woensdag 26 juni 2013

Draagvlak sociale zekerheid

Er wordt wel eens beweerd, dat we in 'andere' tijden leven en dat nu eenmaal de 'trend' is dat er strenger en soberder moet worden opgetreden tegen mensen met een uitkering en bijstandsgerechtigden in het bijzonder. En dat een uitkering geen recht is en alleen een voorziening voor noodsituaties en dat wij moeten 'moderniseren' om op totaal andere  manieren te werken dan de doorgeschoten traditionele verzorgingsstaat die niet meer van deze tijd zou zijn. Kijk, de Telegraaf heeft iedere dag een 'stelling van de dag' waarop wakker Nederland kan reageren. Hier is de uitslag. Het beleid van de staatssecretaris Klijnsma om de bijstand uit te kleden en de rest van de sociale zekerheid heeft geen draagvlak. Ook wakker Nederland is ertegen. Om maar niet te spreken van de rest van de bevolking, die De Telegraaf niet leest. Het gehak van VVD-ers en anderen op de 'bijstandstrekkers' leidt er niet toe, dat de meerderheid van de bevolking het met hen eens is. Dit kabinet heeft geen draagvlak voor haar maatregelen op het gebied van arbeid en sociale zekerheid.

piet

Uit de Telegraaf van 26-06. Uitkering verworven recht;
'Dit plan werkt alleen maar armoede en schulden in de hand'

Mensen komen in de ellende. Schulden lopen op, huisuitzettingen zijn niet te vermijden en ouders kunnen hun kinderen niet meer te eten geven. Dat scenario ligt volgens een meerderheid van de deelnemers aan de Stelling van de Dag op de loer als mensen niet direct recht hebben op een bijstandsuitkering op het moment dat ze hun inkomen of WW-uitkering verliezen.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) wil dat mensen pas recht hebben op een bijstandsuitkering als ze eerst vier weken naar werk hebben gezocht. U noemt het 'schandalig' dat het kabinet zo te werk gaat. Mensen die al voor een laag loon hebben gewerkt, kunnen echt geen vier weken wachten. Het heet toch niet voor niets bijstand. Het is schaamteloos om de eigen bevolking zo uit te kleden. Het is een ordinaire aanslag op een recht van mensen die vaak tientallen jaren hebben gewerkt en buiten hun schuld in de WW en bijstand zijn beland.

Het voorstel van Jetta Klijnsma is gebaseerd op een experiment in verschillende gemeentes. Daaruit is gebleken dat 30 tot 48 procent van de mensen zich na die wachttijd niet meer aan het bijstandsloket meldde. Bijna de helft van de stemmers verbaast zich daarover. Vooral omdat aangenomen mag worden dat de meeste van deze mensen vanuit een situatie komen dat ze WW kregen en in die periode toch vermoedelijk al druk hebben gezocht naar een nieuwe baan. Als je WW krijgt, heb je immers een sollicitatieplicht. We hebben het over een periode waarin 640.000 mensen werkloos zijn. Denkt deze staatssecretaris nu echt dat de banen voor het oprapen liggen? Ze leeft buiten de werkelijkheid.

Langer wachten op je AOW, langer wachten op bijstand. Waar stopt het? zo vraagt u zich af.

Bezuiniging Driekwart van de respondenten denkt dat het simpelweg om een bezuinigingsmaatregel van het kabinet gaat.

Mocht het plan doorgang vinden, is 68 procent van de respondenten van mening dat een uitzondering gemaakt moet worden voor mensen boven de 50 jaar.

Bijna een derde van u juicht het plan overigens toe. Het krijgen van een uitkering is in Nederland veel te vanzelfsprekend geworden. Het is goed dat de overheid niet meteen klaarstaat met geld. Het is toch gebleken dat het werkt? Doorvoeren dus. Het stimuleert de mensen om de handen uit de mouwen te steken in plaats van de hand op te houden. Een enkeling pleit zelfs voor een wachttijd van drie tot zes maanden. Je eigen broek ophouden is het beste. Pas in uiterste nood moet om een uitkering worden gevraagd. We zijn veel te verwend in Nederland.

Op de vraag of u zelf een periode van vier weken zou kunnen overbruggen antwoordt de helft van niet. Zij zeggen nooit iets te hebben kunnen sparen. Vierenveertig procent zegt er altijd voor te zorgen dat ze een appeltje voor de dorst hebben.

U heeft daar bovendien een advies bij: Zorg altijd dat je wat geld achter de hand hebt en leer het ook je kinderen. Dit hoort gewoon bij de opvoeding.

woensdag 19 juni 2013

Verslag van een gesprek met drie ambtenaren van het project ‘Kansen’ van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) d.d. 19-06-2013


Piet vertelt waarom we dit gesprek belangrijk vinden. Er melden zich steeds meer mensen op het spreekuur die een oproep krijgen voor een nieuw gesprek om over ‘mogelijkheden en kansen’ te praten, terwijl die mensen vaak medisch gezien niet hoeven te solliciteren en vrijgesteld zijn van het verrichten van betaalde arbeid. De oproepen leiden tot vragen als: waarom krijg ik nu ineens toch weer een oproep? Ik ben toch afgekeurd? Wat kan ik van het gesprek verwachten? Wat zijn ze nu weer van plan? Ik ben weliswaar niet afgekeurd, maar mijn kansen om aan betaald werk te komen zijn gering, ik heb toch belemmeringen en ik heb al diverse trajecten zonder resultaat doorlopen. Wat willen ze nog met mij?  Etc.

