woensdag 15 februari 1995

Tekenen ongedateerde machtiging, mutaties van verhuizing traag verwerkt

Verschenen in maart nummer 1995 van de MUG, Maandblad voor Uitkeringsgerechtigden in Amsterdam.

Deze maand weer een voorbeeld van wat er allemaal fout kan gaan bij de Sociale Dienst. We willen trouwens niet ontkennen dat de Sociale Dienst gedeeltelijk gelijk heeft wanneer ze zegt dat er met 70.000 cliënten in het bestand wel eens iets fout gaat. Dit argument moet echter geen dooddoener worden. Wij blijven van mening dat zaken als het onderhavige niet hoeven voor te komen, wanneer een ambtenaar maar de tijd neemt zaken goed te regelen en wanneer er een goed (computer)systeem bestaat, waarbij doorgegeven mutaties op de juiste wijze worden verwerkt. Dat is op dit moment niet het geval. (Zie ook het artikel over de campagne 'Schrijf het van je af', op deze pagina.)
Een mevrouw uit Amsterdam Zuidoost tekende enige tijd geleden een ongedateerde machtiging, dat op haar uitkering een bedrag zou worden ingehouden voor een verstrekte lening. Aangezien deze machtiging ongedateerd was, kon hij op ieder willekeurig moment ingaan. Aanvankelijk gaf de mevrouw toestemming 110,- gulden op haar uitkering in te houden, maar na enige tijd werd dit automatisch afgeschreven bedrag zonder enige verdere mededeling of brief veranderd in 150,- gulden. Mevrouw kwam hier achter omdat het op de uitkeringsspecificatie vermeld stond. Toen zij hierover om opheldering vroeg, werd haar meegedeeld, dat zij met de uitkering voor een eenoudergezin bij nader inzien wel 150,- gulden kon betalen, en dat het ingehouden bedrag daarom veranderd was. Mevrouw protesteerde hiertegen en deelde mee, dat het in te houden bedrag weer op het oude niveau moest worden teruggebracht. En toen stapelden de problemen zich op.
Een maand na het voorval van de automatische inhoudingen verhuisde mevrouw, ze gaf dit op tijd door aan de Sociale Dienst, zowel door op te bellen als door het schrijven van een brief. In de laatste week van de maand: geen uitkeringsspecificatie op het nieuwe adres. Wel werd er geld gestort. De uitkeringspecificatie bleek naar het oude adres gestuurd. Daarbij bleek dat de GSD, die iedere maand de huur afhield, de huur voor het oude adres was blijven betalen en dat er geen huur voor het nieuwe adres was betaald.
Weer enige tijd later bleek dat de uitkering volledig was geblokkeerd. De sociale dienst deelde mee dat zij verschillende dingen nader moest uitzoeken in verband met de verhuizing en het feit dat het jongste kind 12 jaar was geworden. Daardoor was mevrouw nu sollicitatieplichtig en ging zij terug naar de norm alleenstaande. Vele telefoontjes met de sociale dienst volgden, waarbij de cliënt naar voren bracht dat de verkeerde huurbetalingen moesten worden hersteld en dat zij bezwaar maakte tegen het opleggen van de sollicitatieplicht, omdat een van de kinderen erg ziek is en verzorging behoeft.
Steeds werd haar beloofd dat voor het einde van de maand alles in orde zou worden gemaakt, maar het heeft uiteindelijk maanden geduurd voordat het zover was.

Piet van der Lende

zondag 15 januari 1995

Problemen met Periodieke Doelmatigheidsonderzoeken (te laat opgestuurd) en dreiging met strafkorting van het Rijk. Vrijwilligerswerk

Verschenen in het februari nummer 1995 van MUG, maandblad van Uitkeringsgerechtigden in Amsterdam.

