen. Niet de ekonomische markt
beslist over de investeringen, maar de politieke markt. Ontei-
gening bestaat, omdat sommige grondbezitters een monopoliepo-
sitie innemen. Het is dus niet waar, dat alle beslissingen in
de ekonomie op basis van kapitalistische principes worden
genomen. Zie ook Paul Juffermans beleidsmedewerker van de
Kleine Aarde: Volkskrant 22-11-1993. "De Betuwelijn is totaal
overbodig". Juffermans zegt, dat de markt juist wordt
ingeperkt. De beslissingen zijn genomen voor jaren, de consu-
ment heeft niets te vertellen. Hij wil uitbreiding van de
markt in plaats van beperking. Betoog, dat bij de auto er een
combinatie is van markt, distributie en monopolie. De Jong pleit
voor meer distributie van schaarse goederen als oplossing.
vrijdag 11 februari 1994
Diskussie over de toeslagen in de nieuwe bijstandswet
Krant voor Aktieve Baanlozen in Amsterdam februari 1994
Er heerst nog steeds verwarring over het bijstandsakkoord
tussen staatssecretaris Wallage en de gemeenten. Krijgen
alleenstaanden nu 70%?. Het DIVOSA-Bulletin het blad voor
directeuren van sociale diensten interpreteert het zo: "In het
debat stonden de politieke tegenstellingen over de 50 plus
variant (CDA) en de 70 min variant (PvdA) centraal. De PvdA
wilde in de wet vastgelegd zien dat mensen die genoegzaam
kunnen aantonen dat ze alleen wonen en de kosten niet met
anderen delen recht hebben op een toeslag van 20% bovenop de
basisnorm van 50%. Slechts in individuele gevallen zou van
deze richtlijn naar beneden kunnen worden afgeweken, vandaar de
70 min variant. De andere regeringspartij, het CDA, vertrok
vanuit de basisnorm van 50% en wilde meer vrijheid voor de
gemeenten om de toeslag tot 20% zelf aan te vullen. Tijdens
het debat ontstond een zekere consensus: voor de 'echt' al-
leenwonende alleenstaanden komt er een toeslag van 20%, maar
voor de andere alleenwonende kategorien met lagere kosten
krijgt de gemeente wel de vrijheid af te wijken. Dit betreft
bijvoorbeeld krakers en schoolverlaters.
PvdL
Er heerst nog steeds verwarring over het bijstandsakkoord
tussen staatssecretaris Wallage en de gemeenten. Krijgen
alleenstaanden nu 70%?. Het DIVOSA-Bulletin het blad voor
directeuren van sociale diensten interpreteert het zo: "In het
debat stonden de politieke tegenstellingen over de 50 plus
variant (CDA) en de 70 min variant (PvdA) centraal. De PvdA
wilde in de wet vastgelegd zien dat mensen die genoegzaam
kunnen aantonen dat ze alleen wonen en de kosten niet met
anderen delen recht hebben op een toeslag van 20% bovenop de
basisnorm van 50%. Slechts in individuele gevallen zou van
deze richtlijn naar beneden kunnen worden afgeweken, vandaar de
70 min variant. De andere regeringspartij, het CDA, vertrok
vanuit de basisnorm van 50% en wilde meer vrijheid voor de
gemeenten om de toeslag tot 20% zelf aan te vullen. Tijdens
het debat ontstond een zekere consensus: voor de 'echt' al-
leenwonende alleenstaanden komt er een toeslag van 20%, maar
voor de andere alleenwonende kategorien met lagere kosten
krijgt de gemeente wel de vrijheid af te wijken. Dit betreft
bijvoorbeeld krakers en schoolverlaters.
donderdag 20 januari 1994
Arbeidstijdverkorting geen wondermiddel
Gepubliceerd in Manifest, 27 januari 1994 en in Kabam december 1993.
Het lijkt zo simpel: er is een grote werkloosheid. Als nu de werkenden hun werkweek verkorten tot 25 uur door het invoeren van deeltijdwerk of collectieve arbeidstijdverkorting (ATV), dan is er voor iedereen die kan werken ook betaald werk. In de praktijk is het niet zo simpel. Bij het aantreden van het kabinet Lubbers/Kok bestond er weer optimisme over de oplossing van de werkloosheid. De Banenpools en het Jeugd Werk Garantie Plan werden ingevoerd en de FNV kondigde tijdens een demonstratie op 8 oktober 1989 een offensief aan voor ATV. Maar in 1993 bereikte de werkloosheid een na-oorlogs record.
Het lijkt zo simpel: er is een grote werkloosheid. Als nu de werkenden hun werkweek verkorten tot 25 uur door het invoeren van deeltijdwerk of collectieve arbeidstijdverkorting (ATV), dan is er voor iedereen die kan werken ook betaald werk. In de praktijk is het niet zo simpel. Bij het aantreden van het kabinet Lubbers/Kok bestond er weer optimisme over de oplossing van de werkloosheid. De Banenpools en het Jeugd Werk Garantie Plan werden ingevoerd en de FNV kondigde tijdens een demonstratie op 8 oktober 1989 een offensief aan voor ATV. Maar in 1993 bereikte de werkloosheid een na-oorlogs record.
Aan het begin van de jaren tachtig werd de
werkweek met enkele uren ingekort. Bovendien nam het aantal mensen dat in
deeltijd werkte fors toe; in 1980 bestond de beroepsbevolking uit 5 miljoen
personen, aan het einde van de jaren tachtig was dit aantal gestegen tot 6
miljoen, terwijl de hoeveelheid betaalde arbeid, uitgedrukt in arbeidsjaren,
gelijk bleef. Er vond dus al een gigantische herverdeling van betaalde arbeid
plaats. Desondanks bleef de werkloosheid groot. In het voorjaar van 1989
kondigde Stekelenburg van de FNV daarom een hernieuwd offensief aan voor
verdere atv. Dit werd nog eens benadrukt tijdens een massa-demonstratie op 8
oktober. Stekelenburg zei, dat er een nieuw soort plan van de arbeid moest
komen, met atv in grote stappen. Verder moest worden nagedacht over het
financieringsvraagstuk, en allerlei randvoorwaarden, zoals kinderopvang,
scholingsaanbod en winkelopeningstijden. Ook zou een onderzoek moeten worden
ingesteld naar de doorwwerking van atv op het belastingstelsel en de sociale
zekerheid. De FNV kondigde aan, een breed draagvlak in de samenleving te
zullen ontwikkelen voor verdere atv, waarbij ook zou worden samengewerkt mnet
groepen buiten de vakbeweging. Van al die plannen is weinig terecht gekomen. De
inzet van de FNV bleek toch weer een atv in kleine stappen te zijn. Bij de
cao-onderhandelingen voor 1990 vragen om een atv van een werkweek 38 naar 35
uur.
verdeeldheid
De verdeeldheid in de vakbeweging zelf was groot.