Ook worden klachten over het zogenaamde kansencafe  in de loop van het gesprek over het voetlicht gebracht. En dat er bij de Bijstandsbond in eerste instantie grote onduidelijkheid bestond over de oproepen. Wij wisten eerst ook niet waarom nu ineens weer oproepen op grote schaal. Het bleek ons na enige tijd dat de DWI vorig jaar geld heeft overgehouden. Daarom werd besloten tot een beleidsintensivering, die in de Participatienota is opgenomen. Alle klanten op trede 2 van de participatieladder worden opgeroepen voor een diagnosegesprek.

Het project is opgezet en wordt gemanaged door het gemeentelijk project management bureau, dus door mensen die ook projecten bij andere diensten doen, men beschouwd het project ‘Kansen’ als een  tijdelijke  ínterventie’ in de dagelijkse doorlopende werkprocessen bij de DWI. De projectleider van het project ‘kansen’ geeft een nadere uitleg. Men constateerde, dat in 2011 meer dan 700 klanten op trede 2 toch waren uitgestroomd naar betaald werk. Dus los van de beeindigingen van uitkeringen om andere redenen. Terwijl de DWI niets heeft gedaan om de uitstroom van die groep te bevorderen. Maar men heeft verder geen enkel idee waarom die mensen zijn uitgestroomd naar betaald werk. Dat is gissen. Een van de veronderstellingen is, dat bijvoorbeeld in migrantenfamilies iemand een restaurant heeft of een ander bedrijf, en dat die dan zegt ik heb iemand nodig daar en daar voor, dat kan mijn broer mooi doen.  Het is niet helemaal duidelijk of die uitstroom van meer dan 700 er ieder jaar is.  Men vraagt zich af of middels een ‘beleidsintensivering’ dit aantal van 700 niet kan worden opgevoerd. Daarom is men alle klanten op trede 2 gaan oproepen.  Men is nu een week of 7 bezig en men hoopt voor kerstmis alle klanten op trede 2 te hebben opgeroepen. Dat zijn er 15.000. Ongeveer een kwart van die 15.000 betreft alleenstaande ouders. Er zal dan wat betreft het ‘Kansencafe’ nog een uitloop zijn naar februari.

Men heeft veel gediscussieerd over de vraag, of wel iedereen zou moeten worden opgeroepen, bijvoorbeeld ook mensen boven de 60 of 62. Maar men vond het met het creeren van allerlei uitzonderingen een beetje te gecompliceerd worden, dus men heeft gezegd: we roepen iedereen op, ook mensen van 64.
De schatting is dat een kwart tot een derde van de mensen die worden opgeroepen zullen worden doorverwezen naar het Kansencafe. Bij deze mensen moet nog worden gewerkt aan de motivatie om aan de slag te gaan, gericht op participatie of betaald werk. Het Kanscafe bestaat uit een training van 8 dagdelen, verspreid over een maand, waar mensen in de gelegenheid worden gesteld om na te denken over hun mogelijkheden, want het gaat uitdrukkelijk om de mogelijkheden en kansen en niet om de belemmeringen.

Als uitkomst van het kansencafe wordt dan een ontwikkelingsplan gemaakt. Daarbij zijn er verschillende mogelijkheden:
De klant kan snel aan het betaalde werk en gaat naar het  ‘uitstroomteam’.

De klant kan nog niet onmiddellijk aan het werk maar op termijn misschien wel, er moeten nog werknemersvaardigheden aangeleerd worden. Deze klanten worden doorverwezen naar het Reintegratie Bedrijf Amsterdam. (RBA). Met dit RBA heeft het projectmanagement afspraken gemaakt over hoe de trajecten van deze mensen er uit moeten zien. Men stelt bijvoorbeeld dat bij moeders met kinderen soepel overleg mogelijk moet zijn om eerder met werken op te houden, in verband met het ophalen van de kinderen. Ook kan het zijn dat iemand zegt: ik ben niet meer zo gewend zo vroeg mijn bed uit te komen, kan ik niet iets later komen. En men begint in eerste instantie bijvoorbeeld 2 dagdelen in de week. Er wordt echt rekening mee gehouden dat men een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt en als trede 2 klant kwetsbaar is. De meeste mensen worden wel verwezen naar het RBA, maar slechts een klein gedeelte komt terecht bij de Laarderhoogteweg-Praktijkcentrum. Anderen gaan naar bijvoorbeeld de tuinderij. Ook is men bezig met de opzet van een gereedschapsherstel project.

Een derde conclusie van het Kanscafe kan zijn, dat betaald werk er niet in zit. De klant is wel in staat te participeren, maar kan niet betaald werk verrichten. Deze mensen worden verwezen naar de stadsdelen. Zij komen in een traject zorg, waarover nog niet veel afspraken zijn gemaakt, een traject schuldhulpverlening of een taaltraject of ander vrijwilligerswerk.