In de laatste weken van december deden de wildste geruchten de ronde over de periodieke doelmatigheidsonderzoeken (DMO's) van de Sociale Dienst. Over deze onderzoeken schreef ik ook al in de MUG van januari. In Het Parool stond half december, dat de Sociale Dienst een grote achterstand had bij het instellen van de Doelmatigheidsonderzoeken. Wanneer die achterstand niet voor 1 januari 1995 was ingehaald, bestond het gevaar dat de Rijksconsulent zou overgaan tot het instellen van een onderzoek naar de oorzaken. Dit onderzoek zou kunnen leiden tot het opleggen van een korting op de door het Rijk uit te keren subsidies aan de gemeente. Dit als straf voor het niet tijdig halen van voldoende DMO's. Er werd zelfs gesproken over een achterstand van 27.000 onderzoeken. In drie weken tijd wilde de Sociale Dienst die onderzoeken uitvoeren.
Om ambtenaren op de rayonkantoren waar een achterstand bestond te stimuleren tot harder werken konden zij een premie per onderzoek krijgen wanneer ze de doelstelling haalden. Op sommige rayonkantoren zouden ambtenaren hebben geweigerd op die basis de onderzoeken uit te voeren omdat er bij haastwerk en personeelstekort grote fouten worden gemaakt. Middels een ingezonden brief in Het Parool ontkende een ambtenaar van Zuid-Oost de berichten: de premie was een wel vaker voorkomende reguliere betaling waarover de rayonkantoren binnen het aan hen toegewezen budget zelf mochten beslissen. Wat er ook waar moge zijn van al die geruchten, feit is dat op het spreekuur van de Bijstandsbond weer een aantal mensen kwamen die werden opgeroepen voor een DMO en die pas een dag voor de datum waarop ze moesten verschijnen de desbetreffende oproep in de bus kregen. Bij sommige oproepen was duidelijk sprake van haastwerk. Soms was de oproep zeer slordig opgesteld, omdat op het formulier waarop staat wat je moet meenemen, alle hokjes waren aangekruist. De ambtenaar had blijkbaar geen tijd gehad uit te zoeken welke mee te nemen documenten bij een bepaalde cliënt van toepassing waren.
Bij een van de cliënten ontstonden ook weer moeilijkheden over het DMO. Ambtenaren doen soms erg moeilijk wanneer een cliënt een andere afspraak wil maken. Een mevrouw had een oproep gekregen op een bepaalde datum te verschijnen. Ze was echter ziek en belde naar de desbetreffende ambtenaar van het kantoor dat ze niet kon komen. De ambtenaar deelde mee, dat haar man dan maar moest komen. Haar man is echter van Turkse afkomst en spreekt slecht Nederlands. De mevrouw wilde graag zelf een gesprek op een latere datum. De ambtenaar dreigde daarop dat haar uitkering zou worden stopgezet. Een medewerkster van de Bijstandsbond belde daarop de desbetreffende ambtenaar om uitleg. Deze zei: ,,Je moet m'n baas maar bellen.'' Daarop werd contact gelegd met het hoofd van het rayonkantoor. Die deelde mee dat de cliënt nog diezelfde week een uitnodiging zou krijgen voor een nieuwe afspraak.

Vragen

Naar aanleiding van het formulier dat bij het DMO moet worden ingevuld hebben enkele cliënten op het spreekuur vragen gesteld. Waarom moet de GSD weten hoe hoog je GEB-rekening is? Wat heeft de Sociale Dienst sowieso te maken met je uitgavenpatroon? (Je moet alle vaste uitgaven op het formulier invullen). Dit is toch niet relevant voor het bepalen van de rechtmatigheid van de uitkering? Waarom moeten alle gegevens van de partner worden ingevuld, als die zelf ook zo'n formulier moet invullen? Waarop is het uitgangspunt gebaseerd, dat iemand drie maanden girostrookjes moet meenemen, wanneer je nergens van verdacht wordt? (Soms moet men zelfs alle strookjes van het afgelopen jaar laten zien). Waarom moet de Sociale Dienst weten welke verzekeringen je hebt afgesloten? Naar aanleiding van deze en andere vragen hebben enkele verontwaardigde cliënten een werkgroepje gevormd waarbij gegevens en ervaringen worden uitgewisseld en waarbij wordt uitgezocht wat de Sociale Dienst nu wel of niet kan vragen. Voor meer inlichtingen kunt u bellen met de Bijstandsbond.