De animo voor atv bleek bij de achterban van de FNV fors te zijn gedaald. Men
erkende, dat de atv in kleine stappen aan het begin van de jaren tachtig een
remmende invloed had op de ontwikkeling van de werkloosheid. Maar deze invloed
was toch gering. Bij de bondsleden werd atv bepaald door inleveren van loon,
geen nieuwe kollega's erbij en taakverzwaring. Door een te geringen herbezetting was de
werkdruk toegenomen en werden soms onaangename werktijden ingevoerd. De atv
bleek vooral een functie te hebben gehad voor het opvangen van reorganisaties
en saneringen. Bovendien werd in veel gevallen gebruik gemaakt van uitzend- en
oproepkrachten. Greetje Lubbi verwoordde in een reactie op de voorstellen van
Stekelenburg deze kritiek, toen ze zei: de keuze voor atv in kleine stappen is
een verkeerde geweest. Werkgevers vulden de gaten in de produktie op door de
band een tikje sneller te laten lopen en ze legden een lijst met oproepkrachten
aan. Lubbi vond atv een onmisbaar element in een eerlijke herverdeling van
betaalde en onbetaalde arbeid. Maar volgens haar diende deze te worden
gekoppeld aan de invoering van een basisinkomen. Pas dan zou de werkloosheid
sterk verminderen. Zij pleitte voor een 25 urige werkweek en het in grote
stappen invoeren van een basisinkomen.
Ook Van der Weg van de Industriebond bleek tegen
het atv-offensief van de centrale te zijn. Volgens hem wilde de achterban
geen collectieve atv. Ook de ABVA-KABO zag niets in het atv-offensief. Van der
Weg wilde een palet van maatregelen om de werkloosheid te bestrijden: VUT,
scholingsverlof en eventueel in bepaalde bedrijven atv. De atv moest worden
ingebed in de mogelijkheden van de bedrijven. De Industriebond koos voor een
beleid, dat werd toegepspitst op de wensen van de leden. Als de leden atv
willen, prima, maar als ze iets anders willen moet het ook kunnen. Enerzijds
sloot dit uitgangspunt aan bij de wensen van de achterban: atv als verbetering
van de arbeidsvoorwaarden werd zeer gewaardeerd. Bijvoorbeeld atv per dag in
de vorm van roostervrije dagen. Daarnaast sloot het aan bij het standpunt van
bijvoorbeeld leden met een laag inkomen, die bij atv met in ruil geringe
looneisen of zelfs gedeeltelijke inlevering van loon hun inkomen teveel
zouden zien dalen. Anderzijds sloot het aan bij de wensen van de werkgevers:
zij willen alleen een flexibele atv, verschillend per bedrijf of zelfs
afdeling, om zo atv te kunnen inpassen in een verdere flexibilisering van de
arbeidsvoorwaarden en de verdere doorvoering van reorganisaties in de
produktie en opvoering van de werkdruk.
dilemma
Uit de reakties van de Industriebond blijkt, dat
de vakbeweging bij de eisen voor atv in feite voor een probleem wordt geplaatst:
ATV zonder invloed op het beleid van de werkgevers tav de herbezetting en dus
het personeelsbeleid leidt slechts in beperkte mate tot een grotere verdeling
van betaalde arbeid en daardoor vermindering van de werkloosheid. Daarnaast
leidt het voor grote groepen werknemers tot verslechtering van de
arbeidsvoorwaarden, juist in bedrijfstakken, waar de organisatiegraad laag is.
Aan de andere kant is strijden voor meer zeggenschap over het investerings- en
personeelsbeleid van werkgevers een moeilijk na te streven doel, waarbij dan
ook weer het vraagstuk van het corporatisme om de hoek komt kijken: in
hoeverre willen de vakbonden- samen met werkgevers verantwoordelijk zijn voor
het bedrijfsbeleid?
PvdL
Labels:
arbeidsmarkt,
vakbonden,
werkloosheid
donderdag 16 december 1993
Sociaal minimum of wiebel minimum.
Worden de bijstandsuitkeringen nu wel of niet verlaagd?. De mist die politici de afgelopen weken optrokken verdween niet op een FNV manifestatie op 9 december in Den Haag en ook niet tijdens
Worden de bijstandsuitkeringen nu wel of niet verlaagd?. De mist die politici de afgelopen weken optrokken verdween niet op een FNV manifestatie op 9 december in Den Haag en ook niet tijdens
het kamerdebat dat daarop volgde. "Het
sociale minimum moet geen wiebel minimum worden" zei
staatssecretaris Wallage. Hij bedoelde met zijn uitspraak, dat er een wettelijk
gegarandeerd sociaal
minimum moet zijn, waarmee niet gesjoemeld
mag worden. Het lijkt erop, dat er toch een wiebelminimum komt.
In dit artikel enige achtergronden over de lobby voor het
wiebelminimum en hoe de FNV daarop reageerde.
De bijeenkomst van de FNV in Den Haag, waar ongeveer 75 personen aanwezig waren, was de afsluiting van een
aktie waarbij een bus van de FNV, die "aktiekaravaan"
genoemd werd, 55 sociale diensten bezocht. Met kleine groepjes plaatselijke
kaderleden en enkele bezoldigde bestuurders en
beleidsmedewerkers werden gesprekken gevoerd met de sociale diensten. De
"aktiekaravaan" deed ook Amsterdam aan. De aktie was slecht
georganiseerd. Zo wisten kaderleden van verschillende bonden in
Amsterdam, die als kontaktpersoon voor uitkeringsgerechtigden fungeren, in
het geheel niets van de komst van de
"aktiekaravaan". Zelfs bezoldigde bestuurders van sommige bonden waren niet
op de hoogte. De communikatie tussen de bonden en de
FNV centrale is blijkbaar slecht geregeld. In Amsterdam was dan ook
slechts een klein groepje bij het gesprek met directeur van
Dijk van de sociale dienst aanwezig.
De aktiekaravaan kreeg alleen wat publiciteit in de lokale pers en vormde niet echt een tegenwicht tegen
het publicitair geweld over frauderende uitkeringsgerechtigden,
dat politici en journalisten de laatste maanden over ons hebben uitgestort.
Ook op de bijeenkomst in Den Haag waren nog geen
honderd aanwezigen.
compromis
De FNV stelde zich op het standpunt, dat de huidige landelijke uitkeringsnormen voor de verschillende kategorien zoals alleenstaanden en alleenstaande ouders moesten worden gehandhaafd. De PvdA zei: handhaving van het sociale minimum kan, door fraudebestrijding en door strengere regels waarmee je moet aantonen dat je alleenstaande bent, dwz de kosten van levensonderhoud met
niemand anders kunt delen. Het CDA zei:
voor een alleenstaande wordt het 50% van het minimumloon en
eventueel een toeslag, wanneer de gemeente dat nodig vindt,
afhankelijk van woonkosten e.d. Het werd iets ertussen, want de
standpunten van de regeringspartijen lagen niet ver uit elkaar. Er bestond tussen
de regeringspartijen alleen verschil van
mening over de grootte van
de groep die terug moet van 70% naar minder
en over de beleidsvrijheid van de
gemeenten.