Bij de selectie van mensen voor het Kanscafe is dus niet het criterium wel of geen betaald werk op termijn kunnen verrichten. Ook mensen waar er wat dat betreft twijfels bestaan, en waarvan achteraf gezegd moet worden: het zat er niet in, betaald werk, een participatietraject is het hoogst haalbare, kunnen worden uitgeselecteerd. Deelname aan het Kanscafe is verplicht. Wie niet komt opdagen, of zich eraan onttrekt, kan te maken krijgen eerst met een schriftelijke waarschuwing en daarna een korting van 30%. Deelname aan het participatietraject, dat wordt uitgezet voor de mensen uit de derde van bovenstaande groepen, dus mensen die niet kunnen worden verwezen naar het uitstroomteam of het RBA maar in een participatietraject komen  dat kan volgen op het Kanscafe is echter vrijblijvender: men wordt er niet toe verplicht.

Tot nu toe hebben wij het gehad over de klanten die verwezen worden naar het kanscafe. Dat is ongeveer een derde tot een vierde van het totale aantal. Van de anderen kan worden gezegd, dat ze al voldoende participeren en dat kan worden gezegd: meer zit er eigenlijk ook niet in, het is mooi zo.

We praten door over de medische ontheffingen. Is het zo, dat mensen ook kan worden verplicht deel te nemen aan het Kanscafe, of aan andere trajecten, terwijl er naar het oordeel van een keuringsarts een medische ontheffing van trajecten richting betaalde arbeid ligt, moet er dan niet eerst weer een medische beoordeling plaatsvinden over de actuele situatie? Geantwoord wordt dat bij het wel of niet opleggen van reintegratieinspanningen richting betaald werk of participatie eerst wordt gekeken of ene arts een uitspraak heeft gedaan. Daar wordt terdege rekening mee gehouden. Men is zich ervan bewust dat er veel medische problemen zijn. Daarom zal eventueel altijd worden gekeken of er geen aangepast werk mogelijk is. Of dat bestaand werk kan worden aangepast. Er zijn wat betreft medische ontheffingen in trede 2 veel gradaties.
Er is wel een urenbeperking, bijvoorbeeld kan maximaal 20 uren in de week werken.
Betaald werk is niet mogelijk, en een volledige urenbeperking, dus ook geen 20 uur werken, maar participeren op andere wijze is wel mogelijk
Men krijgt ontheffing op basis van artikel 9a WWB men heeft een kind onder de 5 jaar.
Trede 1 zijn dan de mensen die voor alles afgekeurd zijn, ook voor participatie. Zij hebben een dubbele ontheffing.

Daarnaast kunnen in trede 2 mensen zitten, die geen medische ontheffing hebben, maar die wel een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en met allerlei belemmeringen te maken hebben.
Men voert dit project ook uit, om de trede 2 groep scherper in beeld te krijgen: sommige mensen bijvoorbeeld gaan naar trede 1. Aan de andere kant van het spectrum gaan mensen naar het uitstroomteam.
Degene die bij de oproep het diagnosegesprek voert is niet de klantmanager maar een reintegratiemanager. Het is een interventie in de reguliere werkprocessen van de DWI. Bij de gesprekken wordt een speciale gespreksmethode toegepast, ieder reintegratiemanager heeft een opleiding gehad voor die gesprekstechniek. De bedoeling is om een correcte bejegening van de klant vorm te geven, op een waarderende manier gesprekken voeren. Het is een feedback methode om goeie gesprekken te krijgen. Het gaat daarbij om de zogenaamde ‘appreciative inquiry’:  de waarderende gespreksmethode. Meer over deze methode is te vinden op http://www.appreciative-inquiry.nl/ en op http://www.lerendoorwaarderen.nl/?page_id=4 .

Het is de bedoeling, deze gesprekstechniek DWI breed uit te rollen. Dus dat alle klantmanagers ermee gaan werken. We moeten de oproepen voor het project dus onderscheiden van de reguliere werkprocessen, waarin ook oproepen kunnen zitten. Wij lezen de tekst voor van een brief met een oproep, die een bezoeker van het spreekuur heeft gekregen. Dit is niet de brief die in het kader van het project wordt toegestuurd. Dat is een standaardbrief, die zich onderscheidt van andere brieven uit het reguliere werkproces. Wij krijgen zo’n standaardbrief, waaraan overigens nog geschaafd wordt, toegestuurd. De reintegratiemanager heeft een uur voor het gesprek, een half uur voorbereiding inzage van het dossier en een half uur administratieve afhandelingen. Over het algemeen heeft de klantmanager een tamelijk grote beslissingsvrijheid over wat er met de klant moet gebeuren. Hij of zij kan de afstand tot de arbeidsmarkt, de problematiek die er speelt, de leeftijd,  afwegen en een beslissing nemen.