Vrijwilligerswerk

Sommige cliënten moeten bij het DMO een apart formulier invullen waarop ze moeten aangeven welk vrijwilligerswerk ze doen, bij welke organisaties en hoeveel uur in de week dat is. Het lijkt me vooralsnog dat het invullen van zo'n formulier meestal weinig consequenties heeft. Formeel moet de cliënt toestemming van de GSD vragen voor het verrichten van sommige vormen van vrijwilligerswerk. Voor traditioneel vrijwilligerswerk hoeft een cliënt geen toestemming te vragen, dat mag altijd. Ander vrijwilligerswerk mag alleen in goedgekeurde projecten, die zijn getoetst door de directeur van de Sociale Dienst. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot de Vrijwilligerscentrale.
In de toekomst kunnen de gegevens over vrijwilligerswerk echter wel een belangrijkere rol gaan spelen, wanneer de gemeente in haar beleid gaat toewerken naar het verplicht stellen van het verrichten van 'maatschappelijk nuttige taken' in ruil voor de uitkering. Daarbij zou dan een contract worden gemaakt tussen de uitkeringsgerechtigde en de Sociale Dienst waarin de wederzijdse afspraken zijn vastgelegd. Bij mijn weten is het nu al zo, dat op beperkte schaal vrijwilligerswerk wordt gezien als een stadium in een traject op weg naar betaald werk of als een eindstadium voor langdurig werklozen, die niet meer in aanmerking komen voor betaalde arbeid. Over dit vrijwilligerswerk worden dan afspraken gemaakt tussen de cliënt en de Sociale Dienst. Bij de Werkwinkel-plus in Oudwest wordt hier reeds op bescheiden schaal mee geëxperimenteerd.

Piet van der Lende

maandag 2 januari 1995

Gedupeerden van de IJ-markt, de uitgebreide vragen van Periodieke Doelmatigheids Onderzoeken (PDO), tekenen van blanco machtigingen.

Verschenen in het januari nummer 1995 van de MUG. Maandblad Uitkeringsgerechtigden Amsterdam.

Deze keer in de rubriek 'De Gang van zaken' enkele korte stukjes over ervaringen van uitkeringsgerechtigden met de Sociale Dienst.
Op het spreekuur van de Werklozen Belangen Vereniging kwam een cliënt van de Sociale Dienst die een oproep had gekregen voor een doelmatigheidsonderzoek. Dat zijn onderzoeken die de dienst periodiek bij alle cliënten uitvoert om te controleren of alle gegevens nog kloppen en of er wellicht mogelijkheden zijn om de betrokkene in een traject te plaatsen, dat uiteindelijk tot een betaalde baan moet leiden. Momenteel is het streven van de Sociale Dienst minimaal eens in de drie jaar cliënten op te roepen voor zo'n onderzoek. Bij het versturen van de oproepen wil nog wel eens wat fout gaan. Soms reageren cliënten niet, en dan wordt de uitkering stopgezet. Dit kan aan de cliënten zelf liggen, maar bij de cliënt die op het spreekuur kwam zat er tussen de datum waarop de oproep verstuurd werd en de datum waarop de cliënt moest verschijnen maar een dag. Bovendien werd geen aangetekende oproep verstuurd. In dit geval ging het goed, maar het kan ook tot gevolg hebben, dat de cliënt te laat van de oproep op de hoogte is, zonder dat hem/haar dit te verwijten valt. Wanneer cliënten een andere afspraak willen maken, of na de datum waarop men moet verschijnen komen opdraven, wordt nogal eens moeilijk gedaan. Is het niet beter oproepen ruim van te voren te versturen, en ook in alle gevallen een aangetekende oproep de deur uit te doen? Dat kan een hoop bureaucratische rompslomp voorkomen, zowel voor de cliënten als voor de ambtenaren.
De betrokken cliënt kwam op het spreekuur, omdat hij protesteerde tegen bepaalde formuleringen op het heronderzoeksformulier. Bij vraag 14 moest de cliënt een verklaring ondertekenen, waarbij onder punt 5 staat: 'er tevens mee bekend te zijn, dat er inlichtingen kunnen worden ingewonnen c.q. overleg kan worden gepleegd met de werkgever, boekhouder, bank en eventuele andere instanties.'
De cliënt vatte het zo op, dat door ondertekening van de verklaring hij de Sociale Dienst een vrijbrief gaf bij iedere willekeurige instantie te informeren naar zijn persoonlijke gegevens, zonder dat de dienst hem op enigerlei wijze van die kontakten op de hoogte hoeft te stellen.
We hebben een brief geschreven naar de Sociale Dienst waarin om opheldering wordt gevraagd over de bedoeling van het artikel. In juridische zin lijkt me de formulering voor meerdere uitleg vatbaar. Betekent 'ermee bekend zijn' ook, dat je zonder meer toestemming geeft? In hoeverre is deze formulering in overeenstemming met de wetgeving op het gebied van de privacy? Tekenen, maar waarvoor?
Er zijn op het spreekuur nu twee gevallen geweest van cliënten, die iets hadden ondertekend bij de Sociale Dienst zonder dat ze wisten waarvoor. In een geval moest de cliënt een soort machtiging ondertekenen, die verder geheel blanco was. Waarschijnlijk betreft het een machtiging voor inzage in banksaldo's. In het andere geval had de cliënt ook een blanco formulier ondertekend, maar dit liep goed af. De cliënt had geprotesteerd tegen voorstellen van de ambtenaar, om een bepaalde scholing te volgen. Deze ambtenaar had vervolgens het stimuleren van cliënten door het geven van positieve prikkels op geheel eigen wijze geïnterpreteerd door de cliënt onder druk te zetten een blanco formulier te ondertekenen, dat achteraf een aanvraag voor bijzondere bijstand voor het vergoeden van scholing bleek te zijn.
Het hoeft geen betoog dat het onder druk zetten van cliënten om verder geheel blanco of slechts gedeeltelijk ingevulde formulieren te ondertekenen niet door de beugel kan. Het dient altijd glashelder te zijn waarvoor de cliënt tekent, en hij/zij moet duidelijk uitgelegd worden waarvoor toestemming wordt gegeven. Ook bij het heronderzoeksformulier dat hierboven ter sprake kwam was dat niet het geval.