DIVOSA
Directeur van Dijk van de sociale dienst in Amsterdam en als directeur van DIVOSA betrokken bij de onderhandelingen tussen de gemeenten en het Rijk heeft gezegd, dat de gemeente de vrijheid
DIVOSA
Directeur van Dijk van de sociale dienst in Amsterdam en als directeur van DIVOSA betrokken bij de onderhandelingen tussen de gemeenten en het Rijk heeft gezegd, dat de gemeente de vrijheid
krijgt bijvoorbeeld ex krakers, die in een
gelegaliseerd kraakpand wonen, minder dan 70% te geven, of ze nu als
woningdeler of als alleenstaande met zelfstandige woonruimte geregistreerd staan. Dit geldt ook voor veel andere
woningdelers, thuiswonenden en mensen met onderhuurders. Kriterium
wordt, dat je "echte" alleenstaande bent. Je moet ten eerste
aantonen, dat je niets gemeenschappelijk hebt met een ander, zoals
verzekeringen, huursubsidie, bevolkingsregister, ziekenfonds, woningbouwvereniging, girorekeningen, etc. Zodra een van al die
dingen gemeenschappelijk met een ander is, wordt het minder dan 70%.
Daarnaast moet je aantonen, dat er echt niemand anders is,
die een gedeelte van jouw kosten kan dragen (een
vriend/vriendin, ouders). Veel mensen die nu als alleenstaande een uitkering
krijgen, zullen niet aan de strenge eisen kunnen voldoen. De
gemeente krijgt dan de vrijheid, de uitkering te verlagen. Maar welke groepen
nu precies een lagere uitkering krijgen, en wie
daarover gaat beslissen is nog steeds niet duidelijk.
Ondanks alle mist die wordt opgetrokken is een ding echter wel duidelijk: in feite wordt een wiebelminimum
ingevoerd. Het is een groffe schande dat politici de mensen in de bijstand zo in onzekerheid laten. De hele diskussie
over verandering van een wettelijk gegarandeerd sociaal minimum
waaruit de algemene kosten van levensonderhoud moeten worden
betaald in een soort
basisbedrag van 50% voor alleenstaanden met
eventueel een toeslag is volgens mij bedoeld om in feite het
sociale minimum in het kader van de bezuinigingen af te schaffen.
De rol van de gemeenten in dezen is laakbaar. Zij zijn het in feite, die de
diskussie over de basisbedragen met toeslag op de
rails hebben gezet.
Politici in Den Haag hebben daar dankbaar
gebruik van gemaakt om bezuinigingen door te voeren. Ik zie het
als een soort handje klap: lagere overheden wilden meer bevoegdheden voor
zichzelf, en
de centrale overheid zei: "oke, maar
dan wel 380 miljoen bezuinigen". De mensen in de bijstand zijn van dit
gekonkel de dupe. De gemeenten krijgen niet de financiele ruimte
om werkelijk iets aan
de werkloosheid te doen. Op die manier worden
de bevoegdheden van de gemeente alleen een methode, om wat te
schuiven met te weinig geld voor mensen in de bijstand. Als de een
iets meer krijgt, krijgen anderen minder, terwijl het sociale
minimum voor iedereen nu al te laag is. In de vorige KABAM
schreef ik al, dat mensen in de bijstand onder charitatieve curatele
worden gesteld, en dat de oude armen wet terug is: je hebt weinig
wettelijke rechten, waarop je een beroep kunt doen. Mensen
kunnen door de gemeente op een bedrag worden gezet, ver onder de
kosten van levensonderhoud, wanneer ze niet voldoen aan door de staat
ontworpen normen van goed gedrag. Zo is het maatschappelijk
probleem van armoede en werkloosheid weer een individueel probleem
van de individuele werkloze. Deze depolitisering past uitstekend
in het straatje van lokale overheden en sociale diensten, die
zich erbij hebben neergelegd dat ze moeten werken binnen door
de rijksoverheid
vastgestelde normen.
Piet van der Lende
Zie ook de discussie in de Tweede Kamer
Piet van der Lende
Zie ook de discussie in de Tweede Kamer
vrijdag 10 december 1993
Medezeggenschap bij pensioenfondsen
verslag dag 6 december 1993 ouderen en uitkeringsgerechtigden in beweging in Utrecht georganiseerd door de FNV.
De meeste pensioenfondsen hebben de volgende structuur: er is een bestuur, bestaande uit vakbondsvertegenwoordigers en werkgever. Daarnaast is er een adviesraad, die bestaat uit vakbonden, verenigingen van gepensioneerden. De adviesraad of deelnemersraad vergadert vier maal per jaar of zoiets. De vakbondsvertegenwoordigers in het bestuur overleggen met de vakbondsleden in de deelnemersraad over gemeenschappelijke standpunten. De deelnemersraad is gebaseerd op een nieuwe wet. Niet de wet spaar en pensioenwet. De vakbeweging was gedeeltelijk tegen de deelnemersraden. Vroeger was er een ledenraad bij sommige pensioenfondsen, die de leden van het bestuur benoemde, medeverantwoordelijk was en veel invloed had. De huidige adviesraden hebben alleen een adviserende stem ten opzichte van de stichting, en geen zeggenschap. De ouderenbonden die samenwerken met de verenigingen van gepensioneerden, willen de adviesraad meer bevoegdheden geven. Je moet het zien als organen, die een eenheid moeten vormen, met een eigen gezicht, waarbij de vertegenwoordigers van de organisaties dat op de basis van de wet wel zijn, maar toch op persoonlijke titel dus zonder last of ruggespraak daar zitten, zodat alle belangen goed kunnen worden afgewogen. De ouderenbonden willen bijvoorbeeld, dat de raden het recht krijgen contra-adviezen in te winnen, die door het pensioenfonds gefinancierd moeten worden. De vakbondsvertegenwoordigers zijn daar niet tegen, maar geven er geen prioriteit aan. Zij hebben hun deskundigheid in de vakbeweging. Er ontstond een discussie over de verschillende belangen van werkenden bij het bedrijf en gepensioneerden. Dit naar aanleiding van een discussie over het KLM pensioenfonds, waarbij KLM aan de adviesraad had gevraagd akkoord te gaan met een premieholiday van 300 miljoen, om de financiele problemen van het bedrijf op te lossen. Werkenden hebben er dan belang bij, dat het bedrijf blijft voortbestaan, en dat hun premiebetaling voor pensioen doorgaat, pensioengerechtigden hebben er belang bij, dat er een goed pensioenfonds bestaat, dat de pensioenen uit haar kapitaal/beleggingen kan blijven betalen. Het compromis hield in, dat de KLM de premieholiday kreeg, maar onder stringente voorwaarden, nl dat het geld niet gebruikt mocht worden om afvloeiingsregelingen te financieren. De discussie spitste zich toe op het vermeende gebrek aan deskundigheid van de leden van de adviesraden. Zij kunnen vaak niet beoordelen, of vragen als van de KLM terecht zijn, sterftetafels en zo, schattingen over beleggingen, etc, ingewikkelde cijfers, waarover je advies moet inwinnen. De vakbewegingsvertegenwoordigers ontkenden dat ze geen deskundigheid hadden, en dat iedere organisatie maar voor de deskundigheid van haar vertegenwoordigers moest zorgen. Dus wel of geen wettelijk adviesrecht?/
Er is een verschil tussen deelnemersraden en ondernemingsraden. De eerste organiseert behalve werkenden alle anderen die belang hebben bij de pensioenen. Een van de vertegenwoordigers van de vakbeweging zei, dat hij lid was, omdat daar de belangen van alle groepen in een brede vakbeweging worden afgewogen. De ouderenbonden vertegenwoordigen specifieke belangen. Het antwoord daarop was weer, dat ook in de ouderenbonden het algemeen belang in het oog gehouden moet worden, evenals in andere specifieke belangengroepen, en dat de vertegenwoordiger niet moe werd zijn mede-leden daarop te wijzen. In de vakbeweging bestond toch zoiets van: de bondsbestuurders doen het goed, dus waarom een deelnemersraad?