Aan het eind van het gesprek wordt gememoreerd, dat er vanwege de bezuinigingen ‘meer doen met minder’ wordt nagedacht over meer groepsgewijs werken. Zoals het Kanscafe. Dus dat klanten geen individuele oproep meer krijgen, maar groepsgewijs worden opgeroepen. Dit sluit ook aan op het participatiebeleid in de stadsdelen, waar toch de kennis over de participatieplaatsen ligt. Overigens registreren sommige stadsdelen wel, wie er waar participeert, maar sommige stadsdelen weigeren die registratie.

PvdL

donderdag 30 mei 2013

FNV vraagt verbetering Wet Werk en Bijstand

De Vaste Commissie voor Sociale Zaken van de Tweede Kamer spreekt op 5 juni over de Wet werk en bijstand. Het gaat ook over de reactie van staatssecretaris Klijnsma op het zwartboek van de FNV "Werken in de bijstand". De FNV is blij dat de WWB op de agenda staat, maar betreurt het dat Klijnsma klachten over slechte bejegening door gemeenten afdoet als de problemen van een enkeling.
De FNV is blij dat werken in de bijstand op de agenda staat. Er gaat veel mis bij de uitvoering en de commissie is nu in de gelegenheid dit te veranderen.

ENQUÊTE NA ZWARTBOEK


In vervolg op het FNV Zwartboek over werken in de bijstand hebben meerdere FNV Lokaalgroepen via een enquête geïnventariseerd hoe het in hun gemeenten gesteld is. De uitkomsten van de 230 ingevulde enquêtes komen overeen met de resultaten van het zwartboek:
  • er wordt geen maatwerk geboden;
  • de trajecten zijn niet op uitstroom gericht;
  • de begeleiding is onder de maat;
  • er is sprake van verdringing.

MAATREGELEN

In haar brief van 27 mei vraagt de FNV de Kamer de volgende maatregelen te nemen:
  • Een breed onderzoek door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar hoe gemeenten invulling geven aan werken met behoud van uitkering en de tegenprestatie en of dit in overeenstemming is met de wettelijke kaders.
    Voor gemeenteraden zou het erg behulpzaam zijn als in de publicatie van een dergelijk onderzoek gemeenten bij naam genoemd worden. Gemeenten kunnen zich anders gemakkelijk hullen in anonimiteit.
  • Heldere kaders in de WWB. Bijvoorbeeld hoe lang werken met behoud van uitkering toelaatbaar is. De FNV stelt dat 3 maanden voldoende is, indien er daadwerkelijk een afstand tot de arbeidsmarkt is. Voor bijstandsgerechtigden die jarenlang gewerkt hebben, is werken met behoud van uitkering volstrekt overbodig. Zij dienen een gewoon cao-loon te krijgen wanneer ze werken. Uit de enquêtes blijkt dat de meesten jarenlang gewerkt hebben.
  • Een toets op 'additionaliteit' (dus in hoeverre het om 'toegevoegd' werk gaat), ter voorkoming van verdringing van regulier werk, uitgevoerd door de sociale partners in de sociale werkbedrijven. Werkgevers zien zich geconfronteerd met oneerlijke concurrentie, wanneer commerciële bedrijven gaan werken met bijstandsgerechtigden zonder loon. Werknemers ervaren dat de lonen onder druk komen te staan. Voor werkzoekenden wordt de werkgelegenheid nog krapper, wanneer betaalde banen verdwijnen naar onbetaalde banen.
Lees de volledige brief van de FNV aan de Kamer-commissie (pdf)

vrijdag 26 april 2013

De eerste geluiden van een lobby om het sociaal akkoord in het belang van gemeenten terug te draaien

Vrijdag 26 april schrijven Marcel Canoy, hoofdeconoom Ecorys en hoogleraar economie in Tilburg en
Robert Capel, organisatieadviseur sociale zekerheid een opiniestuk in de Volkskrant waarin duidelijk wordt waar in het nieuwe sociaal akkoord van vakbonden, werkgevers en Rijksoverheid voor de gemeenten de pijn zit. Zij geven aan, dat gemeenten door het sociaal akkoord in grote problemen zullen komen en dat arbeidsgehandicapten er niets aan hebben. Zij vinden het jammer, dat het sociaal akkoord een einde maakt aan de Participatiewet. Ze gaan eerst in op de geschiedenis van de participatiewet en constateren, zoals op deze blog ook is aangegeven, dat het allemaal begonnen is met het rapport van de commissie De Vries in 2008 die arbeidsgehandicapten in het bedrijfsleven aan het werk wilde zetten en het beroep op Wajong en WSW verminderen.
Ze constateren, dat de Participatiewet een van de drie voorgenomen grote decentralisaties was, naast de AWBZ en de jeugdzorg. Ze herhalen de officiele argumenten voor die decentralisaties: dichter bij de mensen kunnen die regelingen beter worden uitgevoerd, en de gemeenten zijn daarvoor geschikt en bouw financiele prikkels in om de gemeenten te stimuleren het goed te doen. De schrijvers van het opiniestuk beweren: 'De decentralisaties leiden tot een groter beroep op zelfredzaamheid en sociale cohesie en laten zien dat sociaal beleid in samenhang bezien moet worden. Zo doen mensen in de bijstand nu met behoud van uitkering werkervaring op in sociale werkplaatsen'. Ze pleiten dus in mijn ogen voor voortzetting van het beleid, waarbij op gemeentelijk niveau zonder dat er controle op is werkzoekenden naar believen in dwangarbeidsprojecten tewerk kunnen worden gesteld. De ongecontroleerde misstanden die zich daarbij voordoen omdat de gemeenten aan niemand verantwoording verschuldigd zijn en de gemeenteraden hun controlefunctie verwaarlozen worden steeds meer duidelijk. Ook maken de misstanden duidelijk, dat de veel aangehaalde voordelen van decentralisatie naar gemeenten in de praktijk niet bestaan.