IJ-markt

Zouden de gedupeerden van de IJ-markt ons eens kunnen bellen over hoe de Sociale Dienst met hun problemen omgaat? Er bereiken ons berichten, dat de Sociale Dienst zich zeer formeel opstelt, en weinig begrip toont voor de specifieke problemen waarmee de ex-ondernemers van de IJ-markt te maken hebben. En dit terwijl wethouder van der Aa heeft beloofd, dat er speciale aandacht aan de moeilijkheden van de ex-IJ-markt ondernemers zou worden besteed. Er belde ons een ex-ondernemer, die al vanaf 1 december zonder geld zit, door alle bureaucratische rompslomp rond het opheffen van zijn bedrijfje en de voorwaarden die de Sociale Dienst daaraan stelt.

Bijzondere Bijstand

De Bijstandsbond heeft de wethouder gevraagd te bevorderen dat de Sociale Dienst een gedetailleerde lijst gaat opstellen over verstrekkingen die in het kader van de bijzondere bijstand kunnen worden gedaan. Hierdoor kan er bij cliënten en spreekuurmedewerkers meer zekerheid ontstaan over wat in het kader van de bijzondere bijstand wel en niet mogelijk is. Ook leverde de Bijstandsbond kritiek op het beleid van de dienst met betrekking tot de mogelijkheden voor vergoeding van scholingskosten en de toeslag voor voormalige een-ouder gezinnen. De afdeling communicatie van de Sociale Dienst heeft daarop een brief geschreven, waarin gesteld wordt dat in het voorlichtingsmateriaal meer aandacht zal worden besteed aan de mogelijkheden voor vergoeding van scholingskosten en de gewenningstoeslag voor voormalige een-oudergezinnen. Deze laatste toeslag houdt in, dat een hoofd van een een-ouder gezin met kinderen, die op een leeftijd komen, waarbij ze in eigen onderhoud kunnen voorzien, een afbouwregeling krijgen, waarbij de uitkering geleidelijk wordt afgebouwd van de norm voor een een-oudergezin naar de norm voor een alleenstaande.
Over het opstellen van een gedetailleerde lijst met verstrekkingen in het kader van de bijzondere bijstand schrijft de afdeling communicatie, dat dit moeilijk te realiseren is omdat er zoveel verschillende mogelijkheden zijn en de hoogte van de vergoeding van geval tot geval kan variëren. De Bijstandsbond blijft echter van mening, dat de Sociale Dienst op dit punt haar beleid duidelijker naar buiten moet brengen, zodat er meer rechtszekerheid voor de cliënten gaat ontstaan en de mensen weten waar ze aan toe zijn.