Middag diskussie over inkomensvorming. Ook hier werd door Huub Crijns van DISK naar voren gebracht, dat er een raad voor de inkomensvorming zou moeten komen, waarbij een arbitragecommissie uiteindelijk de beslissing zou moeten nemen. Als bezwaren werden naar voren gebracht, dat er dan een tegenstelling ontstaat tussen de raden voor de inkomensvorming, en de werkenden, die daardoor zouden worden verscherpt. De werkenden voor zichzelf, en de uitkeringsgerechtigden in de raden voor de inkomensvorming ook. Bovendien is het CNV huiverig voor dergelijke raden op gemeentelijk niveau, omdat dit zou leiden tot grote verschillen tussen de gemeenten ten aanzien van mensen, die geen rechten hebben. ‘s Morgens was bediscussieerd, dat hetzelfde probleem bestaat bij de decentralisatie. Ook werd gezegd: zo’n raad is er al, nl het parlement. Dit heeft ook een budgetrecht, dwz beslist uiteindelijk over de inkomensvorming en zal dit niet uit handen geven. De vakbondsvertegenwoordiger en Huub Crijns dachten verschillend over de raden, maar vonden beide wel, dat ze er moesten komen. Een van de aanwezigen had de redenering, dat er contracten komen tussen uitkeringsgerechtigden en instanties, en dat dit een nieuw machtsmiddel introduceert, je kunt namelijk weigeren een contract uit te voeren.
PvdL
vrijdag 16 april 1993
Bijeenkomst bij AMSOSA van spreekuurhouders woensdag 14 april 1993
Uitgenodigd zijn de heren Vermeulen van de GSD en Vernooy van het GAK-Sloterdijk. De heer Vernooy is daar
werkzaam als inspecteur, hetgeen inhoudt dat hij de verbindingsschakel is
tussen het GAK-kantoor en de buitenwereld. Vraag voor
deze bijeenkomst is: welke voorzieningen gaan verschuiven naar
wie in verband met de nieuwe regelgeving t.a.v. voorzieningen
voor gehadicapten. Wat gaat naar de bijstandswet en wat niet.
De
heer Vernooy produceert
het volgende overzicht:
AAW - werkvoorzieningen - Bedr.ver, en GAK
WVG - woon- en vervoers - gemeente
voorz, rolstoelen
ABW - ondersteunende in- - gemeente
komensvoorzieningen
AWBZ - zorgvoorziening - ziekenfonds, partikuliere
AAW - werkvoorzieningen - Bedr.ver, en GAK
WVG - woon- en vervoers - gemeente
voorz, rolstoelen
ABW - ondersteunende in- - gemeente
komensvoorzieningen
AWBZ - zorgvoorziening - ziekenfonds, partikuliere
ziektekostenverzekeraars.
Toelichting: in zijn algemeenheid vindt er bij de uitvoering een verschuiving plaats van de bedrijfsverenigingen naar de gemeente. De voorlopige plannen staan uitgelegd in het "Info-bulletin" van het ministerie van sociale zaken van maart 1993.
Toelichting: in zijn algemeenheid vindt er bij de uitvoering een verschuiving plaats van de bedrijfsverenigingen naar de gemeente. De voorlopige plannen staan uitgelegd in het "Info-bulletin" van het ministerie van sociale zaken van maart 1993.
Nieuw in de voorstellen is de Wet Voorziening Gehandicapten (WVG). De wetsvoorstellen zijn in september
al bij de Tweede Kamer ingediend; per 1-1- 1994 zouden de nieuwe
maatregelen moeten worden ingevoerd.
Per 1 januari 1994 hebben 65 plussers ook recht op AAW-voorzieningen. Daardoor
zullen de kosten stijgen. In het regeerakkoord is echter vastgelegd, dat de
collectieve lastendruk niet mag stijgen, dus moeten de lasten beperkt
worden door bezuinigingen. Dit betekent over de gehele linie het invoeren van
eigen
bijdragen en het inkomensafhankelijk maken
van de vergoedingen die voor voorzieningen worden gegeven.
Daarnaast vindt er een verschuiving van uitgaven plaats; Ter veld
wil de AOW-uitkering verlagen van 70% naar 50% van 65 plussers
met een jongere echtgenoot, die nog werk en inkomen heeft. Zo wil ze 120
miljoen besparen. Dit geld wil ze in de AAW-pot
stoppen.
In de nieuwe maatregelen vindt er een splitsing plaats van de werkvoorzieningen en de leefvoorzieningen. Onder dit laatste vallen de vervoerskosten, zoals taxi-vergoedingen, kilometervergoedingen en rolstoelen. Daarnaast vallen eronder de woonvoorzieningen, waarbij het gaat om de verhuiskosten en aanpassing van woningen van gehandicapten. Verder zijn er nog de zorgvoorzieiningen, waaronder bijv. valt een hulp in de huishouding en ten slotte de inkomensondersteunende voorzieningen, zoals vergoeding voor extra slijtage van kleding, extra vervoerskosten, etc.