De schrijvers van het opinieartikel zijn erop tegen dat door het sociaal akkoord deze decentralisatie wordt teruggedraaid. Ze vinden de door hun centrale organisatie gedane belofte van de werkgevers arbeidsgehandicapten in dienst te nemen een loze belofte en zeggen dat de werkgevers niets gaan betalen. Het lijkt mij dat als ze vinden dat de werkgevers dit niet gaan betalen ze dat op lokaal niveau bij invoering van de Participatiewet ook niet gaan doen, de schrijvers pleiten dan ook voor het handhaven van de WSW in een bepaalde vorm van detacheringsmogelijkheden. Uit het artikel wordt mij niet duidelijk waarom de regionale Werkbedrijven, die op regionaal niveau gaan opereren, niet dezelfde functie zouden kunnen hebben als de sociale werkplaatsen nu. De schrijvers van het artikel zetten verschillende redeneringen op die me niet overtuigen.Bovendien gaan ze eraan voorbij dat het idee van 35 arbeidsmarktregio's door de VNG, DIVOSA zelf gelanceerd is en dat het sociaal akkoord in dat opzicht weinig nieuws bevat, hooguit wat meer inspraak van werkgevers en vakbonden. (Zie artikel de 35 arbeidsmarktregio's op dit blog)

Daarna noemen de schrijvers het grootste pijnpunt voor de gemeenten dat ik ook al noemde in het commentaar op het sociaal akkoord. De gemeenten moeten de opzet van de regionale Werkbedrijven uit het sociaal akkoord bekostigen, terwijl ze maar beperkte invloed hebben op de besluitvorming aldaar en er niet op budget kan worden gestuurd. Ook zullen ze de subsidies moeten gaan betalen van de arbeidskrachten die niet volledig productief zijn en wellicht voor mensen die met behoud van uitkering werken de uitkering betalen. (Nieuwe vormen van dwangarbeid)

 De schrijvers constateren: 'Het sociaal akkoord is een democratisch curiosum en ook een inhoudelijke blamage'. Ze willen er zo snel mogelijk vanaf en blijkbaar terugkeren naar de uitgangspunten van de decentrale participatiewet.

Ook uit dit stuk blijkt weer, dat financiering van en beslissingsbevoegdheid over de regionale werkbedrijven het knelpunt zullen zijn in de onderhandelingen met de gemeenten. En in het verlengde daarvan de voorwaarden waaronder de arbeidskrachten via de Werkbedrijven tewerk worden gesteld en wie dat gaat betalen. Het Rijk wil zijn bezuinigingen binnenhalen, de gemeenten willen een voldoende groot budget en daarover zelf beslissen en ze willen het beleid voortzetten dat kaalslag in de publieke sector kan worden opgevangen met gratis arbeidskrachten en de werkgevers willen zo goedkoop mogelijk uit zijn. (En misschien ook wel gratis arbeidskrachten?). En de vakbonden?

Het is nog onduidelijk in hoeverre vanuit de gemeenten en lobbygroepen van deskundigen een beweging op gang zal komen tegen de fundamenten van het sociaal akkoord op het gebied van de tewerkstelling van arbeidsgehandicapten, hoe vaag het sociaal akkoord daarover ook is. De schrijvers van het artikel in de Volkskrant doen in ieder geval een beroep op de Tweede Kamer het poldermodelgedrocht van het sociaal akkoord af te wijzen.

Gezien het bovenstaande is de strijd tegen dwangarbeid, die in verschillende plaatsen in opkomst is, van groter strategisch belang dan het bestrijden van misstanden bij het werken met behoud van uitkering alleen. Het zal van invoed zijn op hoe in de komende onderhandelingen naar aanleiding van het soms vage sociaal akkoord een nieuwe bijstandsachtige, participatiewetachtige regeling tot stand zal komen, wat de uitkeringsvoorwaarden zullen zijn, wat de organisatorische structuur van de arbeidsbemiddeling zal zijn (wie oefent invloed uit op, controleert wat) en wat de rechten van de arbeidsgehandcapten zullen zijn die tewerk worden gesteld.

donderdag 18 april 2013

35 arbeidsmarktregio's waarin verschillende partijen samenwerken als antwoord op een falend beleid van gemeenten

Op 18 april 2013 verschijnt het rapport ‘Rapportage Werken met beperkingen’ van de Inspectie van het Ministerie SZW. [i]

Uit het rapport: ‘De Inspectie heeft onderzoek verricht naar de vraag in hoeverre UWV en gemeenten er in slagen de vraag naar en het aanbod van uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking bij elkaar te brengen. In deze rapportage staan de mensen met een arbeidsbeperking (maar met arbeidsmogelijkheden) uit de WIA, de ZW en de WWB centraal.