Piet van der Lende

vrijdag 25 november 1994

Terreur van het energiebedrijf

Dit artikel verscheen eerder in het Maandblad Uitkeringsgerechtigden (MUG) van december 1994.

Mevrouw Stuger was in de zomer van 1992 op studiereis. Twee mensen pasten op haar huis, toen medewerkers van het Gemeente Energie Bedrijf (GEB) daar op bezoek kwamen. Door het slot van de kelderdeur te forceren kwamen ze bij de gasmeter. Samen met de elektriciteitsmeter werd deze in beslag genomen. Toen mevrouw Stuger thuiskwam, ging ze natuurlijk meteen informeren naar het waarom van deze inbreuk. Ze kreeg te horen dat ze een schuld bij het GEB had. Drie keer werd echter een ander bedrag genoemd, variërend van zes- tot achthonderd gulden. Aangezien ze al geruime tijd automatisch het maandelijkse bedrag overmaakte, begreep ze niet wanneer de schuld gemaakt was. Ze ontdekte dat ongeveer drie jaar daarvoor enkele malen geen overschrijving had plaats gevonden. Omdat ze in die tijd het minimumloon verdiende, bood ze aan om in termijnen de schuld af te lossen. Op een onbeschofte wijze werd door steeds dezelfde baliemedewerker duidelijk gemaakt, dat er geen betalingsregeling getroffen zou worden. Na de jaarlijkse afrekening bleek ze zelfs in totaal 1650 gulden te moeten betalen. Nadat een bemiddelingspoging door het Buro voor Rechtshulp mislukt was, nam mevrouw Stuger een advocaat van het advocatencollectief van de Staatsliedenbuurt in de arm. Een kort geding werd aangespannen en verloren. Volgens Zijlstra, GEB-medewerker, was er met de elektriciteitsmeter geknoeid. Mevrouw Stuger wist van niets. In november 1992 kreeg ze daarvoor een aparte nota van 1300 gulden voor ‘ongeregistreerd verbruik’.
In december betaalde ze ten einde raad de eerdere nota van 1650 gulden ineens. Dit was alleen mogelijk door de huur niet te betalen. In december ’92 werd haar huis opnieuw aangesloten, maar wel voor zeer korte duur. Toen ze op 7 april niet thuis was, sloot het GEB, door via de buren binnen te komen, de elektriciteit af. De reden: ze had zich niet gehouden aan de betalingsregeling. Terwijl mevrouw Stuger juist geen betalingsregeling mocht treffen. Bovendien werd er in een brief gedreigd met inbeslagneming van huisraad, als ze niet snel met die 1300 gulden op proppen zou komen.
Nadat ze drie maanden zonder licht had gezeten, besloot ze om officieel de elektriciteit af te zeggen. Het GEB bleef echter nota’s voor elektriciteit sturen. Volgens mevrouw Stuger heeft het GEB toen weer de elektriciteitsmeter in beslag genomen, de meterstand verkeerd afgelezen en een te hoge rekening gestuurd. Zij vroeg daarna aan gemeenteraadslid Leo Balai om in haar zaak te bemiddelen. Balai heeft toen contact opgenomen met Zijlstra van het GEB. De bemiddeling had geen effect. Al die tijd, dus sinds 1992, zegt mevrouw Stuger geregeld lastig te zijn gevallen door Zijlstra, die, samen met een ander, voor haar raam schreeuwde dat haar meters weggenomen zouden worden en dat er politie voor haar deur stond. Vervolgens spande het GEB een kort geding aan om in haar huis te kunnen komen. Volgens mevrouw Stuger was dit een proefproces om zo overal bij cliënten hun huizen te kunnen binnendringen. Ze verloor, en moest nog eens een bedrag van 1064,- betalen en het GEB binnenlaten. Uit betrouwbare bron had zij vernomen dat haar totale schuldbedrag inmiddels opgelopen zou zijn tot 5101 gulden, inclusief voorrijkosten, weghaalkosten van meters en boetes. Een volstrekt onmogelijk bedrag. Zij kreeg echter een rekening van 2650 gulden. Ze is nu bang dat ze straks nog een rekening krijgt van enkele duizenden guldens. Zelfs toen ze geen afnemer meer was van het GEB, bleef de terreur bestaan. Zo kreeg de buurvrouw bezoek van de ‘politie’ die de elektriciteitsmeter wilde bekijken, omdat ze elektriciteit aan mevrouw Stuger zou doorgeven. De buurvrouw kon daar een boete voor krijgen, aldus de ‘politie’.
Mevrouw Stuger vindt dat deze asociale praktijken publiekelijk moeten worden gemaakt. Ze roept de talloze mensen die door het GEB worden afgesloten op om zich niet te schamen, en naar buiten te treden. Geen bedrijf en zeker niet een NUTS heeft het recht om mensen zo te behandelen.
Dit bericht is geplaatst in Energiebedrijven. Bookmark de permalink. Be