De verschillende voorzieningen worden nog eens bij langs gelopen. De vervoersvoorziening. Hieronder vallen dus taxi-vergoedingen en kilometervergoedingen. De gemeente gaat
dit uitvoeren. Hier moet de vergoeding worden aangevraagd, de
gemeente beslist over de toekenning en over de hoogte van de
vergoeding. De sociale dienst gaat dit uitvoeren. Er is daarbij sprake van budgettering, dwz er is een bepaald bedrag beschikbaar,
en niet meer. Het is niet zoals nu een open eind regeling.
Bovendien is de vorm van de voorziening nu erg individueel; iedereen
krijgt een eigen vergoeding. Straks kan dit anders worden.
De gemeente kan besluiten, kollektieve voorzieningen in te voeren,
bijvoorbeeld het rijden van busjes voor groepen
gehandicapten.
Wie gaan de sociaal-medische keuringen verrichten om te
bepalen, of iemand wel of niet voor een voorzieing in aanmerking
komt? Daarover is in Amsterdam nog niets bekend. Het zou de GG
en GD kunnen zijn, maar
ook het GAK heeft een offerte uitgebracht
om de keuringen te gaan doen. In Amsterdam is nog niets bekend, in
andere gemeenten is het al rond, per gemeente zijn de
regelingen verschillend.
Beleidsvrijheid van de gemeente. De gemeente is binnen vastgestelde grenzen
vrij, om de hoogte van de vergoedingen te laten varieren. Men kan meer of minder
inkomensafhankelijkheid invoeren, of eigen bijdragen. Zeker is, dat de
inkomensafhankelijke voorzieningen zullen toenemen. Het zal niet
meer zo zijn, zoals nu, dat iedereen met dezelfde problemen
dezelfde vergoeding krijgt. De heer Vernooy zegt, dat door de
maatregelen een rechtsongelijkheid wordt ingevoerd, maar dat het nu eenmaal
een kwestie van geld is.
De woonvoorzieningen heten nu "regeling geldelijke steun huisvesting
gehandicapten". Deze gaat ook door de gemeente uitgevoerd worden. Nu is het al zo, dat kleine
voorzieningen onder de fl 45000,- worden uitgevoerd door de gemeente.
Straks gaat alles naar de gemeente. Die bekijken het, en
kunnen beslissen, of er een woningaanpassing komt of dat iemand
moet gaan verhuizen.
Aanpassingen boven de fl 45.000,- komen ten
laste van de AWBZ. De gemeente krijgt voor die woningaanpassingen 75% van het rijk vergoed, dus ook hier zal mogelijk een
eigen bijdrage worden
ingevoerd, terwijl de aanpassingen zullen
worden doorberekend in de huur. De "oude gevallen"
blijven overigens zoals ze nu zijn.
De zorgvoorzieningen. Deze gaan alle onder de AWBZ vallen. Het moet worden aangevraagd bij het ziekenfonds
en /of de partikuliere verzekeraar. Het betrteft hier protehesen e.d. en medicijnen.
ook: hulp in de huishouding.
De inkomens ondersteunende voorzieningen, die nu in de AAW zitten komen te vervallen. Het betreft hier extra
slijtage van kleding, dieetkosten, extra vervoer, extra
beddegoed. Wel is het zo, dat daarvoor in de toekomst bijzonder beijstand
kan worden aangevraagd. Dit betekent, dat WAO-ers iets boven de bijstandsnorm
het voortaan gedeeltelijk wel kunnen vergeten.
De gemeente heeft overigens het recht, maar niet de plicht,
tot 1 januari 1996 de "oude gevallen" een hogere vergoeding
te geven dan de "nieuwe
gevallen", zoals de taxi-vergoeding.
Hoe zit het met de invalidenkaart voor het openbaar vervoer?. Deze kaart is al
inkomensafhankelijk gemaakt, de gemeente krijgt er geen geld meer voor van het rijk, wanneer de gemeente geen eigen
middelen meer heeft vervalt ie. De gemeente betaalt het nu
zolang ze kunnen.
De heer Vermeulen is "kwaliteitsmedewerker" van het rayonkantoor Zuid in de Banstraat. De taak van de kwaliteitsmedewerker is, achteraf en steeksproefsgewijs nagaan, of wat de collega's doen wetstechnisch wel door de beugel kan. Maar hij bekijkt het alleen wetstechnisch. De heer Vermeulen gaat nader in op de rol van de sociale dienst. In principe gaat het bij de veranderingen om een ordinaire bezuinigingsmaatregel. De heer Vermeulen geeft aan, dat hij wat minder concreet kan zijn dan de vertegenwoordiger van het GAK.
Daar is duidelijk wat er gaat verdwijnen,
maar wat de gemeente Amsterdam gaat doen, is onduidelijk. Hoe de
echte regeling eruit gaat zien is ook nog niet bekend.
De heer Vermeuleen vertelt eerst, hoe nu al bij de sociale dienst met materie wordt omgegaan. De GSD heeft al
ervaring met de uitvoering van voorzieningen voor
gehandicapten. Ouderen kunnen nu geen beroep doen op AAW, waar het
vervoersvoorzieningen betreft. Zij moeten bijzondere bijstand
aanvragen. De GSD gaat haar uitvoeringspraktijk voortzetten, maar
voor een veel grotere doelgroep. Hoe gaat zij dit doen?
De bijstand is een eindvoorziening, in een situatie waarin men genoodzaakt is hier een beroep op te doen,
in een situatie waarin er geen andere voorzieningen zijn, het is
een laatste redmiddel.
Wat is noodzaak? Daarvoor moet er een
gebrek aan middelen zijn. Daarbij moet ook worden vastgesteld, of er
wel een werkelijke noodzaak is voor de gevraagde voorziening.
Wie dat gaat bepalen is zoals reeds gezegd nog niet bekend, De
GG en GD? het GAK?. Bij beiden bestaat een
keuringspraktijk.
Vooruitlopend op de herziening van de Algemene Bijstandswet is in 1991 de deregulering en decentralisatie
van de bijzondere bijstand ingevoerd. Bijzondere bijstand
wordt verleend voor kosten, die niet uit de normale
mormbijstand kunnen worden betaald. Normale bestaanskosten is alles
wat je in het dagelijks
leven aan uitgaven moet doen. Bij
bijzondere bijstand gaat het om kosten, die je normaal gesproken niet hoeft
te maken.