Daarbij heeft de inspectie met name onderzoek gedaan naar de begeleiding van deze groepen en de werkgeversbenadering en matching van vraag en aanbod. Het onderzoek vond plaats bij professionals van het UWV en van gemeenten.

De inspectie is van oordeel dat de onderzochte groepen onvoldoende de begeleiding krijgen die zij nodig hebben om aan het werk te komen. De inspectie benoemt de volgende knelpunten: De kenmerken en arbeidsmogelijkheden van een deel van de WIA- en de WWB-uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking zijn onvoldoende in beeld. Een actieve werkgeversbenadering voor hen ontbreekt of is nog in ontwikkeling. De aansturing van de WIA en WWB professionals bevat onvoldoende stimulans om mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te begeleiden’.

Een van de oorzaken van het falend beleid van de gemeenten zou zijn, dat gemeenten geen onderscheid maken tussen mensen met en zonder arbeidshandicap. Vaak wordt ervoor gekozen om mensen zonder een handicap, die goedkoper en gemakkelijker te begeleiden zijn, aan een baan te helpen of althans pogingen daartoe te ondernemen.

De reactie van de staatssecretaris op deze kritiek is vrij nietszeggend en bevat een saillant detail. Zij verwijst naar de nieuwe Participatiewet, waarvan verschillende comentatoren veronderstellen dat die bij het sociaal akkoord van 12 april, dus 6 dagen eerder, van tafel zou zijn, en de quotumregeling, die bij het sociaal akkoord eveneens van de baan was, wordt door de staatssecretaris 6 dagen later als een van de te nemen positieve maatregelen genoemd. Een niet aan de actualiteit aangepaste versie van een beleidsreactie? Of vasthouden an standpunten buiten het sociaal akkoord? Feit is, dat het sociaal akkoord over de Participatiewet vaag is. Het woord wordt niet genoemd en een standpunt over het samenvoegen van Wajong, WWB en WSW wordt niet ingenomen.

Blijkens een bericht in Binnenlands Bestuur reageren DIVOSA en VNG geprikkeld. Blijkens hun reactie, die als bijlage bij het rapport is gevoegd, vinden zij een  goede werkgeversdienstverlening van groot belang. Gemeenten en UWV spelen hierbij een sleutelrol. Halverwege 2012 zijn UWV en VNG overeengekomen dat ze de dienstverlening aan werkgevers gaan organiseren vanuit 35 arbeidsmarktregio’s. Deze krijgen één aanspreekpunt waar werkgevers terecht kunnen voor informatie, advies en expertise. In iedere arbeidsmarktregio dienen UWV en gemeenten dit aanspreekpunt gezamenlijk vorm te geven, zo is wettelijk vastgelegd in de Wet SUWI, die per 1 juli 2012 gewijzigd is. Aan de Programmaraad (het samenwerkingsverband van UWV, VNG en Divosa) is voor de jaren 2012 en 2013 een bijdrage beschikbaar gesteld om de samenwerking in de regio’s te stimuleren.

Hieruit blijkt, dat ook het idee van 35 arbeidsmarktregio's in het sociaal akkoord, die daar als nieuwe afspraken worden gepresenteerd, in feite al oud is en allang in voorbereiding vanuit de VNG en de Rijksoverheid en UWV. Het enige is, dat vakbonden en werkgevers inspraak eisen. Of is er in feite niets nieuws onder de zon?

maandag 15 april 2013

De forse bezuinigingen bij het UWV, die al in 2011 werden aangekondigd worden gerealiseerd

Hoewel het UWV door de crisis fors meer werk heeft, worden door bezuinigingen toch duizenden banen bij de uitkeringsorganisatie geschrapt. Tot 2018 moet circa 489 miljoen euro worden bespaard. Dit maakte het UWV maandag 15 april bekend. Het aantal arbeidsplaatsen zal worden teruggebracht van 16.600 naar 14.500 in 2018. De dienstverlening aan werkzoekenden moet worden geautomatiseerd en het aantal vestigingen teruggebracht.

'Net als bij veel andere bedrijven wordt bij ons de digitalisering in hoog tempo doorgezet', stelt bestuursvoorzitter Bruno Bruins. Hierdoor verliezen vooral werknemers in de arbeidsbemiddeling hun baan. Het UWV heeft al 30 van de 68 Werkbedrijfvestigingen gesloten, waardoor reeds zo'n 2000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.

Al in 2011 was aangekondigd dat er veel banen geschrapt moesten gaan worden bij de uitkeringsinstantie. Vorig jaar werd echter bekend dat een deel van het overtollig personeel toch weer langer mocht blijven om het groeiende aantal werklozen op te vangen.

De effecten van het regeerakkoord van 2012 en het sociaal akkoord van vorige week zijn nog niet in de begroting opgenomen. Deze moeten nog worden uitgewerkt. 'Het UWV is een politiek gestuurde organisatie. De situatie kan er volgend jaar zo weer anders uitzien', aldus het UWV.