donderdag 10 november 1994

Komitee Vrouwen en de Bijstand bestaat vijftien jaar


Op donderdag 10 november 1994 vierde het Komitee Vrouwen en de Bijstand haar vijftienjarig bestaan in het Vrouwenhuis. Van drie uur tot zeven uur waren alle kennissen en vriendinnen van het komitee welkom voor een hapje en een drankje. Er was een tentoonstelling ingericht over de vele aktiviteiten die het komitee in de afgelopen vijftien jaar heeft ontplooid, met foto's, affiches en pamfletten. Verder werden er toespraken gehouden door leden van het komitee. Anke van der Vliet gaf in haar toespraak een opsomming van de vele aktiviteiten in de afgelopen jaren. De meest recente aktiviteiten zijn naast deelname in allerlei overlegverbanden, zoals de clientenraad en het Komitee Amsterdam Tegen Verarming, de cursussen voor bijstandsvrouwen in samenwerking met DISK. Op deze cursussen leren bijstandsvrouwen oa de beginselen van de sociale zeker-heid in het algemeen en de bijstand in het bijzonder, terwijl wordt ingegaan op mogelijkheden om aan werk te komen. Voor vele vrouwen is deze cursus een belangrijke steun in de rug. Daarnaast was er een diskussiemiddag over fraude op donderdag 17 maart in het Vrouwenhuis. Op deze dag diskussieerden oa Hans Hofman, hoofd van de sociale recherche en Anke van der Vliet van het Komitee met bijstandsvrouwen over het gegraaf van sociale rechercheurs in het prive-leven van bijstandsvrou-wen. Voorzitster van het forum was Saar Boerlage. Naar aanlei-ding van deze dag werd op 10 november een brochure gepresenteerd: titel van de brochure: Verslag Fraude en de Bijstand.Wat is fraude en "oneigenlijk gebruik?". Wat mag juridisch welen niet?' Over tips, klachten en intimidatie. De brochure kan worden besteld bij het Komitee Vrouwen en de Bijstand, telefoon 020-6246666 of het Vrouwenhuis, telefoon 020-6252066._

PvdL

zaterdag 29 oktober 1994

Diskussiebijeenkomst zaterdag 29 oktober 1994 In de Blauwe Kapel in Utrecht georganiseerd door een interkerkelijke club voor ontwikkelingssamenwerking en DISK

Oude Engberink sprak over de divided cities, die overal in de wereld ontstaan, waar de scheidingsprocessen dezelfde kenmerken hebben en alleen kwantitatief een verschil is ten aanzien van de armoede. Deze divided cities concurreren met elkaar en hebben dezelfde antwoorden op de problematiek: grootschalige infra-structuur-projekten, om de investeerders en de gegoede meerderheid van de bevolking te lokken middels koopflats e.d, dus de mensen die het geld hebben. Ook de derde wereld steden doen dat.
Er zijn twee boeken verschenen met de titel 'divided cities'.