Ook bij bijzondere bijstand speelt een rol: over welke middelen beschikt de client wel; daarbij wordt
rekening gehouden met inkomen en vermogen. Er is een bescheiden
vrij te laten vermogen van fl 8900,- voor een alleenstaande. Bij
mensen in een inrichting en mensen met een eigen huis gelden andere
regels. Na de deregulering van de bijzondere bijstand zijn er theoretisch meer mogelijkheden gekomen; er is minder
vanuit het rijk omschreven. Maar ook op een minimuminkomen moet je altijd een
drempelbedrag opbrengen van op jaarbasis fl 189,-
Dus in de bijstand wordt rekening gehouden met wat mensen meer hebben dan het minimum. In Amsterdam wordt
rekening gehouden met 35% van het meerdere. Zou de gevraagde
voorziening uit dat meerdere kunnen worden betaald? Als blijkt,
dat je het niet redt dan krijg je voor het resterende
bedrag bijstand. Dit is
overigens puur gemeentelijk beleid; in
andere gemeenten gelden andere percentages.
In zijn algemeenheid kan worden gezegd, dat de Wet Voorziening Gehandicapten gaat werken onder het regiem
van de bijzondere bijstand. Dit betekent, dat mensen die iets
boven het minimum zitten, erop achteruitgaan. Als er in het
gezin bijvoorbeeld nog een inkomen is, komt de gehandicapte niet
voor een voorziening in aanmerking, meestal. (hangt af van het
inkomen van het gezinslid). Je kunt ervan uitgaan, dat mensen met een wat betere regeling erop achteruit zullen gaan.
Het bedrag voor voorzieningen, dat nu in de AAW zit, gaat naar de pot van de bijzondere bijstand, dwz een
gedeelte ervan. Een ander gedeelte wordt gebruikt om te
bezuinigen. Er komt geen aparte pot voor voorzieningen voor
gehandicapten; er is slechts een pot voor bijzondere
bijstand.
In Amsterdam is eigenlijk nog maar weinig geregeld, zo blijkt. Over de woonvoorzieningen bijvoorbeeld bestaat grote onduidelijkheid. Worden die nu wel of niet ondergebracht bij de GSD? Het leek de heer Vermeulen niet logisch. Misschien gemeentelijke dienst herhuisvesting.
Uit de woorden van de heer Vermeulen bleek, dat de regels voor de toekenning van de bijzondere bijstand in Amsterdam strenger zijn dan elders. In sommige gemeenten wordt bv wel toegestaan een koelkast of een stofzuiger aan te schaffen op kosten van de bijzondere bijstand. In Amsterdam niet. Hier wordt ervan uitgegaan, dat je 10% in je uitkering kunt reserveren voor koelkast e.d. Als je daarvoor geen geld hebt, dan wordt gezegd: ga maar naar de gemeentelijke kredietbank. Alleen in zeer bijzondere bijzondere gevallen, wanneer je kunt aantonen dat je beslist niet had kunnen reserveren, en dat je geen lening kunt afsluiten,
is bijzondere bijstand voor dit soort
gevallen mogelijk.
Een aanvraag voor bijzondere bijstand kan nooit achteraf geschieden. De sociale dienst gaat er dan vanuit dat er al in is voorzien. Je moet dus een pro forma nota vragen, en daarmee naar de sociale dienst gaan en bijzondere bijstand aanvragen.
Een aanvraag voor bijzondere bijstand kan nooit achteraf geschieden. De sociale dienst gaat er dan vanuit dat er al in is voorzien. Je moet dus een pro forma nota vragen, en daarmee naar de sociale dienst gaan en bijzondere bijstand aanvragen.
Piet van der Lende 16/4/1993
donderdag 25 maart 1993
Kort verslag gesprek met Eelco Brinkman op 25 maart 1993 in Den Haag
25 maart 1993
In het voorjaar van 1993 ben ik met vertegenwoordigers van het toenmalige Komitee Amsterdam Tegen Verarming en van de diaconie van de Hervormde Kerk in Amsterdam naar Den Haag geweest voor een gesprek met Eelco Brinkman, toen fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer tijdens het kabinet Lubbers-Kok. In 1994 zou hij lijsttrekker van het CDA worden, maar de partij leed bij de verkiezingen een historische nederlaag en weer een jaar later verliet Brinkman de politiek. Zie voor een overzicht van zijn carriere in de politiek en het bedrijfsleven Wikipedia. Hieronder een verslag dat ik van het gesprek gemaakt heb.
In het voorjaar van 1993 ben ik met vertegenwoordigers van het toenmalige Komitee Amsterdam Tegen Verarming en van de diaconie van de Hervormde Kerk in Amsterdam naar Den Haag geweest voor een gesprek met Eelco Brinkman, toen fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer tijdens het kabinet Lubbers-Kok. In 1994 zou hij lijsttrekker van het CDA worden, maar de partij leed bij de verkiezingen een historische nederlaag en weer een jaar later verliet Brinkman de politiek. Zie voor een overzicht van zijn carriere in de politiek en het bedrijfsleven Wikipedia. Hieronder een verslag dat ik van het gesprek gemaakt heb.
Brinkman begint met te zeggen, dat we niet het gevoel moeten hebben, bezig te zijn met een klaagzang, het zijn serieuze punten die naar voren worden gebracht, en politici zitten ervoor om naar de mensen te luisteren en zich op de hoogte testellen van hoe regelingen in het praktische leven werken.
Als volgende punt brengt hij naar voren, dat in achtereenvolgende kabinetten, afgezien van de politieke samenstelling, eindeloos gediskussieerd is over hoe regelingen eerlijker kunnen uitwerken naar de individuele omstandigheden van demensen. Sommige regelingen werken onrechtvaardig uit; aan de ene kant is er een oneigenlijk gebruik, dat teruggedrongen moet worden, aan de andere kant zijn er de echte minima, die niet rond kunnen komen. Dit is uitdrukking van het feit, dat algemene regelingen onvoldoende inspelen op individuele gevallen. Het betekent, dat de politiek op zoek is naar een systeem, dat de uitvoeringsorganisatie dwingt meer naar de individuele omstandigheden te kijken. Dit is een belangrijk punt.
Verschillende dingen zijn moeilijk per man of per vrouw te regelen. Het meest pijnlijk is, dat veel mensen hun hele leven geploeterd hebben, en naarmate ze ouder worden tot de ontdekking komen, dat ze een laag inkomen hebben. Dit betekent dat Brinkman kijkt naar: kunnen we nou niet in de uitkeringsrechteninbouwen, dat mensen naarmate ze ouder worden meer rechten hebben. Dit betekent, dat de arbeidsjaren moeten meetellen in de hoogte van de uitkering. Jongeren kunnen zich wel bijverzekeren.
De konkrete situatie van het individu moet in ogenschouw worden genomen. (met een schaartje geknipt). De sociale dienst moet kunnen zeggen: u komt wel voor een bepaalde bijdrage cq regeling in aanmerking, en u niet. De bijzondere bijstand is er voor bedoeld om bij te plussen, om iets te doen in die gevallen, waarin dat dringend noodzakelijk is. Overigens is de claim die op de hogere en middeninkomens wordt gelegd terecht.