De vakbonden zijn kritisch. Ze weten nog niet waar de klappen gaan vallen, maar ze vrezen een onwerkbare situatie. De werkdruk is nu al enorm hoog; op sommige plekken bij het UWV zie je al dat het ziekteverzuim is opgelopen tot boven de 10 procent', zegt CNV-bestuurder Debbie Ritsma. De vakbond roept de overheid op om te stoppen met bezuinigen op de uitkeringsinstantie.

zaterdag 13 april 2013

Er is nog lang geen akkoord met het sociaal akkoord.

Het ledenparlement van de FNV stemde twee dagen na sluiting van het sociaal akkoord positief over dit akkoord. Onderstaande tekst is de volgende dag geschreven.

Het ledenparlement van de FNV heeft gisteren ingestemd met het sociaal akkoord. In een eerder artikel heb ik geschreven, dat dit akkoord bijzonder vaag is over wat er moet gebeuren met de Participatiewet. Het ziet ernaar uit, dat na het sociaal akkoord deze wet die al in kannen en kruiken was, toch weer in de ijskast wordt gezet, waarbij men met frisse moed alle onderhandelingen opnieuw begint. In de Participatiewet werden bijstand, Wajong en WSW samengevoegd. Dit betekende, dat voor iedereen die als werkzoekende of arbeidsongeschikte een beroep moest doen op deze wet een middelentoets werd ingevoerd. Er zijn nu nog 350.000 mensen in de bijstand, maar met de nieuwe Participatiewet zouden op den duur nog vele honderdduizenden meer onder dezelfde voorwaarden moeten leven. Vermogenstoets, partnertoets, toets op extra inkomen en dus strenge mensonterende controles middels huisbezoeken en maatregelen als het leveren van een tegenprestatie voor je uitkering (dwangarbeid). WSW-ers hebben nu nog een cao loon, en Wajongers hebben een geïndividualiseerde uitkering zonder partner en vermogenstoets. Bij invoering van de nieuwe Participatiewet zoals die er nu ligt zou voor nieuwe groepen van vele honderdduizenden dus een middelentoets wordt ingevoerd, en de nieuwe Participatiewet wilde mensen aan het werk zetten ook in het reguliere bedrijfsleven, onder het minimumloon of zelfs geheel gratis (werken met behoud bam uitkering). Het betekende dat op den duur vele honderdduizenden meer zouden moeten leven onder een onleefbaar bijstandsachtig regime, ook al hebben ze geen kansen op de arbeidsmarkt, waarbij de invoering van de Participatiewet in feite een creatie en legalisering was van een tamelijk rechteloze onderklasse zonder perspectieven. De vraag doet zich voor, of de vakbonden bij de onderhandelingen die nu weer opnieuw beginnen medeverantwoordelijk worden hiervoor en meer nog – of ze medeverantwoordelijk worden voor het nu al bestaande repressieve systeem van de uitvoeringsorganisaties om die onderklasse er ook inderdaad onder te houden.
Plan van het sociaal akkoord
Het sociaal akkoord is bijzonder vaag over wat er moet gebeuren, en je moet echt tussen de regels doorlezen om uit te vinden wat ze nu eigenlijk willen in dit compromis, maar volgens mij staat de sociale partners het volgende plan voor ogen. De bijstand, de WSW en de Wajong blijven naast elkaar bestaan. Maar daar zijn ze vaag over. Nu nog is het UWV verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wajong. Dit moet veranderen. De gemeenten moeten ook verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de Wajong, zoals ze nu al verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de WSW en de bijstand. De gemeenten krijgen dan 1 ongedeeld budget voor de uitvoering van die 3 regelingen. Daarmee wordt bijvoorbeeld voorkomen, dat verschillende instanties met verschillende financieringsstromen de verantwoordelijkheden afschuiven naar een ander. (Van de Wajong bij het UWV naar de bijstand bij de gemeenten en omgekeerd). Op verschillende plaatsen wordt in het sociaal akkoord genoemd dat dit een groot nadeel is van de huidige situatie. En-belangrijk voor de vakbonden- de mogelijkheid blijft bestaan, dat een deel van de arbeidsongeschikten die niet verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen toch in een regeling terecht kunnen komen die geïndividualiseerd is en waar geen middelentoets bestaat. Maar zo duidelijk staat het niet in het sociaal akkoord. Laten we er dus maar eens de kabinetsbrief bijhalen, die de regering naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin wordt in ieder geval duidelijk, dat de Participatiewet in zijn huidige vorm er niet komt en dat de invoering inderdaad opschuift naar 2015 en niet op 1 januari 2014 wordt ingevoerd. Hierover had ik nog twijfels bij alleen lezing van het sociaal akkoord. De regering gebruikt hetzelfde argument als de sociale partners dat er wat moet veranderen: nu schuiven teveel instanties die over verschillende financieringsstromen gaan verantwoordelijkheden op elkaar af. Maar het kabinet geeft daarbij uitdrukkelijk aan, dat de huidige regelingen vergaand zullen moeten worden ‘gestroomlijnd”. Dus dat de huidige regelingen WSW, Wajong en bijstand moeten worden gewijzigd. Hoe of wat wordt weer niets over gezegd. Het is duidelijk dat tussen de sociale partners onderling en met de regering hierover nog lang geen overeenstemming bestaat. Ook over andere belangrijke punten bestaat geen overeenstemming.