Het probleem is, dat we de gevangene zijn van ons eigen systeem. De steden moeten met elkaar concurreren, en kunnen niet een andere weg opgaan, door bijvoorbeeld een extra belasting op de grootschalige, kapitaal intensieve, hoogtechnologische industriën, omdat die dan naar een andere stad gaan.

Daarom benadrukt Pronk ook, dat er internationale samenwerking moet komen, waarbij als het ware een soort mondiale overheid gaat ontstaan middels netwerken, belastingen en overheidssteun, waarbij die ervoor zorgt, dat dit dilemma wordt doorbroken. Pronk heeft hier een analyse over.

Bij de nationale ekonomiën was het zo, dat een Keynesiaans beleid kon worden gevoerd, waarbij als het ware er een grens was aan de uitbuiting; deze grens werd bepaald door de noodzaak, een deel van het reserve leger in te zetten voor het produktieproces en op nationaal niveau te zorgen voor afzetmarkten.

Er hebben zich nu twee processen voltrokken: de mondialisering van de ekonomie en de ontwikkeling van de technologie. Dit heeft tot gevolg, dat arbeid relatief minder belangrijk is geworden ten opzichte van kapitaal en technologie. De ondernemers hebben minder belang of geen belang bij het in de perken houden van het ontstaan van een armoedig deel van de bevolking; zij zijn niet meer nodig, noch voor het produktieproces, noch voor de afzet van produkten, want de technologie en de mondialisering van de ekonomie heeft ervoor gezorgd, dat de produkten behalve in het eigen land net zo goed in Azie of Afrika afgezet kunnen worden. (Dus de teorien van het reserveleger en de afzetproblemen door overproduktie gelden niet meer). Dit betekent, dat de grenzen van de nationale ekonomiën zijn verlegd. Onze strategie moet zijn, om die grenzen weer dichterbij te brengen. Er is een wereldwijde markt, die expansief is.

 PvdL

maandag 25 juli 1994

Sollicitatieplicht voor ouderen

Dit artikel verscheen eerder in het Maandblad Uitkeringsgerechtigden (MUG) van juli/augustus 1994

Op het spreekuur van de WBVA kwamen ook deze maand weer mensen met verschillende problemen. Zo was er een cliënt van 59 jaar die een oproep van de Sociale Dienst kreeg om te praten over herintreding in het arbeidsproces. Of hij ook maar alle sollicitatiebewijzen, diploma’s en dergelijke wilde meenemen. Blijkbaar krijgen alle cliënten die bij dit rayonkantoor worden opgeroepen voor een Doelmatigheidsonderzoek een standaardbrief toegestuurd waarin de desbetreffende standaardinformatie wordt gevraagd, ook de cliënten ouder dan 57  jaar, of cliënten die ziek zijn. De man raakte behoorlijk in paniek, want hij solliciteerde allang niet meer, omdat hij in de veronderstelling was dat dit niet meer hoefde. Hij had toen hij 57 jaar werd ook een brief van het arbeidsbureau gekregen, waarin stond dat hij zou worden uitgeschreven omdat iemand die 57  jaar of ouder is geen sollicitatieplicht meer heeft. Voorzover wij weten geldt die regel nog steeds. Iemand van 57 jaar of ouder hoeft niet meer te solliciteren en dus ook geen sollicitatiebewijzen te tonen.
Bijverdiensten
In mei wordt weer het vakantiegeld uitbetaald. Vooral cliënten, die in 1993 bijverdiensten hebben gehad moeten goed uitrekenen of de berekening van het vakantiegeld van de Sociale Dienst wel klopt. Wanneer bijvoorbeeld bij free lancers over de bijverdiensten geen vakantiegeld is berekend, dient het totale bedrag aan vakantiegeld minimaal gelijk te zijn aan wat iemand in dezelfde situatie krijgt, die alleen een uitkering heeft gehad. Dus je hebt recht op een minimumbedrag aan vakantiegeld. Bij de berekening van het vakantiegeld worden nog wel eens fouten gemaakt, hetzij omdat de cliënt het werkbriefje verkeerd heeft ingevuld, hetzij omdat de Sociale Dienst het bedrag aan vakantiegeld verkeerd heeft berekend.
Piet van der Lende