Een ander punt is de werkgelegenheid. We zijn bezig om mensen aan het werk te krijgen, cq werkgelegenheid te scheppen. Er zijn op dit moment onvoldoende banen te vinden. De diverse kabinetten proberen het investeringsklimaat te verbeteren,zodat werkgevers investeren, ook in werkgelegenheid. Hiermee wordt werkgelegenheid geschapen. De mensen moeten de werkgelegenheid de voorrang geven. Het is zo, dat er begin jaren tachtig fors huisgehouden is in de overheidsuitgaven. Dat heeft resultaten afgeworpen. Het heeft geleid tot een enorme groei van het aantal banen. Zeker ook naar de jeugd toe. We moeten kiezen voor werk boven inkomen.
Wat de jeugd betreft en het verband tussen de kinderbijslag en de kosten voor de opvoeding van kinderen. Het CDA vindt dat tegen de jeugd kan worden gezegd: de welvaart is opgebouwd door de oudere generaties, nu is het jullie taak om er fors aan mee te helpen om dat in stand te houden. We moeten de jeugd het idee aandragen, dat ze een steentje moeten bijdragen aan het in stand houden van de voorzieningen. Niet vanwege het geld dat daardoor bespaart wordt, maar als ze dat niet doen is het niet uit te leggen aan de ouderen. Daarvoor een klimaatscheppen en een beroep doen op de jongeren is een kwestie van sociale rechtvaardigheid.
Dan heb ik een vraag. U spreekt erover, dat u niet terug wilt naar de dertiger jaren. En ook niet naar hoe toen het diakonale werk werd uitgevoerd. Het verschil tussen toen en nu is wel, dat nu een hele reeks voorzieningen is opgebouwd. Dus ook het diakonale werk is niet alleen, ook nog wel maar nietalleen een kwestie van voedsel verstrekken. Mijn praktische vraag is dan toch, wat de diakonie in de huidige omstandigheden kan doen, zonder weer in die sfeer van de dertiger jaren te geraken.
Dan heb ik nog een vraag in verband met de huursubsidie. Is het niet zo, dat in een groot aantal huurhuizen met een lage huur mensen zitten met een vrij hoog inkomen, die eigenlijk best duurder zouden kunnen wonen, maar die blijven zitten? Die mensen, die een te hoog inkomen hebben, die zouden er eigenlijk uit moeten, zodat de mensen met een laag inkomen daarvoor in aanmerking komen. Wij zouden bijvoorbeeld een bepaalde categorie jeugdigen geen huursubsidie kunnen geven. Waarom moeten die meteen al 100 of 200 gulden erbij hebben?
Wat betreft het bijwerken (van de echtgenote). Wij hebben als CDA een stelling, die een beetje tegen de tijdgeest ingaat, die inhoudt: voorzover twee mensen achter een huisdeur zitten, is het redelijk, dat je de inkomens van die mensen bij elkaar optelt. Dit doen we om te voorkomen, dat daar waar een normaalinkomen binnenkomt, niet gezegd kan worden: we hebben er ook nog een uitkering bij. De uitkeringen zijn vooral bedoeld voor alleenstaanden en anderen, die niet op een andere manier aan geld kunnen komen. Overigens is het zo, dat we bezig zijn te onderzoeken, in hoeverre de bijverdiensteregeling kan worden opgerekt.(als reaktie op de mevrouw wier zoon de hele zaterdag werkt om 25 gulden te verdienen) Is het niet zo, dat we de kinderen kunnen aanspreken op een bijdrage aan hun ouders? Kinderen zullen ook zelf voor veel dingen moeten zorgen. Natuurlijk is het niet de bedoeling, dat we teruggaan naar de kinderarbeid. Maar we kunnen ons wel afvragen: in hoeverre zijn er voor de kinderen mogelijkheden, een bijdrage te leveren?
Dan nog wat opmerkingen over de kinderen. Uw verhalen hebben mij gestrekt in mijn overtuiging, dat de kinderbijslag niet aangetast mag worden. Daarover is nog een diskussie in het kabinet, waarop ik niet vooruit wil lopen. Wel is het zo, dat bijvoorbeeld als er zes kinderen zijn het wat minder kan, maar dat zijn niet zoveel gezinnen.
(als reaktie op de hoge kosten die schoolreisjes e.d voor de kinderen met zich meebrengen). Is het niet zo, dat voor een deel dergelijke kosten vergoed kunnen worden via de bijzondere bijstand?. We zijn met schoolorganisaties ook bezig om daar aandacht voor te vragen.
Wat de bijzondere bijstand betreft, die niet of te weinig wordt aangevraagd: zit dat in de schroom van de mensen of zit dat in de regeling?
Dan wil ik nog een punt naar voren brengen, nl het pensioen, waarbij dat laatste stukje gaat haperen. Hoe zijn dan uw ervaringen met de personeelschefs in de individuele bedrijven? Er worden toch afvloeiingsregelingen en sociale plannen gemaakt. De vakbeweging schept ook een beeld, dat dit gebeurt, door allerlei overbruggingsregelingen e.d, terwijl nu blijkt, dat dit onvoldoende lukt. In hoeverre is dit een meer algemeen voorkomend probleem? Als dit vaker voorkomt, kunnen wij dat in ons overleg met CNV en NCW als een algemeen punt van zorg naarvoren brengen. We kunnen hen de vraag stellen: letten jullie wel voldoende op de oudere categorie werknemers? In dit verband hoopt Brinkman, dat de vakbeweging ook een beetje bij de ouderen begint te redeneren. Dit moeten wij als algemeen punt in onze kontacten meenemen.
Dan wil ik tenslotte nog een punt naar voren brengen. Iemand die aan het werk gaat, wil er ook op vooruit gaan, en nu is het zo, dat onderin het loongebouw alles in elkaar is gedrukt. Vaak gaan mensen die gaan werken er ten opzichte van hun uitkering helemaal niet op vooruit. Juist om die reden zeggen we, onderin dat loongebouw moeten de uitkeringen en de inkomens uit werk wat uit elkaar worden getrokken, zodat meer mensen op de arbeidsmarkt komen en ook kunnen doorstromen. Daar zit ook een groot probleem. Nu zijn er mensen die zeggen: nu ben ik aan het ploeteren, en andere mensen via allerlei regelingen hebben net zoveel. Ik probeer niet het verhaaltje te verkopen van: zo zit de wereld in elkaar, daar is niets aan te doen, maar dit zijn toch wel dingen waar we op moeten letten.
Dus er zijn twee punten: ten eerste hoe krijgen we in gesprek met de vakbeweging de ouderen boven tafel, en ten tweede het punt van de kosten die de opvoeding van kinderen met zich meebrengt.
Wij hebben als CDA ervoor gevochten, dat in de nieuwe WAO een systeem zou worden ingevoerd, waarbij mensen naarmate ze een langer arbeidsverleden hebben, ook meer rechten hebben.