Het voorstel van de sociale partners is, dat het UWV in zijn huidige vorm wordt opgeheven en opgaat in een Rijksinstituut, waarin ook het CIZ opgaat, dat alle keuringen van mensen organiseert en uitvoert voor een veelheid van wetten en regelingen. (bijstand, Wajong, AWBZ, WMO, etc.) Daardoor hebben de mensen nog maar met 1 keuringsinstantie en 1 eenduidige keuring te maken. Daarmee wordt voorkomen dat er een wildgroei op lokaal niveau ontstaat van een veelheid van strenge en minder strenge keuringscriteria en bijvoorbeeld de belachelijke situatie waarin iemand zich kan bevinden die bij de ene instantie arbeidsongeschikt wordt verklaar den bij de andere niet. Hierover bestaat ook geen akkoord. Het kabinet zegt zuinigjes dit voorstel te zullen ‘onderzoeken’.
Maar nu komt het. In het plan van de sociale partners dat ik hierboven heb beschreven maar dat dus niet zo duidelijk in het sociaal akkoord staat, worden de gemeenten wel volledig financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van die 3 regelingen maar ze verliezen een deel van de zeggenschap over de centen. Sociale partners willen, dat zij bij de besteding ervan ook een flinke vinger in de pap krijgen, vooral over de besteding van de reintegratie gelden, die nu nog aan ieder van de 3 regelingen verbonden zijn. Deze reintegratiegelden moeten worden ingebracht in op te richten 35 regionale Werkpleinen en 35 op te richten Werkbedrijven, waar- daarover is het sociaal akkoord tegenstrijdig- in ieder geval de werkgevers en de wethouders uit de regio samenwerken en overleggen over de doelstellingen van het re-integratiebeleid, de voorwaarden waaronder mensen in trajecten worden geplaatst en de controle daarop. En wellicht worden ook de vakbonden hierbij betrokken. De invloed van de sociale partners zal in deze structuur niet gering zijn. Zij gaan op sectoraal niveau afspraken maken over re-integratie en arbeidsmarktbeleid en het begeleiden van mensen van werk naar werk. Het regionaal beleid- uitgevoerd in de 35 regionale Werkpleinen waar ook de gezamenlijke regionale gemeenten iets te zeggen hebben) moet afgestemd worden op dit sectorale beleid.
Gaat dit gebeuren?
Als inzet hebben de werkgevers, dat ook zij bereid zullen moeten zijn afspraken te maken met gemeenten over de inzet van financiële middelen voor de Werkpleinen. Maar zeker de grote gemeenten, die nu nog alleen de zeggenschap hebben over de WSW en de bijstand, zowel het inkomensdeel als het werkdeel, en die bij een effectief uitstroombeleid de revenuen in eigen zak steken zullen niet gauw bereid zijn hun positie op te geven. In de Stichting van de Arbeid is de ‘Werkkamer’ opgericht, waarin werkgevers en werknemers met de VNG tot een akkoord hopen te komen. Op korte termijn wil men dat zelfs al, binnen een paar maanden. Als inzet hebben de sociale partners ook, dat ze hebben afgesproken met het kabinet dat er strengere keuringen komen voor Wajongers, waarbij ook het zittende bestand zal worden herkeurd, terwijl nota bene op basis van de Participatiewet door de regering was besloten, dat het zittende bestand nu volledig arbeidsongeschikt verklaarde Wajongers niet zou worden herkeurd en dat zij hun Wajong zouden behouden. Op deze wijze hopen de sociale partners wellicht tegemoet te komen aan de eis van de regering, dat bij de reorganisatie van de regelingen een fors bedrag aan bezuinigingen wordt gerealiseerd.
De soap wordt voortgezet
Vooruitlopend of eigenlijk in plaats van een fundamentele reorganisatie van een regeling voor mensen met een minimuminkomen is vanaf 2008 in de bestaande wetgeving een reeks van wijzigingen en bezuinigingen doorgevoerd. Het is al begonnen in 2008 met de voorstellen van de zogenaamde commissie De Vries over de WSW. Daarna kwamen de voorstellen van de VVD over wat zij ook de Participatiewet noemden en in het najaar van 2010 werd een ‘programmateam’ geïnstalleerd bij het ministerie van Sociale Zaken die wat toen de Wet Werken naar Vermogen heette moest voorbereiden. Moeizame onderhandelingen met de gemeenten hebben toen in feite niet geleid tot een akkoord. Het nieuwe kabinet heeft de contouren van de WWNV overgenomen en daar een quoteringsregeling voor werkgevers aan toegevoegd, die hen zou verplichten een bepaald percentage arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Dat en in feite de gehele Participatiewet is inmiddels weer van tafel. Nieuwe wetgeving komt er in ieder geval niet voor 1 januari 2015. En dan is het weer tijd voor nieuwe verkiezingen zullen we maar zeggen.