Diskussiepunten. Wat betreft de taak van de diakonien: Rene bracht naar voren, dat de diakonie van de hervormde kerk een stop op het aantal aanvragen had ingevoerd, vanwege het grote aantal. De laatste jaren deden steeds meer mensen een beroep op de diakonie. Met name ook de groep mensen, die geen dak boven zijn/haar hoofd heeft en in erbarmelijke omstandigheden verkeert, neemt toe. Er zijn mensen, die het zo moeilijk hebben, in een uitzichtloze situatie, dat ze niet meer in staat zijn giroo’tjes in te vullen e.d. Brinkman vroeg zich af, als de verstrekking van bijzondere bijstand aan mensen in (financiele) moeilijkheden in individuele gevallen niet goed functioneert, wat de diakonie kan doen. Hij sprak over een “een -tweetje” tussen de diakonie en de bijzondere bijstand, cqsociale dienst. Wij hebben hem duidelijk gemaakt, dat het in de praktijk niet zo gemakkelijk werkt. De sociale dienstambtenaren zijn (telefonisch) niet of nauwelijks bereikbaar, het is een bureaucratische organisatie, waarin alles is geautomatiseerd en via formulieren loopt, en zodra er bij een client een of andere mutatie is kunnen er grote moeilijkheden ontstaan, tot (onterechte) stopzetting van de uitkering aan toe. Ook verloopt het verstrekken van voorschotten moeizaam, mensen moeten soms zes weken op hun geld wachten, gevallen, waarin de diakonie moet bijspringen. De laatste tijd doen ook steedsmeer mensen een beroep op de diakonie voor spreekuurzaken e.d,omdat er wel een systeem van sociaal raadslieden is, maar daar moet je lang wachten voor je aan de beurt bent, die hebben het zeer druk. Maar dat willen we niet. Er is toch een goede voorziening, de sociaal raadslieden, dat werk willen we niet overnemen. De bijzondere bijstand is vaak geen oplossing. In de eerste plaats is er al een eigen bijdrage van 178,- en als je echt gaat onderzoeken, of je ervoor in aanmerking komt, bijvoorbeeld een wasmachine, dan wordt gezegd: je hebt een paar procent in je uitkering om daarvoor te sparen, dus je komt niet in aanmerking voor vergoeding van duurzame gebruiksgoederen via de bijzondere bijstand, of: er is een voorliggende voorziening, die het vergoed, dus doen wij het niet. Ofomgekeerd: er is een voorliggende voorziening bijvoorbeeld het ziekenfonds, die het ook niet vergoed, dus doen wij het ook niet. (dit was de motivatie in amsterdam om de sanering van het gebit uit de bijzondere bijstand te halen).Daarnaast ervaren met name AOW ers het vaak als vernederend,wanneer ze een beroep moeten doen op de bijzondere bijstand.
Diskussiepunten. Wat betreft de taak van de diakonien: Rene bracht naar voren, dat de diakonie van de hervormde kerk een stop op het aantal aanvragen had ingevoerd, vanwege het grote aantal. De laatste jaren deden steeds meer mensen een beroep op de diakonie. Met name ook de groep mensen, die geen dak boven zijn/haar hoofd heeft en in erbarmelijke omstandigheden verkeert, neemt toe. Er zijn mensen, die het zo moeilijk hebben, in een uitzichtloze situatie, dat ze niet meer in staat zijn giroo’tjes in te vullen e.d. Brinkman vroeg zich af, als de verstrekking van bijzondere bijstand aan mensen in (financiele) moeilijkheden in individuele gevallen niet goed functioneert, wat de diakonie kan doen. Hij sprak over een “een -tweetje” tussen de diakonie en de bijzondere bijstand, cqsociale dienst. Wij hebben hem duidelijk gemaakt, dat het in de praktijk niet zo gemakkelijk werkt. De sociale dienstambtenaren zijn (telefonisch) niet of nauwelijks bereikbaar, het is een bureaucratische organisatie, waarin alles is geautomatiseerd en via formulieren loopt, en zodra er bij een client een of andere mutatie is kunnen er grote moeilijkheden ontstaan, tot (onterechte) stopzetting van de uitkering aan toe. Ook verloopt het verstrekken van voorschotten moeizaam, mensen moeten soms zes weken op hun geld wachten, gevallen, waarin de diakonie moet bijspringen. De laatste tijd doen ook steedsmeer mensen een beroep op de diakonie voor spreekuurzaken e.d,omdat er wel een systeem van sociaal raadslieden is, maar daar moet je lang wachten voor je aan de beurt bent, die hebben het zeer druk. Maar dat willen we niet. Er is toch een goede voorziening, de sociaal raadslieden, dat werk willen we niet overnemen. De bijzondere bijstand is vaak geen oplossing. In de eerste plaats is er al een eigen bijdrage van 178,- en als je echt gaat onderzoeken, of je ervoor in aanmerking komt, bijvoorbeeld een wasmachine, dan wordt gezegd: je hebt een paar procent in je uitkering om daarvoor te sparen, dus je komt niet in aanmerking voor vergoeding van duurzame gebruiksgoederen via de bijzondere bijstand, of: er is een voorliggende voorziening, die het vergoed, dus doen wij het niet. Ofomgekeerd: er is een voorliggende voorziening bijvoorbeeld het ziekenfonds, die het ook niet vergoed, dus doen wij het ook niet. (dit was de motivatie in amsterdam om de sanering van het gebit uit de bijzondere bijstand te halen).Daarnaast ervaren met name AOW ers het vaak als vernederend,wanneer ze een beroep moeten doen op de bijzondere bijstand.
Eigenlijk zou er een standaard verhuiskostenvergoeding voor bejaarden moeten zijn. Tijdens de diskussie werd naar voren gebracht, dat de sociale dienst zich vaak weinig soepel opstelt, als je in april vraagt om een voorschot op je vakantiegeld, om iets te kopen, kan dit niet.
Wat betreft de huursubsidie werd naar voren gebracht, dat in wijken met huizen die een lage huur hebben er nu al een grote doorstroming is; bovendien is de huursubsidie nu al gebonden aan het inkomen; mensen die veel verdienen krijgen geen huursubsidie. Je zou dit probleem niet moeten oplossen door te gaan knabbelen aan de huursubsidie, maar door bijvoorbeeld een huurbelasting te gaan invoeren, door op het belastingformulier de vraag op te nemen: hoeveel huur betaalt u?
Verder werd in de diskussie uitgelegd, waarom de baanloze scheepsbouwers niet in aanmerking kwamen voor een goede sociale regeling. Er was geen geld voor. Toen het laatste bedrijf werd gesloten, was er niets meer.
P vd L 25-3-1993
Labels:
bezuinigingen,
inkomenspolitiek,
regeringsbeleid
Abonneren op:
Posts (Atom)